Elk jaar hetzelfde ritueel: brandende auto’s na nieuwjaar, analyses die alles vermelden behalve de individuele verantwoordelijkheid van de relschoppers en de olifant in de kamer die niet wordt benoemd. Moslimtheoloog Khalid Benhaddou doorbreekt het taboe en benoemt wat iedereen ziet maar weinigen durven uit te spreken.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
“Laten we stoppen met onze kop in het zand te steken”, schrijft Benhaddou op X na de nieuwste golf van nieuwjaarsrellen. “Een aanzienlijk deel van deze jongeren heeft een migratie- én moslimachtergrond.”
Het verzwijgen ervan noemt Benhaddou “lafheid”. Zeker wanneer diezelfde achtergrond wél wordt opgevoerd als diversiteit een troef moet zijn. “Als cultuur en religie relevant mogen zijn bij rechten en faciliteiten, dan mogen ze ook benoemd worden bij plichten en ontsporing”, stelt hij resoluut.
(Lees verder onder het X-bericht.)
Totale vervreemding
De theoloog benadrukt dat de overgrote meerderheid van mensen met een migratie- en moslimachtergrond dit gedrag resoluut afwijst. Net daarom mogen we dit volgens hem niet laten passeren. “Want deze minderheid verpest, telkens opnieuw, het beeld van een hele groep”, schrijft hij. Diversiteit kan volgens Benhaddou alleen gedragen worden als we ook durven te spreken wanneer ze ontspoort.
Benhaddou wijst erop dat armoede en uitsluiting reële problemen zijn, maar plaatst die in perspectief. Deze samenleving biedt onderwijs, gezondheidszorg en sociale bescherming. “Er zijn mensen vandaag die hun leven riskeren op de Middellandse Zee, die hun kinderen in gammele boten zetten, om toegang te krijgen tot deze kansen. Niets rechtvaardigt daarom het vernielen van een stad die ook de jouwe is. Wie zijn eigen straat kort en klein slaat, toont vooral totale vervreemding.”
De moslimtheoloog richt zich ook tot zijn eigen gemeenschap. “Waar is de islam die spreekt over zelfbeheersing, waardigheid en zorg voor de omgeving? Geloof is geen vlag om te zwaaien wanneer het uitkomt, geen schild om achter te kruipen wanneer men aangesproken wordt. Geloof blijkt in daden.”
Niet alleen tijdens oudejaarsnacht, maar ook na de recente overwinning van Marokko in het kader van de Africa Cup hebben ‘jongeren’ Brussel onveilig gemaakt met vuurwerk. Benhaddou wijst er fijntjes op dat in Marokko, waar de Africa Cup wordt gespeeld, grootschalige rellen uitblijven. “Wie werkelijk om zijn ploeg geeft, viert. En wie om zijn stad geeft, beschermt haar en breekt haar niet af.”
Tegenover alle negativiteit plaatst Benhaddou een hoopvol voorbeeld: jongeren van de Ahmadiyya Muslim Gemeenschap Antwerpen die vrijwillig de straten opruimen na nieuwjaar. “Dat is geloof in daden. Zo ziet verantwoordelijkheid eruit.”








