De Britse openbare omroep BBC lag de voorbije dagen weer onder vuur, ditmaal door de verslaggeving over Iran.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Eind vorig jaar had de omroep een uitzending over de bestorming van het Capitool zodanig gemonteerd dat het leek alsof Donald Trump actief tot de stormloop had opgeroepen. Het incident leidde tot het ontslag van twee kopstukken van de BBC en publieke excuses van de omroep. Deze keer hadden vooraanstaande Britten als John Cleese en J.K. Rowling kritiek op de manier waarop de BBC verslag uitbracht over de situatie in Iran. Bij het neerslaan van de protesten tegen het islamitische regime vielen duizenden slachtoffers. De Britse omroep had die gebeurtenissen maar zeer laat en druppelsgewijs gebracht.
Soberder dan Gaza
Wat over de BBC kan gezegd worden, geldt trouwens voor veel andere Europese media, al zou het onjuist zijn om alle journalisten en alle nieuwsorganen over dezelfde kam te scheren. De intensiteit van de berichtgeving over Iran bleef gemiddeld opvallend lager dan bijvoorbeeld over de oorlog in Gaza. Toen rapporteerden de grote media dagelijks zeer uitgebreid over het leed van de Palestijnen. De berichtgeving over Iran, maar bijvoorbeeld ook over Soedan, Nigeria of Jemen, is veel soberder.
De media verdedigen zich met de stelling dat het gebrek aan journalisten ter plaatse en de internetblack-outs door het Iraanse regime het veel moeilijker maakten om beelden en feiten te verifiëren. Die argumentering overtuigt echter niet. Ook de oorlog in Gaza werd grotendeels gecoverd zonder westerse correspondenten op het terrein. De verhalen van lokale mediabronnen – vaak onder controle van Hamas – werden toen gretig overgenomen. Het is natuurlijk prima dat de media strenge interne regels over neutraliteit en verificatie hebben opgesteld, maar in de praktijk blijkt de toepassing van die regels nogal selectief te gebeuren.
Vanuit het pro-Israëlische kamp valt dan steevast het verwijt van ‘antisemitisme’. Ik begrijp waarom men in de aan de gang zijnde propagandaoorlog naar dit wapen grijpt. Ook tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog is ‘antisemitisme’ nog altijd een efficiënte manier om een tegenstander in een hoek te zetten. Het verschil in berichtgeving over Gaza en andere conflicthaarden kan volgens mij echter niet door rauw antisemitisme verklaard worden. Ik grijp liever terug naar ‘de wet van het abjecte Westen’, zoals die bedacht werd door de Nederlandse columnist Bart Croughs, een auteur die ik in mijn studententijd heb leren kennen en waarderen. Deze wet luidt: ‘Bij een conflict tussen westers en niet-westers kiest de progressieve intellectueel altijd voor niet-westers’.
Intersectionaliteit en marxisme
De ideologische onderbouw voor het hedendaagse links-progressieve denken wordt geleverd door de theorie van de zogenaamde ‘intersectionaliteit’. Dat is een mutant van het klassieke marxisme. Bij de ‘intersectionaliteit’ gaat het niet langer om de arbeider die verdrukt wordt door de kapitalist, maar om verschillende groepen die slachtoffer zijn van verschillende vormen van onderdrukking: de vrouwen door het patriarchaat en het seksisme, immigranten door racisme, LGBTQ-mensen door heteronormativiteit en de niet-westerse volkeren door kolonialisme.
Aangezien deze verschillende vormen van onderdrukking aan mekaar gelinkt zijn, moet ook het verzet daartegen gekoppeld worden. Vandaar dat je in betogingen tegen gunste van de Palestijnen vaak regenboogvlaggen en harde feministische tantes ziet. Nu kan Hamas bezwaarlijk homovriendelijk of feministisch genoemd worden, maar in de denkwereld van de intersectionaliteit wordt wel vaker een oogje dichtgeknepen voor feiten die niet stroken met de theorie.
Er bestaan in Europa goedgeorganiseerde en dik gesubsidieerde netwerken van ngo’s, vakbonden en studentenverenigingen die doordrongen zijn van dit gedachtegoed en sterk kunnen mobiliseren: vandaag tegen racisme, morgen voor de Palestijnen en overmorgen voor transgenderrechten. Iraanse betogers die door de milities van de ayatollahs worden doodgeschoten of Nigeriaanse christenen die door jihadisten worden afgeslacht, passen niet in dat discours. Voor die doden zijn er geen protesten, wordt er niet opgeroepen tot een boycot en worden er geen campussen bezet. En is er veel minder persaandacht.
Je hoort mij niet beweren dat elke journalist een geheime ideologische agenda heeft, maar het is een feit dat het ideeëngoed van de intersectionaliteit sterk leeft in het culturele wereldje, in het onderwijs, in academische kringen en ook in de media. Een journalist moet een beetje moed en een stevige ruggengraat hebben om tegen deze ‘pensée unique’ in te gaan.







