Op 20 november was het 50 jaar geleden dat de ‘Caudillo de España por la gratia de dios’ Francisco Franco y Bahamonde, kortweg Franco, overleed. Wie dacht dat na die jaren waarin de meeste zichtbare tekenen zoals monumenten en (straat)namen uit het straatbeeld en kerken stilaan zijn verdwenen en uitgewist, hij helemaal is vergeten, vergist zich.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Tot veler verrassing waren er in Spanje meer dan de voorbije jaren herdenkingen, en niet enkel van stokoude franquisten. Ook heel wat jongeren die lang na 1975 werden geboren, kwamen de straat op of namen deel aan herdenkingen die tegen de zin van de overheid, maar oogluikend werden toegelaten. Met de oude nationale vlag en de vlag van de Falangisten in de hand werd het oude strijdlied ‘Cara al sol’ uit volle borst gezongen. Menige Spanjaard die dat zag, deed daar niet moeilijk over. Anderen vreesden dat het verleden terug voor de deur stond.
Het is duidelijk dat het stuk verleden dat zich afspeelde tussen 1936 – het begin van de Spaanse burgeroorlog die duurde tot 1939 – en de dood van Franco in 1975 in 2025 nog niet verteerd is en dat in die bijna 40 jaar geslagen wonden nooit genezen zijn, ook al werd Spanje al enkele dagen na zijn dood een parlementaire monarchie. Omdat de tegenstellingen al die tijd waren blijven sluimeren en niemand na de transitie een nieuwe burgeroorlog wenste, besloten links en rechts over hun schaduwen heen te stappen en het verleden achter zich te laten, wat uitmondde in een amnestiewet die met een overweldigende meerderheid werd aangenomen. Deze wet gold voor iedereen en kwam in concreto neer op straffeloosheid voor misdaden die tijdens de burgeroorlog en daarna door beide kampen werden begaan. Zo werd een overgang van dictatuur naar democratie ingezet, waardoor Spanje snel aansluiting kon vinden in de internationale context en een ‘normaal’ land werd.
De oude geest bleef
Vincent Scheltiens Ortigosa stelt echter vast dat er desondanks tendensen in Spanje zijn die niet zozeer teruggrijpen – laat staan in staat zijn om het te herstellen – naar het oude franquisme, maar vooral aantonen dat na 1975 er systemen zijn blijven bestaan die zich weliswaar inkapselden in de democratie, maar ‘au fond’ de geest zijn blijven dragen vanwaaruit ze groeiden. Denken we hierbij aan het leger en de magistratuur die intact bleven tijdens de transitie. De twee grote partijen die tot nu toe elkaar afwisselden aan de macht en elkaar inhoudelijk altijd sterk bestrijden – de socialisten die de communisten mettertijd opzogen (de PSOE) en de uit het franquisme gegroeide rechtse ‘volkspartij’ (de PP) –, beschouwen elkaar desniettegenstaande als de staatsdragende partijen die eensgezind uit de hoek komen als het belang van het land bedreigd wordt. Denk maar aan hun houding tegenover het Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum in 2017 en de wijze waarop de Spaanse eenheidsstaat daarop heeft gereageerd met politioneel optreden en forse gevangenisstraffen.
Het verleden enerzijds, maar anderzijds ook het heden waarin in veel Europese landen en in een zwakke Europese Unie vaak veel politieke onmacht wordt geëtaleerd tegenover nieuwe uitdagingen als bijvoorbeeld migratie, waarnaast ook de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting onder druk komen te staan, zorgt voor een rechtse reflex. Ook in Spanje.
Hoewel de auteur zich niet aan de rechterzijde bevindt – en dat hoeft ook niet –, slaagt hij er op een uitmuntende wijze in niet alleen de geschiedenis van 1936 tot 1975 en die van 1975 tot vandaag in kaart te brengen, maar ook te duiden waarom een en ander gelopen is zoals het gelopen is en waarom er in Spanje nog steeds oprispingen zijn die duidelijk hun gronden vinden in een verleden dat niet is uitgewist. Hij voelt zeer goed aan wat onderhuids leefde en nog leeft in Spanje, en weet dit in een voortreffelijk bevattelijk verhaal te brengen.
De polarisatie bleef
Ook de corruptie in de twee grote politieke stromingen, die ze zowaar overnamen uit de Francotijd, zorgt voor veel onbehagen bij de Spanjaarden en doet hen naar ‘alternatieven’ uitkijken. Op rechts is daar de uit de PP gegroeide partij VOX, die weliswaar niet geassocieerd wil worden met het franquisme en de symboliek ervan schuwt, maar die wel teruggrijpt naar standpunten die toen wel gangbaar waren: een strakke, conservatieve houding in ethische dossiers en gezinswaarden, een Spaans nationalisme dat geen ruimte laat voor regionalisme, én een strakke houding tegenover migratie. Maar ook op links is er beweging, want de partij Sumar die kleinere radicale groepen verenigt, laat steeds luider van zich horen en drijft de oude PSOE voor zich uit.
Door deze polarisatie stelt de auteur zich de vraag of een transitie zoals de Spaanse zich ook in omgekeerde richting kan voltrekken: door amnestie en amnesie consensueel van democratie (terug) naar dictatuur schuiven. Ik ben van mening dat het zo’n vaart niet zal lopen.
Vincent Scheltiens Ortigosa, ‘Onvoltooid verleden – Spanje onder en na Franco’. Ertsberg, 2025.269 p., 24,95 euro. ISBN 9789464984569
Meer boekrecensies








