Sint-Petersburg, zaterdag 1 augustus 1914. Het is 7 uur ’s avonds. De Duitse ambassadeur, graaf Friedrich von Pourtalès, wordt ontvangen door de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Sazonov. Pourtalès is rood aangelopen. De boodschap die hij komt brengen, is dan ook van het grootste belang: de Duitse keizer verklaart de oorlog aan de Russische tsaar!
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Het document dat Pourtalès met veel plichtplegingen aan Sazonov overhandigt, blijkt vol fouten te staan. Het is meer een draft dan een afgewerkte tekst. Dat brengt Pourtalès in grote verlegenheid. Tussen Pourtalès en Sazonov ontstaat nu een discussie over wie er schuld aan heeft dat de oorlog uitbreekt. Uiteindelijk wordt het allemaal te veel voor de Duitse ambassadeur. Hij begint te stotteren, gaat bij een raam staan en breekt in tranen uit. Sazonov legt zachtjes zijn hand op de schouder van de Duitser. Bij het verlaten van de kamer is Pourtalès zo geëmotioneerd dat hij de deur nauwelijks open krijgt. “Vaarwel! Vaarwel!”, mompelt hij.
Onnoemelijk bloedbad
De twee heren wisten dat de oorlogsverklaring tot een bloedbad zou leiden, maar de omvang van de catastrofe konden zelfs zij niet voorzien. Nog geen vijf jaar later was de Duitse keizer afgetreden. De tsaar was samen met zijn familie gefusilleerd. De teller stond op 17 miljoen doden.
Tot zowat honderd jaar geleden werd een oorlog netjes aangekondigd. Nadat de ambassadeurs de formele oorlogsverklaring hadden overhandigd, kregen ze de tijd om hun koffers te pakken en werden ze netjes naar de grens begeleid. Pas daarna begon het schieten. Vandaag gebeurt dat niet meer. Sinds de Tweede Wereldoorlog is er geen enkele oorlog nog gestart met een formele oorlogsverklaring. Ook bij de vele conflicten die vandaag onze aardbol en ons televisiescherm teisteren – Iran, Oekraïne, Soedan, Congo, Gaza, Soedan,… – bleef een oorlogsverklaring achterwege. Daar zijn een aantal redenen voor.
Ten eerste is een oorlogsverklaring slechts mogelijk tussen soevereine staten. Als de tegenstanders elkaar niet als dusdanig erkennen – denk aan Israël en Hamas –, kunnen ze elkaar ook niet formeel de oorlog verklaren.
Bovendien wordt oorlog niet langer beschouwd als een aanvaardbare manier om geschillen tussen naties op te lossen. Het Charter van de Verenigde Naties staat oorlog enkel nog toe in geval van zelfverdediging en met toestemming van de Veiligheidsraad. Een land dat vandaag officieel de oorlog zou verklaren, schiet met die formaliteit zichzelf in de diplomatieke voet.
Snelle oorlogsvoering
Het karakter van de oorlogvoering is ook fundamenteel gewijzigd. Vroeger duurde het weken of zelfs maanden om legers te mobiliseren. Met de hedendaagse communicatiemiddelen en het moderne wapentuig is het daarentegen belangrijk om het element van verrassing te behouden zodat men als eerste kan toeslaan. Hierdoor is een formele oorlogsverklaring ook vanuit militair standpunt niet zo slim.
Er is ook een binnenlandse reden. Historisch diende het ritueel van een oorlogsverklaring ook om de eigen bevolking te mobiliseren. Legers bestonden uit grote aantallen dienstplichtigen die moesten worden opgeroepen. Er moest een hele machinerie in werking worden gezet en de parlementen moesten specifieke wetten stemmen. Het patriottisme moest worden opgezweept. Vandaag bestaan legers doorgaans uit beroepssoldaten. Hedendaagse regeringen hebben liever geen parlementair debat voorafgaand aan militaire operaties. Het formeel verklaren van een oorlog zou bovendien leiden tot allerlei juridische complicaties op het vlak van bijvoorbeeld verzekeringen, compensaties voor gewonden en pensioenen van de betrokken militairen.
Om al deze redenen zijn formele oorlogsverklaringen niet meer van deze tijd. Staten vechten nog steeds. Ze bombarderen nog steeds. Ze bezetten nog steeds grondgebied. Maar van ‘oorlog’ is er niet langer sprake. Gewapende conflicten krijgen nu een ander etiket waarbij de creativiteit bijna grenzeloos is: ‘pacificatie’, ‘beschermende actie’, ‘stabilisatie-missie’, ‘interventie’, ‘kinetische actie’ of ‘speciale militaire operatie’. Een oorlog begint niet langer met een diplomatieke nota van een wenende ambassadeur. Hij begint met een eufemisme.






