Op 18 november was er in het Europees Parlement een bijeenkomst over haatmisdrijven tegen christenen in Europa naar aanleiding van de publicatie van het jaarrapport van de Organisatie Intolerantie en Discriminatie tegen Christenen in Europa (OIDAC).
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
De organisatie telde het afgelopen jaar 2.211 haatmisdrijven tegen christenen en kerken. De bijeenkomst werd georganiseerd door Europarlementariërs Bert-Jan Ruisen (Nederland) en Miriam Lexmann (Slowakije) die beiden vicevoorzitter zijn van de intergroep Vrijheid van Religie en Geweten (FORB) in samenwerking met OIDAC Europa. Anja Hoffman, directeur van OIDAC Europa, presenteerde tijdens de bijeenkomst het jaarrapport over 2024.
Lichte afname is vertekend beeld
De OIDAC omschrijft in het rapport intolerantie tegen christenen als antichristelijke sentimenten en haatmisdrijven, inclusief bedreiging en fysiek geweld. Onder discriminatie van christenen verstaat de organisatie een juridische definitie die bijvoorbeeld christenen bepaalde grondrechten op de werkvloer of anderszins niet toekent. Zo werden in Spanje priesters uitgesloten van deelname aan vergaderingen vanwege klerikale status. In Finland moest politica Päivi Räsänen zich op 30 oktober voor het Hoge Gerechtshof verdedigen voor een post op X uit 2019. De politica had destijds een Bijbelvers gepost na de Pride-deelname van de Evangelisch‑Lutherse Kerk. Sindsdien wordt ze vervolgd voor haatspraak.

Opvallend is de stijging van het aantal fysieke aanvallen op christenen; maar liefst 274 incidenten werden gemeld. Dat is een stijging ten opzichte van 2023, toen er 232 persoonlijke aanvallen werden geregistreerd. De meeste antichristelijke misdrijven kwamen, net als in eerdere jaren, in Spanje, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Duitsland voor.
Het afgelopen jaar was er weliswaar een lichte afname van het aantal geregistreerde antichristelijke haatmisdrijven ten opzichte van het jaar daarvoor, maar dit zou komen door incomplete data uit het Verenigd Koninkrijk, waarbij cijfers uit Londen ontbreken. Ook is er volgens het OIDAC in Frankrijk in 2024 een lichte daling van het aantal geregistreerde incidenten geweest, maar er is volgens de organisatie over 2025 juist weer een stijgende lijn waarneembaar.
Daders ongestraft
Anja Hoffman (OIDAC) meldt dat de meerderheid van de daders van aanslagen op kerken nooit wordt gevonden. Een aantal van de aanslagen op kerken komt uit islamistische hoek, zoals bijvoorbeeld een verijdelde aanslag op de Notre Dame in Parijs door een aanhanger van Islamitische Staat (IS) en de vernieling van zo’n 50 graven in het zuiden van Frankrijk die werden beklad met de woorden ‘onderwerp je aan de islam’.
Zorgwekkend wordt ook het aantal geweldsincidenten en bedreiging van ex-moslims die zich bekeerd hebben tot het christendom genoemd. In Spanje en Italië is er een politieke dimensie aan antichristelijke haatmisdrijven, die zowel van extreemlinks als extreemrechts komt. Er is veel meer onderzoek nodig, aldus Hoffman, naar dergelijke antichristelijke haatmisdrijven en er moet meer onderzoek komen naar daders hiervan zodat deze kunnen worden bestraft.
Angst voor islamofobie
Er volgt een vragenronde waarbij genodigden enkele vragen kunnen stellen. Er wordt opgemerkt dat vrijheid van religie niet alleen een probleem is in landen buiten Europa, maar juist ook binnen onze eigen grenzen, zoals het rapport van de OIDAC laat zien. Mevrouw Szymański van de organisatie Kerk in Nood merkt op dat men in Europa niet graag hoort over aanslagen door extremistische islamitische groepen, zoals bijvoorbeeld Boko Haram in Nigeria, omdat wij hier in Europa vrezen voor islamofobie. Anja Hoffman onderschrijft deze opmerking en geeft aan dat de sentimenten binnen Europa en het geweld elders in de wereld met elkaar verweven zijn; de definities van wat haatspraak is zijn te breed en lijken daardoor soms op blasfemiewetten zoals wij die kennen uit bijvoorbeeld landen als Pakistan of Nigeria. Wij, zo zegt Hoffman, moeten hierop alert zijn en kijken hoe we desondanks hulp kunnen bieden aan christenen die elders in de wereld worden vervolgd.
De heer Kenanidis, vertegenwoordiger van het Orthodoxe aartsbisdom in België, merkt op dat de realiteit nog schokkender is dan het rapport laat zien en vertelt dat vijf november jl. tijdens een Orthodoxe kerkdienst een man binnenkwam die ‘alahu akbar’ schreeuwde. Volgens Kenanidis zullen dergelijke incidenten de komende jaren nog verder toenemen.
Geen aandacht voor
Nog opgemerkt wordt dat de christelijke geschiedenis van Europa die ook de Europese ethiek en filosofie eeuwenlang heeft beïnvloed en gevormd, bijna volledig uit beeld -media en schoolboeken- is verdwenen. Wat staat er in onze schoolboeken, wie schrijft deze en wie bepaalt wat daarin wordt geschreven, zijn belangrijke vragen die gesteld moeten worden, aldus de panelleden. Hierbij is een actieve houding van eenieder vereist; zorg dat je negatieve stereotypering van christenen weerspreekt, wordt er gezegd.
De heer Ruisen sluit af met de woorden dat er een coördinator moet komen voor antichristelijke haatmisdrijven, zoals die er ook reeds is voor antisemitisme en moslimhaat. Hij en zijn collega’s hebben hierop aangedrongen bij de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula Von der Leyen alsmede bij Magnus Brunner, Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken en Migratie. Ook benadrukte Ruisen dat er nog altijd geen speciaal gezant van de Europese Unie is voor vrijheid van religie in andere delen van de wereld (zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten de Commissie voor Internationale Religieuze Vrijheid kennen, red.).
Ruisen geeft aan dat niet alle lidstaten binnen de EU data verzamelen van antichristelijke haatmisdrijven, wat ervoor zorgt dat er nog altijd geen goed zicht is op de totale omvang ervan. Er moet duidelijkheid komen waarom deze lidstaten juist data van antichristelijke haatmisdrijven niet verzamelen, aldus Ruisen.






