Migranten die in de Europese Unie wonen, sturen gemiddeld 63 miljard euro per jaar naar hun families in ontwikkelingslanden. Dat is trouwens een tweerichtingsverkeer, want in 2025 bedroegen de remittances die België ontving ongeveer 16,35 miljard Amerikaanse dollar volgens de Nationale Bank.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Dit zijn eigenlijk de meest recente cijfers van de Wereldbank, gebaseerd op IMF-betalingsbalansgegevens. Vanuit België verstuurden migranten 11,22 miljard dollar in 2025. Volgens Buitenlandse Zaken is België een van de grootste Europese afzenders van geld.
Geldovermakingen
Misschien is het eerst belangrijk te wijzen op de geldstroom. In België wordt onder “geldovermakingen” of remittances verstaan: “de instroom van lopende en kapitaaloverdrachten in contanten en in natura, met inbegrip van inkomensoverdrachten van migranten en werknemers met een kortlopend dienstverband (persoonlijke geldovermakingen) en verworven rechten op sociale uitkeringen (totale geldovermakingen)”.
Buitenlandse Zaken (afdeling ontwikkelingshulp) promoot samen met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) het versturen van geld naar thuislanden, dus remittances. Volgens hen is België één van de grootste afzenders van geld naar thuislanden.
De ranglijst in 2023 was:
- Marokko met 494 miljoen USD
- Roemenië met 396 miljoen USD
- Turkije met 376 miljoen USD
- Polen met 298 miljoen USD
- Bulgarije met 147 miljoen USD
- Democratische Republiek Congo met 145 miljoen USD
- Algerije met 65 miljoen USD
- China met 61 miljoen USD
- India met 59 miljoen USD
- Brazilië met 51 miljoen USD
Voor 2024 en 2025 maakte men geen officiële ranglijst. Voor 2025 is er voorlopig geen vergelijkbare, publiek beschikbare uitsplitsing per bestemmingsland. Sinds de cijfers opgepikt werden in de media is de Internationale Organisatie voor Migratie zeer terughoudend. De IOM is de toonaangevende intergouvernementele organisatie binnen het VN-systeem die zich inzet “voor humaan en ordelijk migratiebeheer ten behoeve van iedereen”.
Enorme bedragen
Volgens IOM moeten de cijfers bovendien voorzichtig worden geïnterpreteerd. De IOM benadrukt dat het om persoonlijke geldtransfers gaat en dat een deel van de transfers via informele kanalen of buiten gespecialiseerde transferbedrijven verloopt.
De afgelopen decennia waren die bedragen enorm hoog. De geldovermakingen in België daalden in het eerste kwartaal van 2026 tot 5,202 miljard euro tegenover 5,291 miljard euro in het vierde kwartaal van 2025. De overmakingen in België bedroegen gemiddeld 2.778,05 miljoen euro van 2008 tot en met 2026, met een recordhoogte van 6.036 miljoen euro in het tweede kwartaal van 2024 en een recorddieptepunt van 935 miljoen euro in het eerste kwartaal van 2008. De bedragen verveelvuldigden dus sinds 2008.
De Nederlandse Tweede Kamer beweerde dat remittances voor westerse landen vooral indirecte en beperkte economische nadelen zou hebben. “De meeste effecten zijn neutraal of zelfs positief, maar er zijn enkele mogelijke negatieve kanten.” De belangrijkste negatieve kant is dat geld dat migranten overmaken naar het buitenland, niet wordt besteed in het land waar ze werken.
Als migranten een deel van hun inkomen overmaken blijft dat inkomen fiscaal wel belast in het westers land, maar het geld zelf vloeit weg uit de lokale economie, waardoor de multiplier-effecten van dat deel van het inkomen (via consumptie en investering) elders terechtkomen.
Minder belastingen
En die fiscale kijk heeft een verborgen kantje. Migranten kunnen bijvoorbeeld in België die remittances aan familie inbrengen op hun belastingaangifte waardoor ze op dat deel van hun inkomen niet of minder belast worden. Ze krijgen een deel dus terug via de fiscus. Dat laatste is dus wel een directe fiscale kost voor de overheid.
Volgens de FOD Financiën kan men 80 procent van het betaalde onderhoudsgeld fiscaal aftrekken. Dit onderhoudsgeld (alimentatie) is geld dat een migrant betaalt aan een behoeftige verwant. Daar gelden strikte voorwaarden en een bedrijfsvoorheffing voor transfers naar het buitenland. Het moet gaan een onderhoudsverplichting (al is de definitie zeer ruim opgevat). De ontvanger moet behoeftig zijn en maakt geen deel uit van het gezin en het moet gaan om regelmatige betalingen.
Er is bovendien nóg een maatschappelijke kost. Het faciliteren en controleren van remittances brengt kosten met zich mee zoals het moeten voldoen aan strenge regels tegen witwassen en terrorismefinanciering. Deze compliance-kosten worden deels doorberekend in transactiekosten, maar impliceren ook publieke middelen voor regulering en toezicht.
Critici stellen dat grote geldstromen naar bepaalde landen kunnen bijdragen aan afhankelijkheid van remittances daar, wat op lange termijn migratiepatronen kan versterken. Het beroemde aanzuigeffect. Westerse landen exporteren zo ook onbedoeld “sociale zekerheid”.
In plaats van iets te doen aan de nadelen voor de economie wil de EU nu remittances juist goedkoper maken. De gemiddelde kosten voor het versturen van geld naar families in ontwikkelingslanden bedragen 6,28 procent. De kosten vanuit de EU bedroegen 6,9 procent en waren in het eerste kwartaal van 2021 gedaald tot 5,86 procent. De Europese Commissie wil die kosten verder verlagen. Tegen 2030 moeten ze onder de 5 procent liggen. Uiteraard om het versturen van geld te vergemakkelijken.
Partnerlanden
De nadruk ligt bij de Commissie op de remittances naar acht mediterrane partnerlanden. Daar stroomt 7,1 miljard euro formeel en inclusief informele kanalen 12 tot 14 miljard euro per jaar naartoe. Die acht zijn in volgorde van belangrijkheid: Marokko, Algerije, Tunesië, Egypte, Libië, Turkije, Syrië en Jordanië.
Opvallend volgens de Europese Commissie is dat die bedragen zowel buitenlandse directe investeringen als ontwikkelingshulp die deze landen ontvangen overstijgen. De EU viseert daarbij de operatoren van die geldtransfers. Voor bepaalde bestemmingen kunnen de transactiekosten historisch oplopen tot 16 procent, vooral bij traditionele geldtransferoperators. Daar wil de Commissie iets aan doen.
Er bestaan trouwens nog partnerlanden, namelijke de andere landen die deelnemen aan de Unie voor het Middellandse Zeegebied: Albanië, Bosnië en Herzegovina, Israël, Libanon, Mauritanië, Monaco, Montenegro, de Palestijnse Autoriteit en Turkije.
Zoals uit de ranglijst bleek, zijn het niet enkel niet-EU-landen. Binnen de EU zijn landen zoals Roemenië, Kroatië, Bulgarije, Litouwen en Polen belangrijke netto‑ontvangers van persoonlijke overmakingen.
Kortom: de “economische nadelen” voor westerse landen bestaan vooral uit het feit dat een deel van het inkomen van migranten niet lokaal wordt besteed of geïnvesteerd, en uit de kosten van regulering en toezicht.
Meer over Asiel en Migratie






