De federale staat betaalde de Europese Commissie aanzienlijke bedragen voor een mogelijke financiële aansprakelijkheid in de onderwaardering van textiel (en schoeisel) van Chinese oorsprong. Het gaat om 251,3 miljoen euro in 2021, 48,2 miljoen euro in 2024 en 22,5 miljoen euro in 2025. We lezen het in het laatste “blunderboek“ van het Rekenhof.
Achtergrond
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
De bedragen werden door Olaf (het Europees Bureau voor Fraudebestrijding) gevraagd voor een “onderwaardering van textiel en schoeisel van Chinese oorsprong” die in België aankwamen, wat een verlies aan douane-inkomsten voor de begroting van de Europese Unie betekende.
Olaf is van mening dat deze onderwaarderingen oneerlijke concurrentie vormen voor Europese textiel- en schoeiselproducenten, die niet tegen zulke lage prijzen kunnen produceren. Door de betalingen van België aan de EU wordt – indirect – de aanwezigheid van grootschalige fraude op eigen bodem erkend.
De overheid verrichtte de betalingen onder voorbehoud van alle rechten. Ze deed dat ook om potentieel hoge nalatigheidsintresten te vermijden.
Borgstelling
De betalingen zijn boekhoudkundig verwerkt als negatieve opbrengsten. Het Rekenhof: “Omdat er nog geen definitieve betalingsverplichting bestaat, kan er nog geen vastgesteld recht worden geboekt en moeten de bedragen als borgstelling worden geboekt.“
In afwachting van een definitieve rechterlijke uitspraak moet er ook in de economische boekhouding een voorziening worden aangelegd voor dit geschil. De FOD Financiën heeft voor de borgstelling al een boekingsschema uitgewerkt, en moet dat nog vervolledigen voor de aan te leggen voorziening.






