Belgische overheidsbedrijven zijn vooral goed in schijnintegriteit, zoals het belijden dat ze iets doen tegen corruptie en dat ze transparant zijn. In de praktijk blijkt die integriteit en die openheid een heel pak minder te zijn. Transparantie, integriteit, bescherming van klokkenluiders, onafhankelijkheid van bestuurders en een redelijke verdeling van postjes tussen mannen en vrouwen scoren ondermaats in het integriteitsonderzoek dat vorige week.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Woensdagochtend kwam een onderzoek uit over de integriteit bij publieke bedrijven of overheidsbedrijven. Het is een analyse die sterke en zwakke punten in het beleid vergelijkt met als doel lagere corruptierisico’s, beter gebruik van publieke middelen, hogere kwaliteit van dienstverlening en meer vertrouwen van burgers.
Bedrijfscultuur
De hoofdauteur is een Belg. Lode De Waele is universitair docent Bestuurskunde en Organisatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht en hij bracht met zijn organisatie Sensello een analyse uit van tien Belgische overheidsbedrijven zoals Belfius, Proximus, bpost, Fluvius, Elia, de Nationale Loterij enzovoort. De Waele is gespecialiseerd in publieke integriteitsvraagstukken, zowel als academische onderzoeker dan als adviseur in de praktijk. Daarnaast rapporteert hij als LRCC (Local Research Correspondent on Corruption) aan de Europese Commissie.
De conclusies van zijn onderzoek zijn behoorlijk ontluisterend. En het gaat niet over om het even wat. De onderzochte domeinen werden in indicatoren opgedeeld. Voor het domein ‘goed bestuur’ gaat het dan bijvoorbeeld om ‘rekenschap & audit’, ‘naleving & anticorruptiecodes’ en ‘diversiteit en bestuurssamenstelling’. Bij ‘bedrijfscultuur’ zijn de indicatoren: leiderschap, klokkenluidersbescherming en integriteitsscreening/monitoring. Bij het derde en laatste domein ‘transparantie en engagement’ zijn de indicatoren ‘open data en stakeholderparticipatie’ en ‘reputatiemanagement’. Al die criteria zijn gebaseerd op principes die in de wetenschappelijke literatuur ruim onderzocht en beschreven zijn. Die zijn geobjectiveerd, zoals dat in het jargon heet.
De Waele maakte voor elk van die criteria een beoordelingsmatrix van ondermaats over zwak, gemiddeld, belovend tot excellent. Van al die scores maakte hij een rekenkundig gemiddelde en dat allemaal bij elkaar leverde een soort integriteitsbarometer op voor elk van de tien overheidsbedrijven.
Het is de bedoeling die barometer (met de naam SI-GRID) elk jaar te publiceren. In bepaalde gevallen deed De Waele de oefening al eerder, zoals in 2022. Het vervelende is dat sommige overheidsbedrijven nu slechter scoren dan in 2022.
Windowdressing
Bij dergelijk integriteitsonderzoek bestaat het risico dat indicatoren vooral meten wat organisaties communiceren en niet noodzakelijk wat zij in de praktijk doen. Dat noemen ze ‘windowdressing’. En dat probeerde De Waele te ondervangen in zijn onderzoek. Bijvoorbeeld door ook gegevens te gebruiken van Glassdoor waar werknemers hun werkgever scores geven via bedrijfsbeoordelingen. Of door externe audits, mediaberichten, stakeholderfeedback enzovoort op te nemen in de verzameling van gegevens. Andere oplossingen om geveinsde integriteit te doorprikken, zijn effectiviteitscriteria zoals de snelheid waarmee bedrijven meldingen van corruptie behandelen, hoe snel ze aan de slag gaan met audits…
De bedoeling om de barometer jaarlijks begin december te publiceren, ligt voor de hand. Dan kunnen de overheidsbedrijven dit meenemen in hun ‘budgettaire en governancecycli’. In mensentaal: dan kunnen ze hun budgetten aanpassen en hun beleid qua goed bestuur bijsturen.
De gekozen tien bedrijven verschillen enorm qua aard en activiteit, maar ze hebben gemeenschappelijk dat de overheid meerderheidsaandeelhouder of volledige eigenaar is. De meeste van die bedrijven hebben of hadden een monopoliepositie. En last but not least: elke burger komt met die bedrijven in aanraking, hetzij als klant of als indirecte klant. Een aantal overheidsbedrijven beheert kritische infrastructuur, andere zijn dan weer systemische bedrijven, zoals dat heet. Dat laatste betekent dat een faillissement ernstige schade kan toebrengen aan het gehele financiële systeem en de reële economie.
Het gaat om Belfius, Proximus, Elia Group, NMBS, bpost, De Lijn, Fluvius, Infrabel, Skeyes en de Nationale Loterij.
Dit zijn de – erg zwakke – integriteitsscores van de bedrijven
- Belfius: gemiddeld
- bpost: zwak
- Proximus Group: gemiddeld
- NMBS: zwak
- Infrabel: gemiddeld
- Elia Group: gemiddeld
- Fluvius: gemiddeld
- Skeyes: zwak
- De Lijn: gemiddeld
- Nationale Loterij: zwak
De score ‘gemiddeld’ klinkt trouwens meer flatterend dan ze is. En die slechte score is echt niet enkel te danken aan politieke benoemingen in de raad van bestuur of kabinetsmedewerkers die lid zijn van de auditgroep rond corruptie binnen dit bestuur (een echt voorbeeld). Geen enkele organisatie kan vandaag als echte ‘best in class’ worden beschouwd.
De scores zijn geflatteerd door beloftes, formaliteiten en rituelen. “De sterkste punten zitten vooral aan de kant van formele governance: het inrichten van audit comités, codes of conduct voor zowel personeel als leveranciers, compliance-kaders, de implementatie van klokkenluidersregelingen en – bij enkele spelers – een open-datastructuur of externe certificeringen.” Dat staat te lezen in de conclusie. Dus qua windowdressing zijn de overheidsbedrijven zeer goede leerlingen.
Schijnintegriteit
Maar het is schijn. Volgens de conclusie levert de vergelijking een hardnekkig patroon van ‘schijnintegriteit’ op. Op papier kunnen ze wel aantonen dat de nodige regels, charters en comités bestaan, maar ze meten zelden de effectiviteit ervan. Er is geen opvolging en ook geen consistentie. Zo bestaan er hele trajecten om klanten en leveranciers te screenen op enig integriteitsrisico, maar meestal niet voor het eigen personeel. De risicofuncties worden niet geïdentificeerd en de werknemers in die risicofuncties worden niet gescreend en al evenmin regelmatig hertest.
De auteurs vatten dit als volgt samen: “Dat betekent dat organisaties op het kritieke vlak van integriteitsbeleid in feite ‘blind navigeren’: ze vertrouwen vooral op houding en cultuur, zonder harde data over kwetsbaarheden of risico op herhaling van grensoverschrijdend gedrag.”
Zo is variabele beloning meestal gekoppeld aan financiële en operationele KPI’s (‘key performance indicators’), maar zelden expliciet aan integriteit, meldcultuur of risicobeheer. “In combinatie met gepolitiseerde raden van bestuur en auditcomités leidt dit tot een context waarin integriteit wel wordt beleden, maar weinig doorwerkt in machts- en incentivestructuren – precies de voedingsbodem voor “tick-the-box”-beleid en windowdressing.”
De auteurs zijn dan ook zeer streng: “De ruimte voor verbetering is groot, en omdat alle onderzochte organisaties (deels) met belastinggeld worden gefinancierd, hebben burgers recht op veel meer transparantie over hoe die middelen worden besteed en welke integriteitsmaatregelen écht werken in een context van budgettaire krapte. Het is dan ook dringend tijd dat organisaties de stap zetten van retoriek naar realiteit en zwart op wit kunnen aantonen dat integriteit hun handelen daadwerkelijk stuurt.”
Deze beleidsaanbevelingen deden de auteurs
- Voer systematische integriteitsscreening in voor (kandidaat-)medewerkers in risicofuncties, met periodieke hertesten.
- Zorg ervoor dat auditcomités volledig onafhankelijk kunnen opereren, zonder leden met een actieve of recente politieke affiliatie.
- Vermijd politieke benoemingen in toezichtsorganen om belangenconflicten en druk op de objectiviteit van het toezicht te beperken.
- Leg de samenstelling en benoemingscriteria publiek vast.
- Voer integriteitsscreening systematisch in voor top- en middenkader en rapporteer jaarlijks over de resultaten en genomen maatregelen in het jaarverslag.
- Koppel een deel van de variabele verloning van topmanagement aan integriteitsgerichte KPI’s.







Waarom is VRT daar niet bij?