Antwerps burgemeester Els van Doesburg (N-VA) liep voor en tijdens de oudejaarsrellen voortdurend achter de feiten aan en slaagde er niet in om controle te krijgen over de situatie. Bovendien weigerde ze man en paard te noemen, in tegenstelling tot enkele prominente figuren binnen de Marokkaanse gemeenschap, die de verantwoordelijkheid onomwonden bij de allochtone jongeren en hun omgeving legden. Politiek en media minimaliseerden of kozen voor politiek correcte verklaringen.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
De oudejaarsrellen toonden nog maar eens de grimmigheid waarmee allochtone jongeren politie en hulpdiensten proberen uit te schakelen. In tegenstelling tot vorig jaar, breidden de rellen zich uit naar nieuwe steden en gemeenten. Opvallend is bovendien dat de relschoppers steeds jonger, agressiever en doelgerichter worden.
De rellen passen in een breder patroon dat in verschillende Europese steden zichtbaar wordt. Het geweld tegen politie en hulpdiensten lijkt geen spontane uitbarsting van frustratie, maar is een onderdeel van een doelgerichte strategie om greep te krijgen op straten en wijken. Symbolen van gezag worden bewust aangevallen. Niet alleen in België, ook bijvoorbeeld in Nederland zagen we gelijkaardige taferelen. Wie hielp bij brandbestrijding of ondersteuning, werd uitgescholden, tegengewerkt en zelfs aangevallen. Hoewel de politie geregeld sprak over “beheersbare situaties”, bleek in realiteit dat ordediensten vaak achter de feiten aanliepen.

Banaliseren
Dat steeds vaker minderjarigen betrokken zijn, is geen toeval. Jongeren worden na arrestatie vaak snel vrijgelaten en ouders laten begaan. De korpschef van Harelbeke getuigde dat ouders hun kinderen komen ophalen, om hen even verder opnieuw vrij te laten. De rellen bleven bovendien niet beperkt tot grootsteden zoals Brussel, Antwerpen en Gent. Ook in andere provinciesteden trokken jongeren doelbewust naar buiten om politie en hulpdiensten aan te vallen. In Antwerpen werden vuurwerkbommen – gemaakt van vuurwerk en benzine – gebruikt, terwijl kinderen van amper 10 of 11 jaar oud zware stenen, glas en brandblussers vanaf appartementsgebouwen gooiden. In Brussel gingen 25 voertuigen in vlammen op. Het lijstje met incidenten lijkt eindeloos.
Toch wordt het fenomeen door sommigen nog steeds gebanaliseerd. Politicoloog Carl Devos omschrijft dergelijke feiten zelfs als intussen “traditioneel” bij jaarwisselingen. Anderen schuiven sociaaleconomische factoren, hormonale ontwikkeling bij jongeren en pubergedrag naar voren. Tegelijk zijn er stemmen die vinden dat men weigert de zaken bij hun naam te noemen: problematieken rond integratie, criminaliteit, radicalisering en sociale ontwrichting worden te vaak weggefilterd uit het debat. Een psychiater legde op X de vinger op de wonde: “Geen half woord waar het echt over gaat. Over vreemdelingenbendes die dagelijks onze hoofdstad terroriseren, en van oudejaarsnacht een jaarlijks hoogtepunt maken!”
Ook burgemeester Els van Doesburg maakte geen sterke indruk. Na de rellen sprak ze wel over “totale normvervaging”, maar ze durfde niet duidelijk benoemen wie verantwoordelijk was of welke oorzaken onder het geweld schuilgaan. De aangekondigde maatregelen bleken eerder symbolisch dan doeltreffend. Slechts een beperkt aantal jongeren kreeg huisarrest, terwijl het bredere veiligheidsprobleem in verschillende Antwerpse wijken blijft toenemen. Intussen woekeren drugshandel, integratieproblemen, illegaliteit en radicalisering verder, zonder dat daar een overtuigend antwoord tegenover staat.
“Plaatsvervangende schaamte”
Wouter Duyck legt de vinger op de wonde: “De uitwassen van ons rampzalige integratie- en pamperbeleid leiden niet eens meer tot ernstig politiek debat. Mensen haken af van de onvermijdelijke multiculturele samenleving. Bij de volgende verkiezingen kunnen we weer verbaasd zijn dat een groot deel van de kiezers de verkeerde conclusie trok.”
Het scherpste morele signaal kwam niet uit de politiek, maar vanuit de Marokkaanse gemeenschap zelf. VRT NWS-journaliste Loubna Khalkhali heeft “plaatsvervangende schaamte”. “Jongens worden opgevoed als prinsjes, krijgen vaker het excuus ‘boys will be boys’.” Loubna Khalkhali wijst de ouders en de Marokkaanse gemeenschap met de vinger, die jongens privileges gunnen, grenzen niet afdwingen en probleemgedrag vergoelijken.
Zangeres en actrice Nora Gharib schaamde zich dood. Moslimtheoloog, auteur en diversiteitsexpert Khalid Benhaddou vindt dat “we moeten stoppen met onze kop in het zand te steken” en we mogen niet verzwijgen dat “een aanzienlijk deel” van deze jongeren een migratie- én moslimachtergrond heeft. “Het verzwijgen ervan is lafheid.” Dat deze kritiek eerder van binnenuit komt, is veelzeggend.
Een bredere crisis
Parallel blijven andere pijnpunten bestaan: radicalisering op de schoolbanken, grote aanwezigheid van jongeren met migratieachtergrond in gevangenissen, rekrutering door drugsbendes in verpauperde, allochtone wijken en talloze problematische opvoedingssituaties.
Als de ‘beheersbaarheid’ van de criminaliteit het hoogst haalbare wordt, dan moeten we concluderen dat de overheid de veiligheid van de burger niet langer kan garanderen. De federale regering noemt in haar regeerakkoord veiligheid cruciaal. Tot nu toe is dit dode letter gebleken.







Heel dit betoog horen en lezen we elk jaar. Nu kan het, voornamelijk islamitisch, crapuul zich 12 maanden voorbereiden naar hun hoogtepunt van dit jaar: 31 december 2026.
En de politiek……..die stond erbij en keek ernaar.
Politici die hun kop in het zand steken zijn eveneens moreel verantwoordelijk voor de verloedering van onze samenleving.
We kunnen ze evenzeer missen als het straatcrapuul.