Op 22 maart 2016 werd België opgeschrikt door een reeks terroristische aanslagen in en rond Brussel. Zelfmoordterroristen lieten explosieven ontploffen op de luchthaven van Zaventem en in het metrostation Maalbeek. In totaal kwamen 35 mensen om het leven en raakten ongeveer 340 anderen gewond. Tien jaar na de gruwelijke feiten is de voedingsbodem voor terrorisme in Brussel sterker dan ooit.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Achter de aanslagen zat een terreurcel van vijf daders die gelinkt waren aan de extremistische organisatie Islamitische Staat (IS). De daders maakten deel uit van hetzelfde netwerk dat enkele maanden eerder ook de aanslagen in Parijs van november 2015 had georganiseerd. De gebeurtenissen van 2016 kwamen bovendien niet uit de lucht vallen. In 2014 was er al de aanslag op het Joods Museum in Brussel waarbij vier mensen werden vermoord. En in 2023 schoot de Tunesische dader Abdessalem Lassoued twee Zweedse voetbalsupporters dood in het centrum van de stad.
Deradicalisering
Na de aanslagen werd een hele reeks maatregelen genomen. Veiligheidsdiensten werden hervormd, antiterreurwetten aangescherpt en administratieve maatregelen ingevoerd. Lokale radicaliseringscellen en preventieprojecten moesten voorkomen dat jongeren in extremistische netwerken terechtkwamen. Ook werd erkend dat de gebrekkige samenwerking tussen de verschillende Brusselse politiezones een structureel probleem vormde.
“De Moslimbroederschap wordt steeds vaker genoemd”
Daarnaast werden tal van initiatieven genomen om radicalisering tegen te gaan. Nationale antiradicaliseringsplannen werden opgesteld, lokale veiligheidscellen (LIVC) opgericht en samenwerkingen met moskeeën en religieuze leiders opgezet. De overheid voerde controles in op buitenlandse financiering van moskeeën, lanceerde preventieprogramma’s voor jongeren en ontwikkelde deradicaliseringstrajecten. Ook de monitoring van extremistische propaganda online werd versterkt.
Maar ondanks al die maatregelen bleef de islamistische voedingsbodem intact. Meer nog: in sommige milieus lijkt ze sterker dan ooit. Uit onderzoek blijkt dat 30 procent van de moslims vindt dat religieuze wetten boven de wetten van de Belgische staat staan. Nog eens 34 procent verkiest een politiek systeem dat op de Koran is gebaseerd. Ander onderzoek toonde aan dat meer dan 20 procent van de leerlingen in het secundair onderwijs in Antwerpen en Gent het gerechtvaardigd vindt dat homoseksuelen in bepaalde landen worden geëxecuteerd.
Die cijfers tonen aan dat het probleem breder is dan vaak wordt toegegeven. Het gaat niet enkel om kleine extremistische cellen, maar om een brede ideologische voedingsbodem. Bovendien spreken sommige mensen openlijk hun sympathie uit voor ideeën die haaks staan op de seculiere rechtsstaat. Onder de radar groeit het fundamentalisme nog sterker.
“De islamitische voedingsbodem blijft intact”
Ook buitenlandse invloed speelt een rol. Onder meer de Moslimbroederschap wordt steeds vaker genoemd als een actor die extremistische denkbeelden verspreidt die uit het Midden-Oosten worden geïmporteerd. Na de aanslagen van 2016 werden tientallen organisaties in Brussel in verband gebracht met jihadistische netwerken. Sommige van die verenigingen ontvingen subsidies voor sociaal werk of integratieprojecten, maar bleken achteraf gelinkt aan personen die radicale ideeën verspreidden.
Witwassen
De radicalisering kan bovendien moeilijk los worden gezien van de migratiestromen uit het Midden-Oosten die Europa bereikten door de oorlog in Syrië. Geleidelijk aan werd de islam witgewassen van alle blaam: niet de islam, maar ontspoorde individuen zouden de oorzaak zijn. De terroristen zouden slechts een oppervlakkige kennis van hun religie hebben gehad en zich vooral door haatpredikers hebben laten beïnvloeden.
In verschillende jaarverslagen van Unia wordt kritiek op de islam gezien als ‘cultureel racisme’. Bert Anciaux hielp ooit een handje door te stellen dat de islam niets met terrorisme te maken heeft. Wie beweerde dat de islam ‘seksistisch, gewelddadig of irrationeel’ is, moest worden gestraft.
Die witwaspraktijken gaan nog steeds door. De gevolgen van de aanslagen worden steevast geminimaliseerd. Voor Olivier Klein – professor sociale psychologie (ULB) – liet de coronaperiode een nog diepere stempel na: “De coronaperiode lijkt de herinnering aan de aanslagen deels te hebben uitgewist.” Ook sociaalgeograaf Eric Corijn (VUB) is dezelfde mening toegedaan. Volgens hem vormt het gebrek aan publieke en groene ruimte een groter probleem. Voor Salim Haouach – artistiek directeur van Ras El Hanout – vormt armoede en ongelijkheid de voedingsbodem van terrorisme. Antropoloog Noël Salazar verbindt het gebrek aan leerkrachten en jobs aan de aanslagen. De verantwoordelijkheid werd bij de maatschappij gelegd, niet bij de daders en het jihadisme.
Ontvlambaar
Toch tonen recente onderzoeken dat Brussel een licht ontvlambare omgeving blijft. De oorlog tegen Iran kan dan als een brandversneller werken. Een studie van IPSOS wees uit dat 27 procent van de Brusselaars antisemitische denkbeelden koestert. Volgens de onderzoekers spelen politieke voorkeur en religieuze achtergrond daarbij een rol. Ook zie je in het straatbeeld dat de radicalisering toeneemt: er zijn steeds meer hoofddoeken en islamitische slagerijen. De linkse partijen helpen een handje door iedere vorm van debat over onverdoofd slachten uit te weg te gaan.
Tien jaar na de aanslagen moeten we alert blijven voor de signalen van het oprukkend extremisme. Voor 2016 waren die signalen ook nadrukkelijk aanwezig, maar werden ze genegeerd of gerelativeerd. Helaas leren we niet uit onze fouten.







