De brand in de Hoge Venen die op 14 augustus 2026 uitbrak, is zeer waarschijnlijk ontstaan door maaiwerken die in opdracht van het Waalse Gewest werden uitgevoerd. Daarbij veroorzaakte een maaimachine vonken in het uitzonderlijk droge veengebied. Ondertussen blijven allerhande figuren nog steeds de klimaatverandering de schuld geven, onder wie Vlaams minister van Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit), David Van Reybrouck, Michelle Haas en Frank Vandenbroucke (Vooruit). De vraag is welke agenda daarachter schuilgaat.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Dankzij de confraters van de RTBF weten we dat de brand veroorzaakt is door een maaimachine die opereerde in opdracht van de Waalse overheid, meer bepaald het Département de la Nature et des Forêts (DNF). Dat is de tegenhanger van het Agentschap Natuur en Bos (ANB) in Vlaanderen.
Na de grote brand in de Hoge Venen (die op 14 augustus 2026 uitbrak) heeft de Luikse provinciegouverneur Hervé Jamar (MR) vooral via zijn kabinet en woordvoerders gereageerd met situationele updates. Later deed Jamar verdedigende uitspraken over de genomen maatregelen. Zijn kantoor gaf ook cijfers over de omvang: ongeveer 3.000 hectare natuurgebied zou zijn aangetast. Die cijfers worden sterk in twijfel getrokken. Via persberichten van zijn diensten werd positief nieuws gedeeld, zoals de redding van een zeldzame korhoenhaan uit het verbrande gebied.
Maaiverbod
Naarmate het onderzoek naar de oorzaak vorderde, ontstond discussie over het al dan niet uitvaardigen van een maaiverbod in de provincie Luik, terwijl in buurprovincie Luxemburg wel zo’n verbod gold.
Het is ook straf dat de Waalse overheid eerst burgers opriep “geen gensters te maken”, maar zelf een bosmaaier naar de Hoge Venen stuurde. Er werd gevraagd waarom gouverneur Jamar geen maaiverbod uitvaardigde, temeer omdat de Hoge Venen maar zo’n 20 km van de grens met Luxemburg liggen. Jamar weigert te reageren zolang het gerechtelijk onderzoek loopt.
Volgens het parket van Luik en beelden van de RTBF ligt een “landbouwvoertuig” aan de basis van de brand. Ze baseren zich op beelden van een parachutist. Het vuur begon in een zone van ongeveer 2 hectare, waar maaiwerken plaatsvonden.
Hoewel de plek van oorsprong bekend is, wordt nog onderzocht waarom er bij extreem brandgevaar toch gemaaid werd en welke exacte handeling de vonk gaf.
Droogste zomer in honderd jaar?
Volgens de krant De Standaard was de zomer van 2026 in de Hoge Venen de droogste in de laatste honderd jaar. Die overdrijving kwam van “veenexpert” Gert Verstraeten van de KU Leuven op 16 augustus. Gert Verstraeten is een gewoon hoogleraar geografie aan de KU Leuven (Departement Aard- en Omgevingswetenschappen) en wordt in de media regelmatig aangesproken als veenexpert. Zijn onderzoek richt zich op interacties tussen mens en milieu in het verleden en de gevolgen voor landschapsontwikkeling, met nadruk op: geomorfologie en bodemerosie, geo-archeologie, sedimentfluxen en historische erosiesnelheden en veranderingen in het antropoceen.
Dat laatste is zoveel als een etiket “Groen” of “klimaatactivist”. Met het ‘antropoceen’ bedoelen ze het tijdperk na de eerste atoombom en radioactiviteit in de atmosfeer of recenter het tijdperk na 1850 wanneer de industrie fossiele brandstoffen ging gebruiken. Wat ze willen zeggen, is dat de mens de planeet begon te beïnvloeden (lees: schaden). Antropos betekent man en ceen is een verwijzing naar holoceen, pleistoceen, enzovoort.
Antropoceen is politieke en ideologische prietpraat, en hoogst onwetenschappelijk, al hanteren heel veel auteurs het om aandacht te trekken en werkingsmiddelen los te weken bij overheden.
De feiten zijn dat Elsenborn nog geen cijfers gaf. Voor het referentiestation Ukkel noemt het KMI de periode 1 juli – 15 augustus 2026 de derde droogste sinds het begin van de waarnemingen in 1892.
Uit socialemediaposts van een lokaal weerstation (Mariusz Hoffmann, Mont Rigi) wordt gemeld dat deze zomer “nog geen 10 procent van de normale regen” viel, maar dat is geen officieel KMI-rapport en er wordt geen historische ranglijst gegeven. Klimaatsites geven wel langjarige gemiddelden voor Mont Rigi, maar publiceren geen zomertotalen voor 2026 of historische records per station.
De krant De Standaard voerde met andere woorden weer een groene activist op die actief is aan een Vlaamse universiteit. Zonder feiten ter ondersteuning beweert die “veenexpert” dan wat de klimaatkrant graag brengt: klimaatdoem en angstzaaien.
Strafrechtelijk onderzoek naar onopzettelijke brandstichting
Ter plekke gebeurt iets geheel anders. Volgens de Franstalige pers is er een strafrechtelijk onderzoek geopend door het parket van Luik, en bereidt de gemeente Baelen zich voor om zich als burgerlijke partij te stellen in dat dossier.
Het zou gaan om onopzettelijke brandstichting (“incendie involontaire”). Men wil de oorsprong en de omstandigheden te weten komen. Volgens het parket zijn de bevoegde politiediensten belast met de vaststellingen en het verzamelen van alle elementen die de oorzaak van het vuur kunnen ophelderen. Bovendien zijn twee experts aangesteld. Eentje voor de brand en eentje voor “verkeer en rijdend materieel”. Dat laatste geeft al aan dat ze weten wat de mogelijke bron was, namelijk die maaimachine.
Het onderzoek zal pas echt ter plaatse kunnen beginnen wanneer het terrein weer toegankelijk is voor onderzoekers.
Het parket wees erop dat bij opzettelijke brandstichting in bos- of natuurgebied de dader tot 15 jaar cel riskeert, terwijl bij onopzettelijke brand door onvoorzichtigheid de straf veel lager ligt (enkele dagen tot enkele maanden).
Verstrekkende politieke gevolgen
De politieke gevolgen zullen misschien erger zijn. De brand in de Hoge Venen leidt vooral tot politieke druk op de Waalse regering. Er kwam scherpe kritiek van de oppositie over een gebrek aan anticipatie en een reeks beleidsmaatregelen (crisisbeheer, alarmen, klimaatadaptatie). Er viel geen woord over het maaien tijdens droogte.
In het Waals Parlement is er een eerste debat gehouden over de ramp, waarbij de oppositie (PS, Ecolo, PTB) het gebrek aan leiderschap en voorbereiding aan de kaak stelde.
PS-kopstuk Christie Morreale verwijt de meerderheid dat men al maanden wist dat een grote bosbrand slechts een kwestie van “waar en wanneer” was, zonder dat het Waals gouvernement het risico serieus genoeg nam.
Op federaal niveau (de Kamer) is de brand aangegrepen om de voorbereiding op klimaatgerelateerde risico’s ter discussie te stellen. De oppositie hekelde onder meer het ontbreken van eigen luchtmiddelen voor bosbrandbestrijding.
Minister-president Adrien Dolimont (MR) erkent dat de crisis concrete lessen afdwingt, maar benadrukt dat een volledige evaluatie pas kan na afloop van de acute fase. Ondertussen doen politici wat ze altijd doen in België: commissies oprichten.
Commissies, commissies, commissies…
De Waalse regering kondigde een ‘Comité à la restauration des Hautes-Fagnes’ aan. Die moet binnen de 15 dagen een eerste stappenplan, beleidsvoorstel en kalender voorleggen. Daarnaast komt er een ‘Comité de concertation’. Dat is een commissie waarin de federale overheid en andere regio’s samenwerken ter verbetering van bevolkingsalarmen, lucht- en waterkwaliteitsmonitoring, coördinatie van gezondheidsadviezen, inzet van Defensie en de erkenning van dierlijke hulpdiensten in crisisplannen.
Ten slotte zal men de eerste Waalse strategie voor klimaatadaptatie goedkeuren. Dat is een visie tot 2060 met concrete doelen tegen 2040. Tegen eind 2026 moet een eerste actieplan 2026–2030 met een twintigtal prioritaire maatregelen op tafel liggen.
Er bestaan ook plannen om bij de Europese Unie een aanvraag in te dienen voor steun uit het Europees Solidariteitsfonds.







