Krediet is noodzakelijk voor economische groei. Als er één ding is dat dit boek aantoont, is het wel dit: wanneer dat krediet in de foute activiteiten wordt gestoken – dynastieke ambities en oorlogen bijvoorbeeld – krijgt de economie keer op keer zware tegenslagen te verduren. Antwerpen was daarvan het slachtoffer in de zestiende eeuw.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Bijna altijd blijken er ook winnaars te zijn van deze zerosumversie van het kapitalisme. De absolute kampioenen van dit roofkapitalisme en deze netwerkcorruptie waren de Fuggers. Peter Anthonissen beschrijft hun opkomst en ondergang als internationaal handelshuis en als financiers van keizers, koningen en pausen op magistrale wijze.
Bankiers van God en keizer, het geld van de Fuggers 1475-1625, is een indrukwekkend boek. Als object is het een forse baksteen groot en telt het 816 pagina’s. Het is gebonden in een harde kaft, met twee leeslinten en kapitaalbandjes.
Rente met de zegen van Rome
Het is gedrukt in vierkleurendruk op crèmekleurig papier dat aanvoelt als satijn en dat de afbeeldingen zeer goed tot hun recht laat komen.
Een boek is naast een intellectuele bevrediging ook een esthetische en zelfs een tactiele. Wat die laatste twee betreft, ontgoochelt het boek alvast niet. En hoe zit het met de intellectuele uitdaging en het leesgenot?
Die zitten goed en voldoen aan wat je van een publieksgeschiedenisboek mag verwachten, maar ze bieden ook iets extra. Zoals bij elke publieksgeschiedenis – een non-fictieboek voor een groot publiek – worden bepaalde paden niet bewandeld en duiken hier en daar enkele onnauwkeurigheden op.
Dat laatste is compleet irrelevant, want dit boek gaat niet zozeer over feitjes, maar over evoluties en structuren. En dat in een stilistisch zeer verzorgd en aangenaam lezend Nederlands.
Het is een relaas dat verteld wordt aan de hand van een familie waarvan we alleen over de mannen veel weten. Al speelden de vrouwen in de opgang van deze handelsdynastie een cruciale rol, zoals de auteur in de eerste hoofdstukken duidelijk aangeeft.
Wie is de auteur? De Antwerpenaar Peter Frans Anthonissen is 70 en vooral bekend als specialist in crisiscommunicatie en investor relations. Dat laatste is een soort public relations voor grote (beursgenoteerde) bedrijven met aandeelhouders.
Qua reputatiemanagement, zoals dat tegenwoordig heet, was hij decennialang een van de belangrijkste sprekers, docenten en adviseurs. Al tijdens zijn rechtenstudie belandde hij in de journalistiek. Via de krant kwam hij in de professionele communicatie terecht. Belangrijk is dat hij in het Antwerpse met Brandtpunt al jaren maandelijks een lezing organiseert over een non-fictieboek.
Anthonissen is geen historicus, maar een liefhebber van geschiedenis en van Antwerpen. Hij houdt er ook van zich in een bepaald onderwerp in te werken. Bovendien schreef hij er op een vlotte manier duizend pagina’s over, waarvan een dikke achthonderd dit boek vormen.
Onderpand: één kopermijn, graag
Het is een boek dat weinig nieuws vertelt voor het drietal academische specialisten in het onderwerp, maar dat veel lezers wel iets zal bijbrengen wat ze nog niet wisten.
Enerzijds gaat het dan over boeiende weetjes en inzichten, zoals de manier waarop Fugger rente of intrest door de Kerk aanvaardbaar liet maken. Dat versoepelde het mobiliseren van kapitaal voor de economie.
Anderzijds gaat het over het grotere plaatje van de veranderende markten in de vroegmoderne tijd. Met zijn visie op de Fuggers vertelt Anthonissen het verhaal van de vroegste ontwikkelingen in het roofkapitalisme, of het eindigheidskapitalisme zoals econoom en historicus Arnaud Orain het noemt.
De auteur doet dat zonder grote theorieën zoals die van Orain, maar op zijn geheel eigen analytische manier. Anthonissen vindt daarbij het wiel niet opnieuw uit, maar verfraait de spaken en de velgen, terwijl hij tegelijk de wagen beschrijft waarop dat wiel gemonteerd is.
Die ietwat vreemde beeldspraak verklaar ik misschien best met voorbeelden. Iedereen weet wanneer het vroege kapitalisme ontstond en welke factoren en actoren een rol speelden. Anthonissen neemt de belangrijkste actoren, zoals de familie Fugger, en de belangrijkste factoren. Daarrond bouwt hij een verklaringsmodel dat zowel chronologisch als thematisch uitgewerkt wordt.
Hij begint met een aanmaningsbrief van Jakob Fugger aan Karel V. Zo schetst hij meteen de historische rol van zowel de Fuggers als de Habsburgers.
Daarna passeren alle Fuggers de revue. Van de eerste horige boer die naar de stad Augsburg trok om vrij te zijn – wie lang genoeg in de stad woonde, werd een vrij man – tot de erfgenamen die zich nestelden in aangekochte adellijke burchten en van financiers renteniers waren geworden.
Kortom, een chronologie van de late middeleeuwen tot onze tijd. De nadruk ligt uiteraard op de periode 1475-1625, zoals de ondertitel aangeeft. Het is een periode waarin een nieuwe economische wereld ontstond en waarin ook geopolitiek erg veel veranderde.
Antwerpen, de Wall Street van de zestiende eeuw
Anthonissen schetst de rol van de Habsburgse dynastieke ambities en de pauselijke dubbelrol van wereldlijk én religieus leider. Telkens in het kader van de uitzonderlijke relatie met de Fuggers, die de ambities van beide actoren hielpen financieren.
De wijze waarop die financiering gebeurde, was al even buitengewoon. In het ancien régime had de vorst het alleenrecht op mijnbouw en bodemrijkdommen. Die exploiteerde hij natuurlijk niet zelf, daarvoor gaf hij concessies. In het geval van goud, zilver en koper zat er een monetair aspect aan die ontginning.
Wat de Fuggers deden, was het met textiel verworven kapitaal uitlenen aan vorsten allerhande. Niets nieuws, maar ze vroegen de mijnen als onderpand. Al snel volgden de exploitatie en zelfs een deel van de opbrengsten van goud, zilver, kwik, zout en vooral koper.
Die metalen, en dan vooral koper, waren voor de toenmalige economie wat aardolie is voor de onze. Koper diende als betaalmiddel voor slaven en specerijen in Afrika en Azië. Het diende om munten te slaan in Europa. En het diende als grondstof voor gebruiksvoorwerpen, van potten en pannen tot kanonnen.
De Fuggers verdienden niet enkel rente op leningen, ze exploiteerden de onderpanden ook in de ruimste zin. En ze deden dat moderner, grootschaliger en efficiënter dan voorheen. Dat leverde quasimonopolies op.
De Fuggers verdienden op de prijsverschillen, dankzij een netwerk van factorijen. Vanuit die factorijen kwam een informatiestroom naar Augsburg die zijn gelijke niet kende qua efficiëntie. Al die vestigingen konden alleen zo lucratief zijn omdat de Fuggers volgens Anthonissen als eersten de dubbele boekhouding op dergelijke schaal boven de Alpen toepasten.
Van horige boer tot bankier van de paus
Dat boekhouden had de quasihoofdpersoon van het boek, Jakob Fugger de Rijke, in Venetië geleerd. Volgens Anthonissen combineerde hij die boekhouding, die informatiestroom en dat netwerk om als handelaar én als kredietverlener de belangrijkste speler van zijn tijd te worden.
Nergens beweert Anthonissen dat Fugger op dat vlak uniek was. Hij was uniek wat de schaal van zijn operaties betreft.
De monsterlening aan keizer Maximiliaan I om diens kleinzoon Karel tot keizer Karel V te laten verkiezen passeert uiteraard uitvoerig de revue. Net als de drie staatsbankroeten van Filips II van Spanje, de zoon van keizer Karel, die ei zo na de ondergang van de Fuggers betekenden.
Binnen het ruimtelijke kader van het factorijennetwerk van de Fuggers speelde Antwerpen de hele zestiende eeuw een belangrijke rol. Waar in het begin Venetië voor de Fuggers bijzonder belangrijk bleek, werd Antwerpen al snel de toplocatie.
Als handelscentrum voor koloniale goederen, textiel, metalen en kredieten zouden Antwerpen en vooral de Antwerpse beurs een rol van betekenis gaan spelen. Hier kwamen kredietverlening aan vorsten en alle mogelijke transacties samen.
Dankzij de beurs werden wisselbrieven nergens zo vlot verhandeld of uitbetaald als in Antwerpen. Samen met het juiste juridische klimaat zorgde dat ervoor dat het kapitalisme hier een enorme vlucht kon nemen.
Kredieten en wisselbrieven ontlenen hun waarde aan vertrouwen, zeg maar aan reputaties. Dat wisten de Fuggers donders goed. Wat dat betreft biedt Anthonissen een bijzonder inzicht in de aandacht die de Fuggers aan die reputatie hechtten.
Ze deden zeer bewust aan imagebuilding. Zowel op zakelijk vlak als via filantropie en schenkingen aan kerkelijke instellingen. De Fuggerei, het oudste gestructureerde sociale woningproject, is daar een mooi voorbeeld van. Het bestaat vandaag nog altijd in Augsburg.
Een baksteen van een boek
Het boek biedt een boeiend parallel verhaal over de opgang en de neergang van een dynastie van vorsten en van hun ‘bankiers’: de Habsburgers en de Fuggers. Het zijn de kinderjaren van het zogenaamde roofkapitalisme, dat gebaseerd was op exploitatie, macht en onvrijheid.
Het sluiten van zeeën en landen door militaire macht en de bijhorende misbruiken van monopolies: het is een groot verschil met het liberale vrijhandelskapitalisme uit de schoolboekjes, dat in de praktijk nauwelijks heeft bestaan. In de negentiende eeuw tot pakweg 1880 en na de Tweede Wereldoorlog tot pakweg 2010.
De Fuggers waren vanuit een puur filosofisch-economisch oogpunt schurken. Geen grotere schurken dan hun tijdgenoten, maar handigere en slimmere. Met een beter netwerk bovendien en met machtiger ‘vrienden’.
Anthonissen beschrijft de schurkenstreken met verve, zelfs de smokkel en de illegale praktijken met het zilver. Maar hij benoemt ze niet als uitbuiting of misdaad, omdat hij duidelijk bewondering toont voor het vernuft en de efficiëntie. Hij is allicht verstandig genoeg om geen anachronistische stempel te drukken op dergelijke historische contexten.
De chronologie in de geschiedschrijving van de Fuggers wordt soms onderbroken door thematische hoofdstukken of anekdotische passages. Voor de ene lezer zal dat verfrissend zijn, voor de andere misschien storend. De herhaling van sommige feiten of verhalen die dat meebrengt, kan de ene lezer storen. De andere helpt zo’n opfrisser juist om de draad niet te verliezen.
De volumineuze nadruk op Jakob Fugger valt te verklaren door zijn belang en door de kennis die over hem bestaat. Zijn neef en opvolger Anton Fugger komt ruim genoeg aan bod, maar opvallend minder ruim. En dat terwijl hij wel verantwoordelijk was voor het hoogtepunt van de kapitaalaccumulatie bij de Fuggers.
De levenswandel van Anton is een pak minder spectaculair dan die van zijn oom. Maar voor de institutionalisering van de praktijken van de familie lijkt Anton als gortdroge manager historisch gezien misschien belangrijker. Dat is zeker voer voor boeiende nabesprekingen.
Bankiers van God en keizer is een publieksgeschiedenis en leest vlot. Het is een prachtig verhaal over het vroege kapitalisme en het ontstaan van de financiële markten. Het biedt inzichten in de financiële rampen die de vroege centralistische staten in Europa door dynastieke ambities meemaakten. Het is een relaas van spilzieke gekroonde hoofden en handige financiers die fortuinen vergaarden en soms verloren.
Om de gevolgen van die cruciale factoren en actoren in de vroegmoderne tijd te begrijpen, zal een volgend boek nodig zijn. Anthonissen gaf al enkele aanzetten, zoals in zijn korte beschrijving van de Spaanse Furie in Antwerpen in 1576, waarbij ook een Fugger betrokken was: kolonel Karl Fugger, een Duitse huurlingenleider van het ergste soort.
Het boek is een aanrader en vooral een schatkist met weetjes die kunnen dienstdoen bij lange discussies over allerlei onderwerpen.








Hartelijk dank voor de boeiende info.