John De Wilde van De Strangers
Vrijheid van meningsuiting

In memoriam: John van De Strangers

Lode Goukens

Met Stranger John overleed een zanger wiens gezicht bijna elke Vlaming kent, maar wiens stem velen niet meteen aan één liedje kunnen koppelen. Die liedjes bestaan nochtans, maar Johns sterkte was zijn harmonieuze samenzang met de groep. Door zijn bekkentrekkerij bij televisieoptredens kent iedereen John als de clown van De Strangers.

Geen advertenties meer?

Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!

Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:

Doorlopend abonnement

Maandelijks opzegbaar

€ 9,00

per maand

Eenmalig betalen

3 maanden PAL-abonnement

€ 27,00

per kwartaal

Geen gedoe

12 maanden PAL-abonnement

€ 108,00

per jaar

Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!

Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.

Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!

Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.

Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!

Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.

Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.

Jan Guillaume Mathilda (John) De Wilde (Antwerpen, 29 september 1933 – 2 oktober 2026) was de laatste van de oorspronkelijke oprichters van de Antwerpse groep De Strangers. Hij overleed afgelopen vrijdag op 93-jarige leeftijd. Velen herinneren zich hem als de clown van het gezelschap, maar tot zijn overlijden in 1984 nam eigenlijk Pol Bollansee die rol vaak op zich. De Strangers zongen meestal als ensemble en daarin blonk De Wilde echt uit, al zorgde hij vaak voor komische terzijdes en bekkentrekkerij.

Zoals wel meer later bekende artiesten leerde hij flamencogitaar spelen bij Wannes Van de Velde. Daarna vormde hij samen met Gust Torfs een accordeonduo, tot in 1952 De Strangers werden opgericht.

Zoals bij veel artiesten in het lichtere genre was het een uit de hand gelopen hobby. De Wilde bleef daarnaast gewoon werken tot zijn pensioen.

De Strangers waren een groep met zeer complementaire stemmen. Bob Van Staeyen was bijvoorbeeld vocaal en visueel bijzonder herkenbaar, terwijl John De Wilde als medeoprichter en langdurig lid een groot deel van het repertoire meezong.

De Strangers als Antwerps erfgoed

De geschiedenis van De Wilde is ook de geschiedenis van de groep, een groep die tot het Antwerpse erfgoed behoort. Het FelixArchief van de stad Antwerpen bewaart onder meer een dag-, foto- en knipselboek over De Strangers en een opname van hun laatste optreden. Dat maakt de groep niet alleen tot een onderwerp van populaire muziekgeschiedenis, maar ook tot onderdeel van het Antwerpse immateriële en audiovisuele erfgoed.

Een recent voorbeeld. Op het trouwfeest van mijn 28-jarige neef, enkele weken geleden, was het hoogtepunt op de dansvloer het moment waarop de Antwerpenaren van jong tot oud in een kring Antwârpe meezongen en meewiegden. De Nederlandse familie van de bruid had meteen iets te vertellen boven de Moerdijk.

Wie meer wil weten over de geschiedenis van De Strangers, hoeft niet naar het politiek correcte Wikipedia. De groep heeft immers een eigen website.

Een persoonlijke geschiedenis

Het is misschien een tikje ongebruikelijk bij een in memoriam, maar ik geef hier een persoonlijke versie van die geschiedenis, onder het motto: een groep is meer dan een zanger. Daarmee keer ik een bekende uitspraak van de Antwerpse zanger Wannes Van de Velde om. Wannes zei: “Ne zanger is een groep.” John De Wilde, dat was De Strangers.

Het eerste cassettebandje dat ik als tienjarige kocht (voor 120 frank, denk ik), was De Strangers Troef! Al snel volgden een best-ofcassette, Te Pakke of te Late en Zeg Maar Strangers. Zo konden mijn broertje en ik papa die bandjes laten afspelen tijdens lange autoritten met het hele gezin. Mama gruwde van dialect en van sommige liedjesteksten, maar papa was fan en medeplichtige (hij had twee vinylplaten: Goe Zot van De Strangers en de plaat van Jef Elbers met het ontroerende Leopold II). Het illustreert hoe De Strangers in de jaren 1970 en 1980 jong en oud bereikten met hun repertoire.

Jarenlang heb ik al die vinylplaten en zelfs een aantal cassettes verzameld als curiosa. Vóór de opkomst van de kringloopwinkels was dat niet eenvoudig. De platen waren ten eerste al behoorlijk oud en ten tweede moeilijk te vinden. De platenhoezen waren soms bijzonder. Alex Boeye, die tekenleraar was in het Atheneum, verzorgde vaak het artwork.

De eerste platenmaatschappij, Decca, was ook niet van de minste. De meeste platen verschenen bij Dureco, later zaten ze bij kleinere labels. Al Van Dam was 34 jaar lang de vaste producer van De Strangers. Hij produceerde het grootste deel van hun platen en schreef of componeerde ook verschillende nummers voor de groep. Toen hij in 1992 Dureco verliet, stapten De Strangers eveneens over naar Indisc.

Van het Kiel naar de televisie

De carrière van De Wilde en De Strangers begon in de jaren 1950, toen cafés nog jazzbandjes of orkestjes hadden en er heel veel live werd opgetreden. De Strangers — aanvankelijk geschreven als The Strangers — werden op 8 mei 1952 opgericht door vier vrienden uit het Antwerpse Kiel: Gust Torfs, Alex Boeye, Pol Bollansee en John De Wilde. Hun eerste openbare optreden vond plaats op 7 januari 1953 in de feestzaal van de Krugerstraat in Hoboken, voor de plaatselijke KWB.

Op de platenhoezen zie je goed dat ze allemaal in modieuze, krappe donkere pakken met wit overhemd en das optraden. In 1956 traden ze voor het eerst op voor de Vlaamse televisie. Twee jaar later, in 1958, brachten ze hun eerste plaat uit. Wat velen zal verbazen: die eerste opnamen waren in het Algemeen Beschaafd Nederlands. Tijdens optredens brachten ze zelfs nummers in het Frans en het Engels. Althans volgens papa, die er met vrienden een paar bijwoonde. Dat is op zich geen enkele garantie, want over de optredens van Ferre Grignard wist hij enkel te vertellen dat er in de gelagzaal aan de Stadswaag hasjiesj werd gerookt. En over de optredens van Wannes Van de Velde in Brussel vernam ik enkel dat hij toen alleen gitaar speelde.

In 1960 brachten De Strangers met TV Truut hun eerste plaat in het Antwerps uit. In 1961 volgde de Antwerpse single Oek’andana. Een ander bekend nummer uit die periode is ’k Hem geblet, op de melodie van J’ai pleuré van Claudia Sylva. Humor was altijd belangrijk, al was het soms nogal studentikoze humor.

In die periode ontwikkelden ze de formule waarmee ze beroemd zouden worden: bekende melodieën voorzien van nieuwe, humoristische en vaak satirische teksten in het Antwerpse dialect.

Satirisch, maatschappijkritisch, Vlaamsgezind en volgens critici nu soms een tikkeltje populistisch. Dat laatste vond men toen vanzelfsprekend. De nummers waren altijd herkenbaar voor een breed publiek en sterk verbonden met de stad Antwerpen.

In 1964 stopte Gust Torfs met optreden, maar hij bleef wel actief als tekstschrijver, net als Boeye, die onder het pseudoniem Lex Colman schreef. Torfs werd vervangen door Bob Van Staeyen, de man die iedereen zich herinnert als een soort Brit met een rosse snor (die hij toen overigens nog niet had). Bob leek als twee druppels water op de sheriff in de stripverhalen van Robin Hoed van Turk en De Groot. Hij was een zanger met een opvallend diepe stem en een onwaarschijnlijk parlando.

In 1964 verscheen de eerste langspeelplaat van de groep. In 1965 vierden De Strangers hun duizendste optreden, met opnieuw een langspeelplaat, getiteld …the strangers. Op de cover staan foto’s waarop de leden gekke bekken trekken. De Wilde was uiteraard de uitblinker.

Gouden platen en boze memo’s

In 1967 kregen ze hun eerste gouden plaat, voor de verkoop van 100.000 fonoplaten. Hun succes leidde datzelfde jaar tot een eigen televisieshow. De groep ondervond wel tegenstand van de toenmalige BRT (de voorloper van de VRT). De gepolitiseerde top probeerde dialectzangers van de antenne te weren. Door hun populariteit werden ze toch gedraaid en kwamen ze toch op tv, al volgden telkens boze memo’s van de directie en klaagbrieven van kijkers van buiten Antwerpen.

In 1971 brachten De Strangers de single V’r de poen uit, een cover van Michel Delpechs Franse hit Pour un flirt (1971). De titel betekent letterlijk ‘voor het geld’ en de tekst is een Antwerps gekleurde, satirische vertaling die draait om de almacht van geld.

La la la la la

In den tijd zee ons moe:

“Joenge, luistert na is goe:

Ve de poen is ’t te doen.”

’t Is e feit: al wa telt,

Is ’n dikke noeft mè geld.

Ve de poen is ’t te doen

In 1976 vervoegde Ernest ‘Nest’ Adriaensen De Strangers definitief. Daardoor bestond de groep tijdelijk uit vijf leden. Adriaensen is nu het laatste nog levende lid van de klassieke bezetting.

Tot de bekendste nummers uit die periode behoren:

  • Oh Mijnen Blauwe Geschelpte, naar Una Paloma Blanca van George Baker Selection.
  • Schele Vanderlinden, naar Gigi l’Amoroso van Dalida.
  • Bij de Rijkswacht, naar In the Navy van de Village People.
  • Antwârpe, naar Si tu t’appelles mélancolie van Joe Dassin.

Vooral Bij de Rijkswacht groeide uit tot een monsterhit. De Wilde beleefde hier zijn moment de gloire. Bij liveoptredens speelde hij de rijkswachtrekruut en clown. Omdat de televisie steeds meer overschakelde op playback, kon De Wilde zich in die rol bijzonder uitleven.

Dat sloeg veel minder aan na de start van de commerciële televisie, toen de groep in 1991 een eigen VTM-reeks kreeg: De Strangorianen werd een flop. Ze hadden hun start nochtans niet gemist. Met Den Bompa, de titelsong van de gelijknamige tv-serie van het Echt Antwaarps Theater, scoorden ze in 1989 een hit. Die tv-serie was het kijkcijferkanon van de nieuwe zender. Zo schreven ze nogmaals een liedje dat voortleeft in het collectieve geheugen van menige Vlaming. Dat liedje was trouwens een update van een van hun oude liedjes.

Het is ook een van de melancholieke liedjes die ze altijd brachten. Over melancholie gesproken: Antwârpe werd later door veel Antwerpenaren als een soort onofficieel volkslied beschouwd. Bart De Wever recupereerde het als burgemeester later zelfs als officieel volkslied.

Ondanks het heel lange bestaan van de groep bleven ze altijd een vriendengroep, tot op hoge leeftijd. Pol Bollansee overleed al in 1984. Daarna gingen De Strangers verder als kwartet met John De Wilde, Alex Boeye, Bob Van Staeyen en Nest Adriaensen. Die bezetting bleef volgens de officiële groepsgeschiedenis bestaan tot hun afscheid.

De groep werd intussen een cultureel fenomeen. In 1977 verscheen het boek ‘De Strangers: een verschijnsel’.

Op de zwarte lijst

De groep beleefde ook een erg zware periode, toen ze als een van de eerste artiesten werden gecanceld omdat ze hadden opgetreden voor het Vlaams Blok. Bijna meteen stonden ze op een zwarte lijst. De VRT stopte met het draaien van hun nummers. Aan de Reyerslaan waren ze nog niet vergeten dat de groep meteen met VTM in zee was gegaan. Plots werden succesvolle liedjes zoals De Ziekenkas als racistisch bestempeld. Dat gold ook voor andere liedjes, zoals De Gastarbeider (naar Le métèque van Georges Moustaki).

ik zèn nen bleken Algerijn

′k zou gère gastarbeider zijn

en dan nog liefst in den Belgik

want hier bij ons is ‘t toch zo warm

ik heb mor een vraa, ik zèn arm

′k verdien e frangeske en ne chik

a’k van me wark is verlet

dan trekkik giênen R.M.Z

giên kindergeld of giênen dop

ik wil nor ‘t land van Boudewijn

′k heb wel gin cente veur den trein

dan doenek ′t mor mè autostop

Dat nummer verscheen in 1971 en stond in 1972 op de langspeelplaat Goe Zot.

De flop van De Strangorianen gaf VTM een goed excuus om hen ook te cancelen. Ze raakten nergens meer aan de bak. Zalen boekten hen niet meer.

Toch waren niet alle satirische of maatschappijkritische liedjes geënt op een buitenlandse hit. Zo was het lied Inflatie uit 1975 een eigen compositie. Het was de B-kant van Antwârpe en stond op de lp Bloemekee.

We leefden in ons apeland

op veel te grote voeten

en ’t is veur al die overdaad

da wij nà moette boeten…

Veel van de liedjes en vooral de teksten hebben nog altijd niet aan actualiteit ingeboet.

De laatste platen van De Strangers

Na 1989 was het eigenlijk afgelopen voor de groep. Met Den Bompa, op de melodie van de traditionele Sambre & Meuse-mars, kenden ze op die langspeelplaat nog een respectabele verkoop, meesurfend op het succes van de tv-serie op VTM. In 1991 verscheen hun 27ste en laatste lp. Die laatste lp’s kwamen ook op cd uit. Voortaan ging het vooral om verzamelcd’s voor mensen die hun platencollectie vervingen door cd’s.

Later volgden nog twee originele cd’s, maar door de boycot van het culturele wereldje was het afgelopen.

Het zou nog jaren duren voor het tot een rehabilitatie kwam. In 2002 vierden ze in mineur 50 jaar De Strangers. Hun Vlaamsgezinde teksten stoorden, terwijl dat voordien nooit het geval was geweest. Zo werd A Monsieur Brel uit 1977 gewoon op de radiozenders van de BRT uitgezonden. Het nummer is tegelijk een hommage aan en een spotlied over Jacques Brel. De Strangers verwijten Brel — op ironische toon — dat hij als Vlaming die Franstalig en Brusselaar werd, Vlaanderen kleinerend zou voorstellen. Een terugkerende pointe is: “Ochgot, meniêr Jacques Brel…” Een typisch De Strangers-nummer, waarin Vlaamse identiteit, taalstrijd en humor worden gecombineerd met een ironische verering van Brel.

Het jaar erop volgde het kritische Den Dopper (op Rivers of Babylon van Boney M.). Dat liedje begon in tijden van grote werkloosheid met:

on de deure van ‘n doplokaal

in ‘n lange rij

sto ne joenge gast

te wachte tottem zijne stempel krij’

on de deure van ‘n doplokaal

go ginnen dag veurbij

of a zee: “god-wet

isser misschien ‘n djob veur mij . .!!”

Met Jan ‘John’ De Wilde verdwijnt een iconische figuur van het Vlaamse immateriële erfgoed, aan wie ’t Pallieterke gehecht was. En dat was wederzijds.

PAL Nieuwsbrief

schrijf je gratis in

Blijf op de hoogte met onze dagelijkse nieuwsbrief

Lode Goukens is docent, onderzoeksjournalist en schreef voor verschillende grote Vlaamse en internationale publicaties. Vandaag is hij hoofdredacteur van PAL.be.

1 gedachte over “In memoriam: John van De Strangers”

  1. De Strangers waren meer dan een gewone groep. Ze zongen spotliederen over zowat alles en over complexe maatschappelijke veranderingen. Daarbij schuwden ze de meer ernstige en sociale thema’s niet. Over liefde en verdriet en de weemoed die ons soms overvalt. Steeds met een glimlach en verbonden met ons allemaal. De lelijke media mogen jullie hebben buiten getrapt maar dat zullen wij niet doen. Diep respect voor voor wat jullie ons hebben gegeven. Jullie reizen voor altijd met ons mee.

Plaats een reactie

Delen