Deze week kwamen Zuhal Demir, Caroline Gennez en Jo Brouns onprettig in het nieuws met beschuldigingen van vriendjespolitiek. Netjes verdeeld over de drie partijen in de Vlaamse Regering, zou vlak voor de kerstvakantie een koehandel hebben plaatsgevonden waarbij de drie ministers ieder wat geld mochten uitdelen aan een bevriende organisatie.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Het is geen toeval dat N-VA-minister Demir als eerste onder vuur werd genomen, eerst in het parlement en daarna ook gretig in de pers. Demir is al langer een van de favoriete schietschijven, niet alleen van de oppositie, maar ook van de coalitiepartners CD&V en Vooruit. Dat ze zichzelf graag profileert als een minister die de dingen weet aan te pakken, is daar natuurlijk niet vreemd aan.
Het moet echter zijn dat de aanstichters van deze rel niet helemaal goed geïnformeerd waren. Amper enkele dagen nadat ook CD&V en Vooruit schande spraken over Demir, kwam immers aan het licht dat hun eigen ministers Gennez en Brouns in hetzelfde bedje ziek waren. De drie gevallen waren zelfs aan mekaar gekoppeld tijdens de laatste ministerraad voor de kerstvakantie.
Vriendjespolitiek?
Wat hebben de drie Vlaamse ministers dan mispeuterd? Demir trok een openbare aanbesteding in en gaf in de plaats daarvan een subsidie van acht miljoen euro aan het Expertisecentrum voor Onderwijs en Leren van de hogeschool Thomas More. Dat het centrum weigerde deel te nemen aan de aanbesteding omdat het de voorwaarden ervan te onrealistisch vond, roept natuurlijk vragen op. Bovendien was het hoofd van het centrum betrokken bij het opstellen van de minimumdoelen die het nu mee moet helpen invoeren bij de basisscholen.
Gennez richtte dan weer een nieuw kenniscentrum op en gaf daarbij een (veel kleinere) subsidie aan een vzw waarvan haar kabinetsmedewerker twee jaar geleden nog voorzitter was. De toekenning gebeurde rechtstreeks, dus zonder openbare aanbesteding. Brouns gaf dan weer een subsidie van vijf miljoen euro aan een vzw van de Boerenbond, waar een van zijn kabinetsmedewerkers nog niet zo lang geleden bestuurder van geworden is.
Erg fris ziet dat er allemaal natuurlijk niet uit. Maar zijn we daarmee nu ook in Vlaanderen aanbeland in een PS-cultuur, waarvan in het bijzonder Gennez beschuldigd werd?
De ‘nieuwe politieke cultuur’ vraagt immers dat zulke toekenningen geregeld worden via een openbare aanbesteding die netjes op een zakelijke, neutrale en objectieve manier afgehandeld wordt door de administratie, zonder enige vorm van politieke inmenging of vriendjespolitiek. In de praktijk loopt het echter vaak heel anders met zulke openbare aanbestedingen.
Kleine wereld
Tenzij het is om potloden of koffiekoppen in te kopen (en zelfs dan nog), is de markt natuurlijk niet oneindig groot. Naarmate de gevraagde dienst meer gespecialiseerd is, kom je hoe dan ook vaak uit op slechts een handjevol concurrenten. Die concurrenten kennen mekaar al jaren, hebben vaak al eens samengewerkt, komen mekaar op seminaries en beurzen tegen, snoepen ook werknemers van mekaar of de overheid af, of omgekeerd, verliezen al eens een werknemer aan de overheid of een kabinet. Vaak is het een klein wereldje en daar valt niet veel aan te doen.
Daar komt nog bij dat in het lastenboek van een aanbesteding keuzes gemaakt moeten worden. Die zijn niet altijd even neutraal – kunnen dat ook niet altijd zijn – en verraden vaak wie de uitverkoren kandidaat is. Ook daar valt weinig aan te doen als je de kosten van de aanbesteding wat binnen de perken wil houden.
Een rechtstreekse toekenning kan daarom wel degelijk een beter beleid zijn dan een openbare aanbesteding, en bovendien een besparing op ons belastinggeld. Men moet daar dan wel transparant over zijn en een motivatie hebben die steek houdt. In zeven haasten vlak voor de kerstvakantie een beslissing nemen, en dan nog netjes verdeeld tussen drie ministers van elk van coalitiepartners, dat is echter vragen om problemen. Het weze misschien een les voor minister-president Matthias Diependaele.
Meer over de Vlaamse Regering







