De voormalige rector Luc Sels hield ervan om op zondagnamiddag rond te wandelen aan het Sportkot in Leuven en daar te genieten van de internationalisering: “Je moet op een zondagnamiddag eens naar het Sportkot trekken, dan zie je op de verschillende sportvelden de hele wereld langs je voorbij komen. 154 nationaliteiten, dat is een enorme winst voor de diversiteit en biedt kansen tot culturele verrijking.” Dit verklaarde hij vorig jaar aan het studentenblad Veto (14 juli). Ik zou Sels durven aanraden om zijn hobby ook eens te gaan beoefenen op de luchthaven van Zaventem. Daar zal hij op korte tijd allicht nog veel meer buitenlanders tegen het lijf lopen.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Door de internationalisering lijken luchthavens en universiteiten steeds meer op elkaar. Het zijn allebei plekken die de Franse antropoloog Marc Augé ooit ‘non-lieux’ noemde: plaatsen waar mensen om louter utilitaire redenen vertoeven, zonder dat ze er enige emotionele of identitaire band mee hebben. Op non-plaatsen zie je veel passanten, vaak met uiteenlopende nationaliteiten, maar er zijn geen betekenisvolle contacten, er is geen gemeenschap. Het zijn oorden van banaliteit. Voor ‘culturele verrijking’ ben je daar duidelijk aan het verkeerde adres.
Kleine bubbels
Aan een universiteit is het net hetzelfde. Daar passeren steeds meer buitenlandse studenten en onderzoekers, zoals passagiers in een luchthaven. Ze willen zo snel en zo goedkoop mogelijk een diploma halen. Ze leven in kleine bubbels van landgenoten. De communicatie tussen de bubbels gebeurt in gebrekkig Engels. Geen haar op het hoofd van die buitenlandse onderzoekers en studenten dat eraan denkt om kennis te maken met de Vlaamse cultuur of geschiedenis, laat staan om Nederlands te leren. Wat dit fenomeen met ‘culturele verrijking’ te maken heeft, is een raadsel.
“Niet ‘culturele verrijking’ is het werkelijke oogmerk van de rectoren, wel een hogere positie bemachtigen op de internationale rankings”
Als luchthavens zoveel mogelijk reizigers willen aantrekken, dan is dat natuurlijk louter om commerciële redenen. Bij universiteiten is het net zo. Niet ‘culturele verrijking’ is het werkelijke oogmerk van de rectoren, wel een hogere positie bemachtigen op de internationale rankings. Daarvoor moeten ze zoveel mogelijk buitenlandse onderzoekers aantrekken.
Eind vorig jaar kwam het bericht dat er voor het eerst meer buitenlandse dan Belgische doctorandi zijn aan de vijf Vlaamse universiteiten. Dat aantal buitenlandse doctorandi is spectaculair gestegen van 4.725 in 2018 naar 6.653 in 2025, dat is 50,7 procent van het totaal. Een grote prestatie is dat niet. In vergelijking met de meeste andere landen krijgen doctoraatsonderzoekers in Vlaanderen een riant loon. Geen wonder dat ze staan te trappelen om naar hier te komen.
Aangezien veel van die onderzoekers hier blijven plakken, is dat een goede zaak voor de Vlaamse arbeidsmarkt, beweren de universiteiten. Nu valt het te betwijfelen of de bedrijven zitten te wachten op buitenlandse doctors in de letteren of de sociale wetenschappen. Maar zelfs in het geval van ingenieurs gaat het argument van de universiteiten vaak niet op.
Transfer van kennis naar totalitair regime
Heel wat van de instromende doctorandi zijn Chinezen. Die komen naar hier met een beurs van de ‘China Scholarship Council’ (CSC). De Vlaamse universiteiten (en dus de belastingbetalers) springen financieel bij om die onderzoekers een volwaardig loon uit te kunnen keren. CSC-doctorandi moeten geavanceerd technologisch onderzoek doen. Een keer dat ze hun doctoraat hier hebben behaald, zijn ze verplicht om terug te keren naar China. Op die manier financiert de overheid de transfer van hoogtechnologische knowhow naar een totalitair regime. Begrijpe wie kan.
Maar zelfs als die onderzoekers hier blijven, is het eigenlijk wel de taak van de universiteiten om aan headhunting te doen voor de bedrijven? De kerntaak van de universiteiten is het aanbieden van kwaliteitsvol hoger onderwijs voor de Vlamingen. Juist die komt in het gedrang door de toenemende internationalisering.
Buitenlandse onderzoekers die zich niet verwaardigen om onze taal te leren, kunnen moeilijk worden ingeschakeld in het Nederlandstalige onderwijs. Hierdoor vergroot de druk om Nederlandstalige programma’s te verengelsen. Zo worden studenten in Nederlandstalige opleidingen steeds meer, subtiel of minder subtiel, onder druk gezet om hun masterproef in het Engels te schrijven. Op die manier kunnen ze worden begeleid door buitenlandse onderzoekers. Om die ook te kunnen inschakelen bij het lesgeven, worden steeds meer vakken verengelst.
Alles verengelsen?
De gemakkelijkste oplossing is om ineens de hele opleiding te verengelsen. Alleen, tot afgrijzen van de universiteiten heeft de Vlaamse overheid dat streng gereguleerd. Als een opleiding wordt verengelst, moet er ook een Nederlandstalig equivalent blijven bestaan. Zoals bekend zijn die equivalenten vaak spookopleidingen die enkel op papier bestaan. De universiteiten doen al het mogelijke om de studenten naar de Engelstalige opleidingen te lokken. Wie daartegen ingaat en koppig voor het Nederlands kiest, wordt scheef bekeken.
Het resultaat is natuurlijk dat het aantal ingeschreven studenten in de Nederlandstalige opleidingen daalt. Daarmee kunnen de universiteiten dan uitpakken om de taalregels belachelijk te maken: wat een verspilling toch dat we die equivalenten moeten blijven organiseren voor een handvol studenten. Gelukkig lijken we momenteel een minister van Onderwijs te hebben die zich niet om de tuin laat leiden door dit soort van perfide spelletjes.
“De Vlaamse Regering is eindelijk tot het besef gekomen dat dit alles moeilijk uit te leggen valt”
Dat die Engelstalige opleidingen steeds succesvoller zijn, komt ook en vooral door de instroom van buitenlandse studenten. Ook daarvoor kloppen de universiteiten zich op de borst. In werkelijkheid is er niets gemakkelijker dan het aantrekken van buitenlandse studenten. Dat komt omdat het inschrijvingsgeld hier laag is in vergelijking met topuniversiteiten in het buitenland. De competitie tussen de Vlaamse universiteiten, en intern tussen de verschillende faculteiten, wordt steeds intenser. Om de studentencijfers op peil te kunnen houden, moeten de faculteiten studenten uit het buitenland aantrekken. Internationale studenten zijn het kanonnenvlees van de academische concurrentiestrijd.
Te weinig plek
Die studenten naar hier halen is een beetje zoals het opendraaien van een waterkraan. Daar is op zich niets moeilijks aan. Alleen moet je zien dat je het water ook kunt opvangen. En daar wringt hem het schoentje aan de universiteiten. Er is onvoldoende huisvesting voor de toevloed aan buitenlanders, waardoor de prijzen van de koten de pan uit swingen. Maar vooral zijn er te weinig professoren om al die studenten op een kwaliteitsvolle wijze te kunnen opleiden.
Om voldoende hoge cijfers te kunnen draaien, moeten de faculteiten de lat laag leggen bij de selectie van buitenlandse studenten. Zo ontstaat er op masterniveau een instroom van studenten met een veel beperktere vooropleiding dan de Vlaamse studenten. Hierdoor daalt onvermijdelijk de kwaliteit van het onderwijs. Op die manier verliezen de Vlaamse belastingbetalers drie keer: ze financieren het universitaire onderwijs van buitenlanders, ze krijgen minder kwaliteitsvol onderwijs voor hun eigen kinderen en ze betalen zich blauw aan steeds duurdere koten.
De Vlaamse Regering is eindelijk tot het besef gekomen dat dit alles moeilijk uit te leggen valt. Vandaar dat ze heeft beslist om de niet-Europese studenten in Engelstalige opleidingen nog maar beperkt te financieren. Die groep mag maximaal 2 procent van de studentenpopulatie bedragen. Universiteiten mogen meer buitenlanders inschrijven, maar dan moeten ze dat zelf betalen. Als gevolg daarvan worden vanaf dit begrotingsjaar al de werkingsmiddelen verminderd van de VUB en de KU Leuven, die de 2 procentgrens overschrijden. Dit verplicht de universiteiten ertoe om het inschrijvingsgeld voor niet-Europese studenten substantieel te verhogen vanaf het academiejaar 2026-2027. Zo wordt, dankzij de Vlaamse Regering, de kraan van de internationalisering opnieuw wat dichtgedraaid.
Dus kunnen we tot besluit nog eens het aloude motto van dit blad van onder het stof halen: als het goed is, zeggen we het ook!
Meer van Bart Maddens







