De niet-betaalde huishuren bij sociale woningen groeiden de afgelopen jaren. De sector geeft een rare uitleg. De vraag is of een bepaalde groep huurders gewoon weigert om huishuur te betalen omdat ze weet dat ze ermee wegkomt.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Vlaams Parlementslid Gijs Degrande (N-VA) stelde op 5 maart een schriftelijke parlementaire vraag over de achterstallige huurbetalingen bij de sociale huisvesting en kreeg daarop een antwoord van bevoegd minister Hans Bonte (Vooruit). De evolutie van die huurachterstallen is behoorlijk hallucinant te noemen. Van 22 miljoen euro naar 41 miljoen euro op vier jaar tijd.
De initiële vraag was: “Hoe evolueerde het totale bedrag aan huurachterstallen binnen de sociale huisvesting in Vlaanderen in de periode 2020–2025?” Die cijfers kreeg Degrande. Andere kon de minister niet geven, omdat ze niet bestaan. De uitleg bij de cijfers moet bewijzen dat het niet enkel gaat over achterstallige huur, maar bijvoorbeeld ook over huurschade die bewoners na hun vertrek weigeren te vergoeden.
Bizarre verklaring
De toegenomen huurachterstand zou vooral te maken hebben met de vele fusies die er tussen 2020 en 2024 waren. Op zich een bizarre verklaring, want als de boekhouding van twee vennootschappen samengevoegd wordt, dan levert het optellen van twee posten op de resultatenrekening immers geen groter bedrag op dan de som van die bedragen. Volgens de sociale huisvestingsmaatschappijen vermenigvuldigen de bedragen zich blijkbaar.
Vlaams Parlementslid Gijs Degrande (N-VA) reageerde zeer diplomatisch. Begrijpelijk, want zijn partij zit dan ook in de meerderheid en de huidige minister-president en partijgenoot was de vorige legislatuur verantwoordelijk voor het beleid. Toch drukte Degrande zijn bezorgdheid uit over de sterke stijging van de bedragen.
“De financiële gezondheid van de sector is er de voorbije tien jaar niet beter op geworden. We moeten de woonmaatschappijen structureel versterken en het aanpakken van de huurachterstand is daarbij een evidente stap”, aldus Degrande.
Moeilijke administratieve opvolging
De koepelorganisatie Initia gaf dan weer een heel andere uitleg. Gert Eyckmans, de woordvoerder, zei: “Bij de vorming van de woonmaatschappijen zijn heel wat woningen overgedragen en dat heeft het administratief opvolgen van huurachterstanden bemoeilijkt.” Dat is bepaald geen compliment voor de administratieve opvolging en structurele werking van die sociale huisvestingsmaatschappijen.
Dat laatste is natuurlijk geen geheim. Er loopt veel mis. De sociale woonmaatschappijen beheren tienduizenden woningen en worstelen met lange wachtlijsten. Ruim 176.000 mensen wachten, terwijl 15.000 woningen leegstaan.
Uit jaarverslagen is wel geweten dat huurschulden vaker voorkomen bij zogenaamd ‘kwetsbare huurders’ in centrumsteden zoals Antwerpen, Gent en Kortrijk. Daar liggen trouwens de huurprijzen op de private markt hoger. De uitleg is dan dat het armoederisico in steden hoger is. Dat is natuurlijk een cirkelredenering.
In steden woont minder dan de helft van de bewoners in een eigen huis en buiten de steden woont meer dan 70 procent in een eigen huis. Huizenbezit is een goede indicator, want studies gaven aan dat er 36 procent armoederisico is bij huurders, terwijl dat maar 8 procent zou zijn bij eigenaars.
De recente statistieken van de Vlaamse overheid richten zich vooral op het aantal sociale woningen per stad, zoals Antwerpen (22.458 woningen eind 2024) en Gent (13.846), maar niet op huurschulden. De vrees is dat bepaalde mensen de conclusie zouden kunnen trekken dat bepaalde bewoners van sociale woningen niet betalen omdat ze ermee wegkomen. Wat ontzettend oneerlijk zou zijn ten opzichte van die 176.000 wachtenden op een sociale woning.
Waar zitten de grootste huurschulden door bewoners? Zeer waarschijnlijk bij woonmaatschappijen zoals die in Antwerpen. Die beheren de meeste sociale woningen, waarvan 92 procent hun eigendom is. Daar zitten dus potentieel de hoogste totale schuldenportefeuilles.
Meer van Lode Goukens






