Na de Russische inval in Oekraïne op 24 februari 2022 kwam binnen Europa de grootste vluchtelingenstroom sinds de Tweede Wereldoorlog op gang. Vlaanderen werkte daarop een gefaseerde aanpak uit om een groot deel van de Oekraïense ontheemden die in België aankwamen op te vangen en te begeleiden.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
De Vlaamse aanpak wordt gecoördineerd door een taskforce waarin de betrokken beleidsdomeinen vertegenwoordigd zijn. Om ook de provinciale diensten te ondersteunen, besliste de Vlaamse regering in maart 2022 om per provincie één extra personeelslid ter beschikking te stellen van de diensten van de gouverneur.
Die ondersteuning werd in 2023 en 2024 verlengd. Ook begin 2025 bleef de maatregel bestaan, al werd de personeelsinzet toen afgebouwd.
Alleen West-Vlaanderen bleef over
Aanvankelijk maakten vier van de vijf Vlaamse provincies gebruik van de extra ondersteuning. In 2025 liep dat aantal echter sterk terug. In januari en februari maakten alleen West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant nog gebruik van de maatregel. Vanaf maart bleef enkel West-Vlaanderen over.
Wel werd afgesproken dat het personeelslid in West-Vlaanderen ook een aantal algemene en coördinerende taken voor de andere provincies zou opnemen.
Voor de financiering werd geld vrijgemaakt uit de zogenaamde Oekraïne-provisie van de Vlaamse regering. Een eerste bedrag van 29.000 euro diende voor de reële loonkosten in januari en februari 2025.
Daar kwam later nog 84.000 euro bij voor de periode van maart tot en met september. In dat bedrag zat ook een raming van de loonkosten voor oktober tot en met december. In totaal gaat het dus om 113.000 euro.
De cijfers roepen tegelijk vragen op over het gebruik van de maatregel. Waarom maakten sommige provincies aanvankelijk wel gebruik van de bijkomende personeelssteun en andere niet? En waarom haakten verschillende provincies later af?
Ook is niet meteen duidelijk welke concrete taken de extra personeelsleden uitvoerden in het kader van de opvang en begeleiding van Oekraïense ontheemden. Die vragen zijn relevant om te beoordelen waarvoor de bijkomende Vlaamse middelen precies werden ingezet en waarom uiteindelijk alleen West-Vlaanderen nog rechtstreeks een personeelslid behield.






