Chinese auto’s dalen twee keer sneller in restwaarde dan Europese wagens. Bij elektrische wagens is die daling nog scherper. Die conclusie komt van de Duitse autodata-verzamelaar DAT, waar de restwaarde van tweedehandswagens onderzocht en bepaald wordt.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Wie vandaag een Chinese elektrische wagen koopt, krijgt vaak veel auto voor zijn geld. Grote schermen, veel vermogen, een rijkelijke standaarduitrusting en scherpe prijzen. Maar op de tweedehandsmarkt duikt steeds vaker het probleem van de restwaarde op. Chinese wagens zijn blijkbaar slecht in het behouden van hun waarde, zelfs als ze nog maar net uit de showroom zijn gereden.
China is zelf de schuldige
Volgens cijfers van Deutsche Automobil Treuhand (DAT) daalt de waarde van Chinese elektrische wagens veel sneller dan die van gevestigde Europese merken. Waar een gemiddelde elektrische wagen na verloop van tijd nog ongeveer 75 procent van zijn oorspronkelijke waarde zou behouden, zakken Chinese elektrische modellen in sommige berekeningen richting 47 procent. Een jaar eerder lag dat cijfer nog rond 61 procent. De daling versnelt dus.
De verklaring ligt voor een groot stuk bij China zelf. Chinese merken komen in sneltempo naar Europa. BYD, MG, Xpeng, Nio, Zeekr, Omoda, Jaecoo en andere nieuwkomers proberen allemaal een plaats te veroveren. Dat zorgt voor meer keuze, maar ook voor onzekerheid. Wie vandaag een nieuw model koopt, ziet soms enkele maanden later alweer een facelift, nieuw batterijpakket of goedkoper alternatief verschijnen.
Ook andere marktonderzoeken wijzen op druk op tweedehandswaarden. Fleet Europe schreef recent dat de restwaarde van gebruikte elektrische wagens in Europa opnieuw onder druk staat door een groeiend aanbod en door zelfregistraties van Chinese merken die snel op de tweedehandsmarkt terechtkomen.
Vertrouwensprobleem
Voor leasebedrijven is dat een groot probleem. Zij moeten vooraf inschatten wat een wagen na drie of vier jaar nog waard is. Als die restwaarde te onzeker wordt, stijgt het leasebedrag. In het Verenigd Koninkrijk zouden tweedehands-EV’s in 2026 zelfs gemiddeld nog maar 38 procent van hun oorspronkelijke waarde behouden na drie jaar, het laagste niveau in Europa. De snelle opkomst van Chinese merken zonder lange betrouwbaarheidsgeschiedenis maakt die inschatting nog moeilijker.
Daar komt nog een vertrouwensprobleem bij. Europese kopers kennen Volkswagen, BMW, Peugeot of Volvo al decennialang. Bij veel Chinese merken is nog onduidelijk hoe goed de wagens na tien jaar zijn, hoe vlot onderdelen beschikbaar blijven en of het merk dan nog op de markt actief is. DAT benadrukt zelf dat batterijgezondheid een belangrijke factor wordt bij de waardebepaling van elektrische wagens, omdat de batterij het duurste onderdeel van de auto is.
Chinese merken worden in Europa steeds zichtbaarder en lokken veel mensen met hun scherpe prijzen. Maar goedkoop kopen is niet hetzelfde als goedkoop rijden. Wie na enkele jaren wil verkopen of leasen, kan daardoor geconfronteerd worden met een forse waardedaling.
Chinese wagens worden steeds populairder bij ons, zoveel is duidelijk. In sommige gevallen verkopen ze zelfs beter dan Europese en Japanse merken en dat is toch een beetje onrustwekkend. Bazen van grote automerken waarschuwden zelfs al voor die concurrentie. Lees dat hier.
Meer over Energie en Transport








