Econoom Ivan Van de Cloot ontving zaterdagavond de Prijs voor de Vrijheid van denktank Libera!. In zijn dankrede hield hij een scherp pleidooi voor meer rekenschap, een kleinere en efficiëntere overheid en een herwaardering van vrijheid en kritisch denken. Een gesprek.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
U ontving de Prijs voor de Vrijheid van Libera!. Wat betekent die erkenning voor u?
“Het is uiteraard een grote eer. Maar tegelijk zie ik zo’n prijs niet als een bekroning van iets dat af is. Vrijheid is geen verworvenheid die je eenmaal behaalt en vervolgens voor altijd bezit. Ze vraagt voortdurende aandacht en verdediging. In die zin zie ik deze prijs vooral als een aanmoediging om het werk verder te zetten.”
In uw toespraak verwees u naar eerdere ervaringen waarbij kritische stemmen onder druk werden gezet. Is de prijs voor vrijheid soms ook een prijs die risico’s inhoudt?
“Dat hoort helaas bij het verhaal. Wie gevestigde belangen of dominante denkbeelden kritisch bevraagt, krijgt niet altijd applaus. In het verleden heb ik gezien hoe critici telefoontjes kregen met weinig subtiele boodschappen. Er waren pogingen om mensen monddood te maken of hen professioneel te treffen. Dat is geen theoretisch verhaal. Vrijheid van meningsuiting klinkt mooi in beginselverklaringen, maar wordt pas echt getest wanneer iemand iets zegt wat machtige spelers liever niet horen.”
U bent al jaren een uitgesproken criticus van het Belgische begrotingsbeleid. Wat loopt er fundamenteel fout?
“België heeft een problematische begrotingscultuur ontwikkeld. We zijn een land geworden waar de overheid meer dan de helft van de economie naar zich toe trekt, terwijl de overheidsschuld blijft oplopen. Tegelijk verwachten veel burgers dat de overheid voor elk probleem een oplossing heeft. Die combinatie is onhoudbaar. Politici hebben te vaak de neiging om uitgaven te beloven zonder de rekening eerlijk te presenteren.”
U pleit voor een grondwettelijke begrotingsregel. Waarom?
“Omdat ons politiek systeem onvoldoende interne remmen kent. Wanneer elke generatie schulden kan doorschuiven naar de volgende, ontstaat een sterke verleiding om moeilijke keuzes uit te stellen. Een begrotingsregel zou beleidsmakers verplichten om meer verantwoordelijkheid te nemen. Ik hoor vaak dat zo’n regel te streng zou zijn. Mijn antwoord is eenvoudig: laten we die discussie voeren zodra België kampt met een probleem van té lage overheidsschulden.”
In uw speech had u het meermaals over ‘rekenschap’. Waarom is dat begrip zo belangrijk?
“Omdat een gezonde samenleving alleen kan functioneren wanneer macht gepaard gaat met verantwoordelijkheid. Dat geldt voor politici, maar ook voor bedrijven, media, experten en burgers. Vandaag zien we te vaak dat verantwoordelijkheden vervagen. Iedereen wijst naar iemand anders. Rekenschap betekent dat je moet kunnen uitleggen waarom je bepaalde beslissingen neemt en welke gevolgen die hebben.”
Een centrale boodschap in uw toespraak was dat de overheid te groot geworden is. Wat bedoelt u precies?
“De overheid heeft uiteraard essentiële taken. Rechtszekerheid garanderen, veiligheid verzekeren, basisdiensten organiseren: dat zijn kerntaken. Maar gaandeweg is de overheid steeds meer domeinen gaan koloniseren. Voor elk probleem wordt naar nieuwe regels, subsidies of overheidsprogramma’s gegrepen. Daardoor wordt niet alleen veel geld verspild, maar verzwakken ook andere maatschappelijke spelers.”
Welke spelers bedoelt u?
“Ik onderscheid vier belangrijke actoren: de overheid, ondernemingen, het middenveld en de burger. Een gezonde samenleving heeft nood aan een evenwicht tussen die vier. Vandaag zien we dat de overheid steeds dominanter wordt, waardoor ondernemerschap, verenigingsleven en individuele verantwoordelijkheid onder druk komen te staan. Dat evenwicht moet worden hersteld.”
Betekent dat dat u voor een minimale overheid pleit?
“Nee, dat is een misverstand. Ik pleit niet voor een afwezige overheid, maar voor een kleinere én efficiëntere overheid. Het probleem is niet alleen hoeveel geld wordt uitgegeven, maar ook hoe. Politici slagen er vaak niet in om een onderscheid te maken tussen wat essentieel is en wat bijkomstig is. Daardoor worden middelen versnipperd.”
U zegt zelfs dat een aanzienlijk deel van de overheidsuitgaven kan verdwijnen zonder dat de samenleving instort.
“In veel domeinen kan je vaststellen dat een vijfde van de uitgaven naar zaken gaat waarvan je je ernstig kan afvragen of ze noodzakelijk zijn. Elke organisatie moet geregeld hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden. De overheid vormt daarop geen uitzondering. Alleen lijkt die oefening in België bijzonder moeilijk te verlopen.”
U waarschuwt ook voor een overdaad aan regels.
“Ja. De overheid heeft vaak de neiging om elk risico volledig te willen uitsluiten. Dat leidt tot een opeenstapeling van regelgeving zonder samenhang. De vraag hoeveel vrijheid verloren gaat en hoeveel middelen daarvoor worden ingezet, wordt zelden gesteld. We leven steeds meer in een nulrisicocultuur waarin proportionaliteit verloren dreigt te gaan.”
Een ander belangrijk thema in uw rede was kritisch denken. Waarom legt u daar zoveel nadruk op?
“Omdat vrijheid onmogelijk is zonder kritische burgers. Een democratie leeft van debat, twijfel en tegenspraak. Wanneer mensen het gevoel krijgen dat bepaalde vragen niet meer gesteld mogen worden, ontstaat intellectuele verstarring. Dan verschraalt het publieke debat.”
U had kritiek op media die zichzelf als poortwachter van het debat beschouwen.
“Media spelen een cruciale rol, maar ze moeten beseffen dat ze niet beschikken over een monopolie op waarheid. Er bestaan vaak meerdere legitieme invalshoeken. Wanneer bepaalde perspectieven systematisch worden uitgesloten, wordt de bandbreedte van het debat smaller. Dat is ongezond voor een democratische samenleving.Met Stichting Merito organiseren we in elk geval events waar ook onderwerpen zoals klimaat of migratie langs alle kanten belicht worden.”
Ook factchecking kreeg kritiek van uw kant.
“Factchecking kan nuttig zijn, maar het mag niet de indruk wekken dat één instantie definitief bepaalt wat waar en onwaar is. Wanneer factchecking omslaat in censuur, ondergraaft ze haar eigen geloofwaardigheid. Transparantie en open debat zijn uiteindelijk veel krachtiger dan het wegfilteren van afwijkende meningen.”
U uitte ook bezorgdheid over nieuwe technologieën zoals de digitale euro. Waarom?
“Omdat technologie niet neutraal is. Ze kan vrijheid versterken, maar ook controle mogelijk maken. De fundamentele vraag is niet alleen wat technisch mogelijk wordt, maar welke macht daardoor ontstaat. Vandaag lijkt de discussie daarover soms te oppervlakkig. Kritische vragen worden al snel weggezet, terwijl ze net noodzakelijk zijn.”
Ziet u een gevaar voor een controlesamenleving?
“Dat risico bestaat. Overheden beschikken vandaag over technologische mogelijkheden die vroeger ondenkbaar waren. Daarom moeten burgers extra waakzaam zijn. Vrijheid verdwijnt zelden plots. Ze wordt meestal beetje bij beetje ingeperkt, telkens met de beste bedoelingen.”
U pleit ook voor meer decentralisatie. Waarom?
“Beslissingen functioneren beter wanneer ze dichter bij de burger worden genomen. Mensen voelen zich meer betrokken wanneer ze invloed ervaren. De weerstand tegen de geplande fusie van Boortmeerbeek met Mechelen heeft dat aangetoond. Ik woon zelf in Boortmeerbeek en zag op het moment dat de plannen bekend werden spontaan het verzet bij de bevolking ontstaan. Burgers willen niet dat belangrijke keuzes boven hun hoofd worden genomen.De fusie is dan ook niet doorgegaan.”
Wat kunnen Belgische politici leren van landen zoals Zwitserland?
“Zwitserland toont hoe belangrijk burgerbetrokkenheid is. Meer directe inspraak, meer contact tussen bestuurders en burgers, meer rekenschap. Politici zouden veel vaker uit hun bubbel moeten stappen. Daarom pleit ik bijvoorbeeld voor townhall meetings en meer systematische tevredenheidsmetingen bij publieke diensten.”
Bent u optimistisch over de toekomst?
“Optimisme is geen strategie, maar pessimisme evenmin. Ik stel vast dat steeds meer mensen beseffen dat bepaalde systemen niet houdbaar zijn. Hoge schulden, inefficiënte overheden en toenemende regulering botsen vroeg of laat op grenzen. De vraag is niet óf die realiteit zich zal opdringen, maar wanneer.”
Tot slot: wat is volgens u vandaag de belangrijkste opdracht voor wie vrijheid belangrijk vindt?
“Vrijheid verdedigen begint met intellectuele eerlijkheid. Door vragen te blijven stellen. Door macht kritisch te bekijken, ook wanneer die macht beweert in ons belang te handelen. En door opnieuw ruimte te maken voor verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en burgerzin. Vrijheid vraagt niet alleen rechten, maar ook volwassen burgers die bereid zijn die vrijheid actief uit te dragen.”







