De Belgische federale overheid en andere overheidsvehikels kochten de aandelen van het Japanse industriële conglomeraat Sumitomo Corporation in drie windmolenparken voor de Belgische kust.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Het nieuws raakte vrijdag bekend via een persbericht van Sumitomo. Daarmee zadelt de staat de belastingbetaler op met de kosten voor de ontmanteling van de versleten windmolenparken. En dat terwijl de belastingbetaler en vooral de energieconsument jarenlang de winsten van die parken financierden. In het beste geval wordt de regering dus schroothandelaar voor windenergiebedrijven.
Subsidiestromen
De investeerders daarentegen werkten met leningen die gegarandeerd werden door subsidiestromen. De overname vormt zo een leuke exit voor de investeerders in de prestigieuze windmolenparken.
Dit verhaal vergt enige uitleg en context. De Vlaamse overheid en het Vlaams parlement signaleren immers expliciet dat afval uit de windenergiesector een ‘prangend probleem’ is. De privé-investeerders pakten hun winsten en willen nu van het passief af: het schroot en het beton op de zeebodem. Dat passief bestaat uit de immense ontmantelingskosten. De enige kopers blijken overheidsvehikels. Het gaat dus om politieke beslissingen en niet om economische beslissingen.
Het buitenland toont hoe kort een windmolen leeft
Juridisch rekent men vaak op een levensduur van 20 jaar, en bij de nieuwere windmolens op 25 tot 30 jaar. Maar de praktijk leert dat 15 jaar al erg optimistisch is. In Zweden en Denemarken zijn er al windmolenparken vroegtijdig afgebroken of gesloten, soms al na 15 tot 20 jaar. De verkochte windmolenparken zijn 14 jaar oud.
Enkele voorbeelden uit het buitenland. Het windpark Yttre Stengrund (Zweden) in de Baltische Zee werd in 2001 gebouwd en is al in 2016 volledig afgebroken. Het heeft dus slechts 15 jaar gedraaid. Eigenaar Vattenfall draaide er volledig op subsidies.
Vindeby (Denemarken), ‘s werelds allereerste offshore windpark, werd gebouwd in 1991 en in 2017 volledig ontmanteld, na 26 jaar. In theorie haalde het zo de geplande levensduur. Bij Utgrunden (Zweden) lukte dat niet. Dat is een ander vroeg offshorepark in de Baltische Zee, gebouwd in 2000 en rond 2018 al ontmanteld, na 18 jaar.
De reden voor afbraak is telkens dezelfde: de hoge onderhoudskosten op zee. Door de extreme zout- en windomstandigheden treden metaalmoeheid en slijtage soms veel sneller op dan de geplande 20 of 25 jaar doen vermoeden. Daarom schrapte de Zweedse regering bijvoorbeeld de bouw van 13 geplande windparken in de Baltische Zee definitief.
De praktijk leert dus dat de technische en economische levensduur van de eerste generaties offshore windparken vaak veel korter is geweest dan de theoretische 25 jaar.
Aspiravi, een Vlaams kluwen van intercommunales
Zo komen we bij de eerste generaties in de Noordzee voor de Belgische kust. De belangrijkste investeerders achter het offshore windpark Northwind waren tot vandaag Aspiravi Offshore en Sumitomo. Aspiravi Offshore is onderdeel van de Aspiravi Groep en is met 70 procent van de aandelen de grootste aandeelhouder van Northwind. Sumitomo Corporation bezat als minderheidsaandeelhouder 30 procent van de aandelen.
Over Aspiravi valt een en ander te vertellen. Het is immers een intercommunale. Via Aspiravi Offshore participeren ook burgercoöperaties zoals SeaCoop en 32 Belgische energiecoöperaties (onder het label “Onze Energie”, met onder andere Bronsgroen en Campina Energie). Die kleine coöperaties bezitten samen ongeveer het equivalent van 5 turbines in Northwind, op een totaal van 72.
De aandeelhouders van de Aspiravi Groep bestaan voor 100 procent uit Belgische publieke en maatschappelijke actoren. Het moederbedrijf is in handen van 88 Vlaamse steden en gemeenten (verenigd in vier regionale holdings) en de Vlaamse Energie Holding (VEH). Die VEH is een Belgische coöperatieve vennootschap in de energiesector die eigendom is van honderden Vlaamse gemeenten. Ze participeert in Aspiravi, C-Power en Publigas. VEH is bovendien de grootste Vlaamse aandeelhouder van Publigas, het vehikel waarmee overheden deelnemen in de gasnetbeheerders Fluvius en Fluxys.
De 88 gemeentelijke aandeelhouders van de Aspiravi Groep zijn georganiseerd via de entiteiten Creadiv, Efin, Fineg en Nuhma. Telkens opnieuw intercommunales. De voorzitter van Aspiravi is Raf Drieskens, een Limburgse CD&V-politicus en advocaat uit Pelt.
Aspiravi telt ook burgercoöperanten, opnieuw in financiële vehikels. Een belangrijk vehikel is Wind voor A. Dat werd opgericht op 15 mei 2019 door de Vlaamse Ecologie-, Energie- en Milieuonderneming NV (VLEEMO NV), Hefboom CV, Polders Investeringsfonds NV, Polders Windfonds NV, Aspiravi NV en opnieuw Aspiravi Offshore NV.
Bij Aspiravi Offshore is Ludo Kelchtermans voorzitter van de raad van bestuur. Kelchtermans is een Limburgse ondernemer die nauw verbonden is met het energie- en investeringsvehikel NUHMA, een intercommunale. Hij is de broer van Theo Kelchtermans, voormalig CD&V-minister en burgemeester van Peer.
De schimmen van Willy Claes
Een van de voormalige bestuurders was Willy Claes (Vooruit), die op 25 juni 2025 ontslag nam. Waarom? In 2024 was Claes bestuurder geworden bij de Aspiravi Holding. In Cumuleo zult u na 2013 geen enkele vermelding van Willy Claes meer vinden. Claes was decennialang bestuurder bij Inter-Energa, dat opging in Fluvius Limburg. Dat dateert uit de tijd van het Ibramco-schandaal rond Iraans gas.
De affaire barstte los in 1973, toen bleek dat de politieke en financiële constructie rond Ibramco ondoorzichtig was, met belangenvermenging tussen partijmilieus (vooral de BSP, de voorloper van de PS en Vooruit).
Na Ibramco volgde in de jaren tachtig het Distrigas-schandaal. Als minister van Economische Zaken legde Willy Claes de basis voor langetermijncontracten voor de invoer van aardgas en aardolie, onder meer met Algerije. Die contracten werden al snel als ongunstig, te duur en te rigide bestempeld. Verhalen over verdachte geldstromen naar socialistische partijen verdwenen in de doofpot. Een cynicus zou kunnen zeggen dat Willy Claes een specialist is in politieke deals rond energie met belastinggeld.
Een web van vehikels en vennootschappen
De netwerken rond die investering in windmolenparken zijn complex. Zo is Glenn Verheyen dan weer voorzitter van de raad van bestuur bij Aspiravi Samen cv. Die laatste vennootschap groepeert klanten. Verheyen is sinds maart coördinator Energie bij het Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS) in Antwerpen.
De structuur van Northwind komt er in grote lijnen op neer dat het bedrijf een offshore windpark op de Lodewijkbank uitbaat. Dat ligt op 37 kilometer voor de Belgische kust en telt 72 turbines. Aspiravi Offshore heeft zijn belang in Northwind de voorbije jaren opgetrokken van 25 procent naar 70 procent. Dat gebeurde onder meer door de aandelen van Parkwind over te nemen. Parkwind was het vehikel van de Colruyt Group en de holdings van de familie Colruyt.
De Japanners van Sumitomo vertrekken uit de offshore windmolenparken Northwind, Nobelwind en Northwester 2, allemaal ooit verkocht door de Colruyt-familie.
Bij Northwind neemt Publiwind (een intercommunale) het belang van Sumitomo over. De belangen in de windmolenparken Nobelwind en Northwester 2 gaan naar Parkwind, dat intussen onderdeel is van Jera Nex bp, een joint venture tussen de Britse oliereus BP en de Japanse energiegroep Jera. Colruyt verkocht Parkwind recent voor miljarden euro’s.
Publiwind is een investeerdersconsortium met de federale investeringsmaatschappij SFPIM, Socofe (het investeringsvehikel van de Waalse lokale overheden voor milieutransitie) en verzekeraar Ethias. Een publieke speler met belastinggeld.
Wie betaalt straks de sloop?
Waarom werpt de federale overheid een Japans conglomeraat een reddingsboei toe? Waarom wil de regering-De Wever aandeelhouder worden in windmolens?
Economisch is er geen enkel argument, want de 14 jaar oude windmolens zitten aan het einde van hun economische levensduur. De overheid betaalt dus om binnenkort de ontmanteling te mogen betalen. Een wel heel merkwaardige wending.
Veel heeft te maken met de complexe regelgeving, waardoor investeerders in de nieuwe windmolenparken aarzelen. In de nieuwe concessies van de vorige regering staat immers dat de eigenaars de ontmanteling moeten provisioneren. Met andere woorden: geld opzijzetten voor de afbraak.
De ontmanteling valt onder het bredere vergunningen-, milieu- en afvalrecht, met aparte regels voor onshore (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) en offshore (Noordzee). Dat is een gewestelijke materie.
Milieurecht
Wanneer een windturbine definitief uit dienst wordt genomen, geldt het algemene principe van het milieurecht: de exploitant moet het terrein in zijn oorspronkelijke staat herstellen, of zoals bepaald in de vergunning. Denk aan funderingen verwijderen, kabels veilig stellen en de site opruimen. Dit wordt afgedwongen via de omgevingsvergunning en de milieuvoorwaarden. De Vlaamse regering geeft die vergunningen.
In de praktijk worden afgeschreven turbines vaak niet meteen gesloopt. Ze worden doorverkocht en krijgen een tweede leven, waardoor echte “afbraakregels” pas spelen bij definitieve ontmanteling. De federale overheid en de lokale besturen spelen hier dus in het beste geval schroothandelaar. In het slechtste geval zit er een geurtje aan het hele verhaal.
Meer over windenergie






