Justitiepaleis in Antwerpen. Foto: Fred Romero via Wikimedia Commons

Justitiepaleis in Antwerpen. Foto: Fred Romero via Wikimedia Commons

Justitie

Luk Versteylen: “een jeugdrechter kan zonder het akkoord van de minderjarige of zijn ouders een jongere toevertrouwen aan een oriëntatiecentrum”

Lode Goukens

In verschillende dossiers over jeugdhulp die PAL kon bestuderen kwam één naam regelmatig terug. De naam Luk Versteylen. Luk Versteylen is een Antwerpse jeugdrechter, verbonden aan de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen. In 2025 werd hij benoemd als leidinggevend jeugdrechter. Hij komt al enkele jaren regelmatig in de media als woordvoerder van de Antwerpse jeugdrechters.

Geen advertenties meer?

Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!

Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:

Doorlopend abonnement

Maandelijks opzegbaar

€ 9,00

per maand

Eenmalig betalen

3 maanden PAL-abonnement

€ 27,00

per kwartaal

Geen gedoe

12 maanden PAL-abonnement

€ 108,00

per jaar

Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!

Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.

Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!

Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.

Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!

Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.

Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.

Versteylen studeerde aan de KU Leuven en is de afgelopen jaren nauw betrokken bij de opleiding voor gerechtstolken van de KU Leuven Campus Antwerpen (Sint-Jacobsmarkt 49-51 2000 Antwerpen). Hij neemt daar regelmatig examens af.

Daarnaast is hij regelmatig spreker op congressen en conferenties. Over de rol van de Jeugdrechter. Eén van zijn uitspraken was: “de rechter bepaalt – in alle onafhankelijkheid – welke maatregelen kunnen getroffen worden”.

Gezien de kritiek op de jeugdrechters en Versteylen in het bijzonder zijn we in de archieven gedoken zoals we meestal doen met iemand die we willen interviewen. In de krantenarchieven duiken opmerkelijke uitspraken van Versteylen op.

Minderjarige criminelen terug vrij door plaatsgebrek

“Je pakt ze op en nog diezelfde nacht kunnen ze nieuwe feiten plegen.” Dit ging over 154 jeugdcriminelen die vorig jaar naar huis zijn gestuurd, hoewel de jeugdrechter net hun opsluiting had bevolen. Waarom? Omdat er plaatsgebrek was in een gemeenschapsinstelling.

Het aanbod in de gemeenschapsinstellingen steunt grotendeels op de uitgangspunten in het decreet Jeugddelinquentierecht. Het decreet werd op 15 februari 2019 goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Een initiatief van toenmalig Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen (cd&v). Dit laatste is geen detail en zal in verdere artikels in deze reeks blijken. Vandeurzen was tevens advocaat en bestuurder bij vzw’s uit de christelijke zuil. Het decreet moest het 50 jaar oude jeugdbeschermingsrecht in een “modern, herstelgericht jeugddelinquentierecht met meer verantwoordelijkheid voor jonge delinquenten” omvormen.

Gemeenschapsinstellingen (gesloten jeugdinstellingen in Vlaanderen) staan voor verschillende ernstige problemen. Chronisch capaciteitstekort, veel jongeren hebben complexe problematieken zoals psychische problemen of instabiele thuissituaties. Een ander pijnpunt is dat kinderen van ouder dan 12 jaar worden opgesloten in voorzieningen met te weinig begeleiding. In 2024 werden 2.017 jongeren opgenomen, een stijging van 12 procent ten opzichte van 2023.

De drie gesloten gemeenschapsinstellingen in Vlaanderen zijn:

  • De Zande – campussen in Ruiselede, Beernem en Wingene
  • De Kempen – in Mol (campussen De Markt en De Hutten)
  • De Grubbe – in Everberg (capaciteit verhoogd met ≈100 extra opnames/jaar)

De noodoplossing is ze onder toezicht naar huis te sturen tot er een plaats vrijkomt in een gemeenschapsinstelling. Dit wordt ook wel een ondertoezichtstelling (OTS) genoemd, waarbij de jeugdrechter de maatregel neemt maar de uitvoering (plek vinden) bij het Agentschap Opgroeien ligt.

Ondertoezichtstelling is een mixed bag

In Vlaanderen wordt een ondertoezichtstelling (OTS) uitgevoerd door private organisaties die erkend zijn voor jeugdbescherming. Deze privéorganisaties worden door het Vlaams Agentschap Opgroeien erkend, aangestuurd en gesubsidieerd. Vooral dat laatste is belangrijk om te onthouden in dit verhaal.

De alternatieven zijn dus private organisaties erkend door het Vlaams Agentschap Opgroeien zoals vzw Jeugdzorg en Centrum Integrale Gezinszorg (CIG).

De Antwerpse jeugdrechter Luk Versteylen sprak in interviews van een schande. “Het kan weken duren voor er plaats is. Tegen dan moet de politie die gasten opnieuw gaan zoeken.”

Een complex landschap

Tijdens een lezing waarvan de transcriptie op de website van de KU Leuven staat, vertelde Luk Versteylen over het het ingewikkelde landschap: “In het complexe landschap van de jeugdhulp moeten verscheidene actoren hun plaats vinden, en deze plaats durft al eens verschuiven in functie van wetgevende initiatieven. Over welke actoren gaat het? We denken hierbij aan de jeugdhulpverleners die actief zijn op het werkveld: individuele begeleiders, jongerencoaches, personeel van voorzieningen en instellingen. Verder zijn er diegenen die de leiding van de voorzieningen op zich nemen, en de ambtenaren die het voorzieningenbeleid vorm geven. Daarnaast is er nog de kinder- en jeugdpsychiatrie, die de zorg opneemt voor die kinderen die vaak het meest kwetsbaar zijn.”

Tom De Boeck
Agentschap Opgroeien heeft nieuwe leiding, gaat er dan ook een grote kuis komen?

De zorg voor kinderen die het meest kwetsbaar zijn. Daarover zegt de jeugdrechter verder: “Het spreekt voor zich dat de mensen die op dit terrein werkzaam zijn, doorgaans een grondige vorming hebben genoten en geschoold zijn als pedagoog, psycholoog, psychiater of sociaal werker. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat het voor hen soms moeilijk te begrijpen is dat ook een aantal juridische actoren, zoals het openbaar ministerie, de jeugdrechters en de jeugdadvocaten, ook een plaats opeisen in het hoger geschetste landschap. De meeste juristen zijn immers niet onderlegd in pedagogie of psychologie, laat staan psychiatrie.”

De analyse is correct.

De rol van de jeugdrechter

Over zijn eigen rol zegt Versteylen: “Ook de jeugdrechter neemt dwangmaatregelen. Zo kan hij zonder het akkoord van de minderjarige of zijn ouders een jongere toevertrouwen aan een oriëntatiecentrum of zelfs aan een gesloten instelling.”

Het gaat dan over OOOC (Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum) voor jongeren. Dat gaat over kinderen tussen 3 en 18 jaar in een verontrustende opvoedingssituatie (VOS) of met jeugddelict. Voorbeelden zijn OOOC Harmonie, OOOC Jacob Jordaens en OOOC Potgieter in Antwerpen (van Elegast) of ‘t Laar in Brugge (van De Patio vzw). Vzw’s die jaar na jaar meer winst maken volgens de jaarrekeningen.

Gesubsidieerde vzw’s. Elegast boekte 157.000 euro winst in boekjaar 2024, een stijging van 375,37 procent. Eind 2024 bedroegen de activa ongeveer 13,7 miljoen euro. Bij De Patio gaat het om een sterk herstel na het verlies van 214.657 euro in 2022. De winst steeg naar 338.386 euro in 2024. Het eigen vermogen van De Patio groeide gestaag van 7,7 miljoen euro in 2021 naar 9,5 miljoen euro in 2024. (+23 procent). De brutomarge nam toe van 7,7 miljoen euro naar 9,3 miljoen euro (+21 procent in 4 jaar).

Wat doet een oriëntatiecentrum?

Een oriëntatiecentrum helpt bij diagnosestelling en het vinden van de juiste hulp voor jongeren in moeilijke opvoedingssituaties.

De jeugdrechter is geen hulpverlener

Versteylen besprak eveneens zijn beperkingen: “De taak van de rechter is beperkt tot het houden van debatten, het nemen van beslissingen en het opvolgen van de dossiers van de minderjarigen die onder zijn toezicht staan. Het is niet zijn taak zelf op zoek te gaan naar de meest gepaste hulpverlening of deze zelf te organiseren: de jeugdrechter is geen hulpverlener. Deze taken behoren immers toe aan mensen die daartoe beter gekwalificeerd zijn, met name de jeugdhulpverleners, de consulenten van de sociale dienst en de jeugdhulpregisseurs.”

Nog markanter was de volgende uitspraak: “Doordat de jeugdrechter enkel beschikbare maatregelen kan opleggen, komt nooit duidelijk aan de oppervlakte welke noden er zijn.”

Het gaat dus altijd over capaciteit en over wat Opgroeien voorstelt. Eigenlijk beslist een consulent met andere woorden in de plaats van de jeugdrechter door de opties die Opgroeien aanreikt te beperken. Als zelfkritiek kan zoiets tellen. Het getuigt op zijn minst van moed en zelfreflectie.

En dan volgt kritiek op de bureaucratie: “De jeugdrechter krijgt immers niet een loutere lijst van beschikbare plaatsen voorgeschoteld, maar dient zich te houden aan een aanmeldingssysteem waarin allerlei regeltjes vervat zijn die door de administratie worden ingevuld, en niet noodzakelijk steun vinden in de toepasselijke wetgeving.”

Vervolgens maakte Versteylen zich de bedenking: “Een derde bedenking is fundamenteel van aard: we kunnen inderdaad de vraag opwerpen in hoeverre de rechter nog onafhankelijk is – zoals nochtans door de Grondwet voorzien – indien hij de facto geen keuze heeft wat de op te leggen maatregel betreft…”

Dit laatste is opvallend. Versteylen stelt zelf dat de Vlaamse administratie van Opgroeien en de consulenten eigenlijk bepalen wie waar terecht komt.

Lees binnenkort het volgende deel over dit dossier

PAL Nieuwsbrief

schrijf je gratis in

Blijf op de hoogte met onze dagelijkse nieuwsbrief

Lode Goukens is docent, onderzoeksjournalist en schreef voor verschillende grote Vlaamse en internationale publicaties. Vandaag is hij hoofdredacteur van PAL.be.

Plaats een reactie

Delen