Unia gaat als 'trusted flagger' op zoek naar internetberichten om te censureren (Photonews)

Unia gaat als 'trusted flagger' op zoek naar internetberichten om te censureren (Photonews)

Vrijheid van meningsuiting

Unia vroeg en kreeg mandaat om internet te censureren

Lode Goukens

De interfederale instelling Unia zocht en kreeg de functie van censor op sociale media. De digitaledienstenverordening (Digital Services Act of DSA) voorziet in dergelijke ‘betrouwbare flaggers’ om de gebruikers van digitale diensten in de Europese Unie te beschermen. In de praktijk komt het neer op het zoeken naar bepaalde inhoud om die vervolgens te censureren. Unia kan nu – zonder tussenkomst van een rechter – sociale mediaplatformen verplichten bepaalde meningen of berichten te verwijderen.

Geen advertenties meer?

Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!

Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:

Doorlopend abonnement

Maandelijks opzegbaar

€ 9,00

per maand

Eenmalig betalen

3 maanden PAL-abonnement

€ 27,00

per kwartaal

Geen gedoe

12 maanden PAL-abonnement

€ 108,00

per jaar

Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!

Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.

Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!

Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.

Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!

Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.

Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.

In de praktijk eigent Unia zich bevoegdheden toe zonder dat daar een wettelijke aanpassing of statutaire door de federale regering voor gebeurde. Dat is opmerkelijk, want Unia is een overheidsinstelling met een duidelijk afgebakende missie.

Unia ontstond uit het in 1993 opgerichte Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. Dat was een puur politieke poging om het toenmalige Vlaams Blok te counteren. Die partij had met een ronduit racistisch programma een grote verkiezingswinst behaald in 1991. Vanaf dag één ging het tegen één specifieke politieke partij en voor de islam. Zo ijverde het centrum voor erkenning en de vertegenwoordiging van de islam in België.

Later kwamen daar de strijd tegen negationisme en niet-raciale discriminatie bij. Een volgende regering bracht het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting onder bij het centrum. Omdat het te groot en te heterogeen werd, splitste de regering in 2016 het centrum in een Interfederaal Gelijkekansencentrum genaamd Unia en een Federaal Migratiecentrum genaamd Myria.

Geldverslindende politieke agenda’s

Volgens critici twee geldverslindende nutteloze organisaties die enkel met politieke agenda’s bezig zijn. Dit controversiële Unia, dat voornamelijk processen voert met belastinggeld en niet altijd dezelfde maten en gewichten gebruikt als het over gelijke kansen gaat, heeft zich nu blijkbaar een nieuwe niche uitgekozen. In plaats van te procederen of bedrijven in gebreke te stellen voor het niet reageren op nepsollicitaties, kunnen ze nu zelf rechter spelen.

Ze kunnen gaan bepalen wat illegale inhoud is op sociale media. Een bizarre wending, want Unia beweert nochtans op hun website dat de vrije meningsuiting een fundamenteel recht is, beschermd door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 10) en de Belgische Grondwet. “Dit recht omvat ook uitspraken die schokken, verontrusten of kwetsen, als pijler van een democratische samenleving”, staat er letterlijk te lezen.

De imaginaire strijd tegen de wansmaak

Als trusted flagger doen ze net het omgekeerde en gaan de uitspraken die schokken of die niet in een bepaalde wereldvisie passen helpen verbieden. Op de Franstalige pagina met persberichten staat in het communiqué bij de aanstelling als trusted flagger het volgende: “Des messages ‘de mauvais goût’, des réactions racistes sur les sites d’actualité ou des publications homophobes, chacun d’entre nous a déjà été témoin de ce genre de dérives sur les réseaux sociaux.” ‘Smakeloze’ boodschappen vallen dus onder hun mandaat, denken ze bij Unia. In de Nederlandse versie staat “Onsmakelijke boodschappen, racistische reacties op nieuwsberichten of ronduit homofoob geweld, ieder van ons heeft deze wel al eens zien voorbijkomen op sociale media”.

Dit voorbeeld klopt niet. Want dat is juist nadrukkelijk niet de opdracht van een trusted flagger. Reacties van individuen vallen niet onder hun bevoegdheid. Zelfs niet wansmakelijke reacties op nieuwsberichten.

Geen wettelijke definitie van haatspraak of hate speech

Los daarvan is er nog een probleem. Haatspraak is nergens in DSA gedefinieerd, maar het wordt wel als illegaal aangeduid. Het BIPT zegt dat ze inhoud die aanzet tot haat of discriminatie willen aanpakken. In theorie detecteren zogenaamde trusted flaggers illegale inhoud, zoals haatzaaiende taal of terroristische propaganda. Daarna sturen ze een melding aan onlineplatformen (Facebook, X enzovoort) via het notice-and-action-mechanisme. Die platformbedrijven moeten deze meldingen prioriteit geven en zonder onnodige vertraging behandelen. Bovendien blijven de platformen zelf verantwoordelijk voor de uiteindelijke beslissing over verwijdering. Al is dat laatste hypothetisch gezien de mogelijke boetes van de Europese Unie.

Wie betaalt dat allemaal? Bij Unia de overheid. De trusted flaggers worden immers niet centraal gefinancierd door de platformen of de EU, maar financieren zichzelf via diverse bronnen. Naast overheidssubsidies of publieke middelen (bijvoorbeeld de Vlaamse regering voor desinformatieprojecten) werken een aantal trusted flaggers op basis van donaties, filantropie of eigen inkomsten. Andere krijgen projectgerichte beurzen.

Bevoegdheidsuitbreiding op eigen houtje?

Unia nam zelf het initiatief en diende een kandidatuur in bij de nationale Digital Services Coordinator. Dat is de nationale organisatie die DSA moet handhaven. In België is dit het BIPT, de regulator voor post en telecommunicatie. Die bepaalt de criteria die gebruikt worden voor het aanwijzen van trusted flaggers (op basis van richtlijnen van de EU), want de nationale DSC’s wijzen de status toe aan organisaties die aantonen over bijzondere expertise in het identificeren van illegale inhoud te beschikken en die bovendien onafhankelijk zijn van de platformbedrijven.

Dat zet natuurlijk de deur open voor organisaties zoals overheidsinstanties (bijvoorbeeld Europol), maar tevens voor NGO’s. De vraag naar die bijzondere expertise en competentie is een criterium dat vragen oproept. In welke mate kon Unia aantoonbare kennis en vaardigheden bewijzen in het detecteren, identificeren en melden van illegale inhoud?

Onafhankelijk zijn ze allicht, maar zijn ze onpartijdig? Dat moeten ze volgens de criteria nochtans kunnen waarborgen. Andere criteria zijn zorgvuldigheid, nauwkeurigheid en objectiviteit. En het flaggen of maken van meldingen speelt iets heel belangrijks een rol. Niet alleen moet alles verlopen volgens duidelijke procedures en met consistente en accurate methoden, maar ze mogen geen individuen melden. De meldingen gaan alleen over organisaties. In hun eigen persmededeling over de erkenning bleek dat ze dit al fout interpreteren en denken dat ze wansmakelijke reacties op nieuwsberichten moeten gaan melden.

Bureaucratisch kluwen

Bij de nationale DSC diende niet enkel Unia een aanvraag in, maar ook het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) en nadien Child Focus. Ook deze instellingen kregen de status van trusted flagger. Het BIPT moet als DSC jaarlijks hun werking beoordelen. Het geheel is een bureaucratisch kluwen. België heeft vier autoriteiten aangewezen voor de tenuitvoerlegging van de Digital Services Act (DSA). Dit komt door de verdeling van bevoegdheden over federaal en gemeenschapsniveau. Op federaal niveau is er dus het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT). Op gemeenschapsniveau zijn er drie: de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM), de Conseil supérieur de l’audiovisuel (CSA) voor de Franse Gemeenschap en de Medienrat voor de Duitstalige Gemeenschap. Allemaal wettelijk aangewezen.

Eind november 2025 kregen de eerste betrouwbare flaggers hun status. Bij Unia kregen ze die van drie van de vier autoriteiten die bevoegd zijn, namelijk het BIPT, de CSA en de Medienrat. Dus geen erkenning door de VRM. Die laatste erkende het Vlaams Mensenrechteninstituut.

Eind december erkende het BIPT ook nog Child Focus als trusted flagger. In Duitsland is de zeer omstreden ngo HateAid GmbH een trusted flagger. Buiten Oostenrijk, Finland, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Hongarije stelden de meeste EU-lidstaten nog geen trusted flaggers aan. België heeft er ondertussen drie. Twee met belastinggeld: Unia en VMRI. En met Child Focus eentje die vooral draait op subsidies van de Nationale Loterij (19 procent van het budget), Koning Boudewijnstichting (1 procent), onduidelijke projectsubsidies en een klein deeltje donaties van bedrijven en particulieren (7 procent).

Bevoegdheidsconflicten en multiculturele agenda

Unia mag zich trouwens niet bezighouden met Vlaamse materie. Dat was al bij hun oude bevoegdheden zo. Unia behandelt geen anonieme meldingen, scheldwoorden zonder specifiek misdrijf, buitenlandse incidenten, genderdiscriminatie, taaldiscriminatie of Vlaamse materie.

Dat laatste had Unia aan zichzelf te danken. Volgens de VRT krijgt Unia vooral kritiek van rechtse en Vlaams-nationalistische partijen zoals de N-VA en het Vlaams Belang. Die critici beschuldigen Unia van activisme en partijdigheid. Met name door het bestrijden van racisme en discriminatie via gerechtelijke acties. Ze beweren dat Unia een multiculturele agenda doordrukt en objectiviteit mist, zoals in debatten over haatspraak of immigratie.

Politici als Zuhal Demir (N-VA) noemden beslissingen “wereldvreemd” en politiek geladen. Na jarenlange spanningen trok Vlaanderen zich in 2023 terug uit Unia om een eigen Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) op te richten. Dat zorgde meteen voor veel stemmingmakerij door bevriende NGO’s. Het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) is sinds maart 2023 bevoegd voor discriminatieklachten binnen Vlaamse domeinen, zoals gewestelijke en gemeenschapsmateries in Vlaanderen en Brussel.

Dat betekent dat Unia een deel van zijn middelen kwijtspeelde en dus mensen aan de deur moest zetten. Volgens Vooruit verzwakten die ontslagen de algemene werking. De vraag is of het streven naar de rol van trusted flagger gevolg was van een zoektocht naar meer middelen of een drang naar meer macht en invloed.

PAL Nieuwsbrief

schrijf je gratis in

Blijf op de hoogte met onze dagelijkse nieuwsbrief

Plaats een reactie

Delen