Vlaams Parlementslid Gwendolyn Rutten (Anders) pikt het niet dat premier Bart De Wever (N-VA) haar pleidooi voor een boycot van het Eurovisiesongfestival wegzet als een voorbeeld van de ‘banaliteit van het kwaad’. “Van een premier die me nota bene al 20 jaar kent, verwacht ik beter”, schrijft ze in een opiniestuk in De Standaard.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Twee weken geleden pleitte Vlaams Parlementslid Gwendolyn Rutten (Anders) in De Afspraak voor een boycot van het Eurovisiesongfestival, omdat Israël aan de liedjeswedstrijd deelneemt. Ze nam in één beweging ook de hoofdsponsor van het Songfestival – Moroccanoil, volgens Rutten “een joods bedrijf” – onder vuur.
“Het geld komt uit Israël. Daar zit een lobby achter. Tref ze nu waar het pijn doet: in hun portemonnee. Geen kijkers betekent geen afzetmarkt voor de sponsor. Dáár voelen ze het”, motiveerde Rutten haar pleidooi voor een boycot.
Rutten wees ook met een beschuldigende vinger naar Israël en Netanyahu voor de hoge prijzen aan de pomp. “Maar als het over Israël gaat, dan zijn de tenen lang en durft niemand iets te zeggen”, hekelde ze.
Premier Bart De Wever (N-VA) kwam woensdagavond tijdens een holocaustherdenking nog eens terug op de recente passage van Rutten in De Afspraak. De Wever ziet in het pleidooi voor een boycot een voorbeeld van “de banaliteit van het kwaad”, volgens hem “het ergste wat er is”. Daarmee zet Rutten “de deuren open voor barbarij”, oordeelt de premier.
Banaliteit van het kwaad?
‘De banaliteit van het kwaad’ is op z’n zachtst gezegd een beladen term. De joodse filosofe Hannah Arendt bezigde hem om te waarschuwen voor het gevaar van bureaucratie en niet-kritisch denken, omdat er barbarij uit kan voortvloeien.
Rutten verslikte zich naar eigen zeggen in haar koffie bij het lezen van de citaten van de premier. “Van een pleidooi voor een culturele boycot via het proces-Eichmann en Hannah Arendt naar de poorten van de hel? Als mens, als liberaal en als democraat hoef ik die beschuldigingen niet te pikken. Niet van joodse propagandisten en zeker niet van onze premier”, countert ze in een opiniestuk in De Standaard.
Het Vlaams Parlementslid van Anders hekelde ook de negatieve reacties die ze kreeg vanuit joodse hoek na haar optreden in De Afspraak. “Een joodse organisatie was van mening dat Joseph Goebbels fier op me zou zijn. Memes van mij als nazi werden lustig gedeeld op sociale media. De Israëlische minister haalde naar me uit”, somt ze op in haar opiniestuk.
“Dat een deel van de Israëlische propagandamachine zich tot dit soort praktijken verlaagt, kan ik nog wel plaatsen, maar van een premier die me nota bene al 20 jaar kent, verwacht ik beter”, benadrukt ze.
Rutten zelf blijft erbij dat ze met haar pleidooi voor een boycot net het omgekeerde doet van zich te bezondigen aan ‘barbarij’. “Ik weiger te zwijgen en roep op tot ongehoorzaamheid. (…) Omdat het hoog tijd is dat we ons verzetten en durven uitspreken tegen de gruwelijkheden die Israël pleegt”, schrijft ze.
“Dat ik met mijn argumenten voor een culturele boycot de deuren openzet naar barbarij, is complete onzin. Een historicus en intellectueel zou dat moeten weten: genocide is barbarij. Kinderen en journalisten vermoorden is barbarij. De doodstraf is barbarij. Dokters opsluiten is barbarij. Maar oproepen om het songfestival te boycotten is dat niet”, besluit ze.







