De oorlog in het Midden-Oosten jaagt de olieprijzen opnieuw omhoog. Terwijl Europese gezinnen en bedrijven meer betalen aan de pomp en op hun energiefactuur, stevenen de grootste olie- en gasbedrijven af op monsterwinsten.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
De energiemarkt blijft in de greep van de oorlog in het Midden-Oosten. Nieuwe aanvallen, onzekerheid rond de Straat van Hormuz en spanningen in de Rode Zee zorgen ervoor dat olieprijzen bijzonder gevoelig blijven voor elk militair incident. PAL schreef eerder al hoe diesel en benzine opnieuw duurder werden door de spanningen met Iran en hoe Europa tegelijk afstevent op een krapper wordende dieselmarkt.
Verdubbeling van de winst
Voor gewone burgers staan de spanningen gelijk aan hogere brandstofprijzen. Voor olie- en gasreuzen betekent het vooral hogere winstmarges. Recente winstverwachtingen voor zes grote spelers, waardonder Exxon, Shell, BP, Chevron, TotalEnergies en ENI wijzen op een gezamenlijke jaarwinst van ongeveer 147 miljard dollar. Alleen al in het tweede kwartaal zou hun gezamenlijke nettowinst bijna verdubbelen tegenover het voorgaande kwartaal.
Reuters meldde eerder deze maand dat Brentolie opnieuw boven 90 dollar per vat ging nadat de Verenigde Staten en Iran hun aanvallen in het Midden-Oosten uitbreidden. De vrees voor verstoringen in de Straat van Hormuz blijft daarbij cruciaal.
Productie opschalen
Die zeestraat is een van de belangrijkste energieknelpunten ter wereld. Volgens het Internationaal Energieagentschap passeerden voor de crisis dagelijks ongeveer 15 miljoen vaten ruwe olie en 5 miljoen vaten olieproducten door Hormuz. Samen is dat goed voor zowat 20 procent van het wereldwijde olieverbruik. Door de verstoring zijn vooral diesel, vliegtuigbrandstof en andere geraffineerde producten fors duurder geworden.
Intussen willen de grote oliebedrijven hun productie niet afbouwen, maar juist verhogen. Dat botst met de groene retoriek die Europese burgers al jaren te horen krijgen. De burger moet minder rijden, elektrisch rijden, isoleren en besparen. Big Oil boekt ondertussen miljardenwinsten en blijft olie en gas oppompen zolang de wereld er niet zonder kan.
Meer over Energie en Transport








Daarom blijft de oorlog ook duren.
Een grootschalig offensief kost veel en brengt niets op, financieel wel te verstaan.
Dat is geen echte oorlog, dat is oliehandel met voorkennis op de termijnmarkten.