Ondanks de toenemende bezorgdheid over de concurrentiekracht van Vlaamse ondernemingen, kan de Vlaamse overheid niet zeggen hoeveel start–ups en scale-ups sinds 2021 hun hoofdzetel of activiteiten naar het buitenland hebben verplaatst. Die gegevens worden niet centraal bijgehouden.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Hoeveel start-ups en scale-ups hebben sinds 2021 hun hoofdzetel, activiteiten of belangrijkste groeifuncties naar het buitenland verplaatst? Het lijkt in deze woelige tijden een bijzonder relevante vraag. Maar de Vlaamse Regering kan er niet op antwoorden. De cijfers bestaan simpelweg niet, zo moest Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) toegeven in zijn antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams Parlementslid Kristof Slagmulder (Vlaams Belang). Noch het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO), noch Flanders Investment and Trade (FIT), noch Statbel registreert deze cijfers in één centrale statistiek.
Geen opvolging
Dat de Vlaamse overheid geen cijfers over de relocatie van start-ups en scale-ups bijhoudt, is niet zonder gevolgen. Ze kan daardoor deze verplaatsingen logischerwijze niet opvolgen, laat staan er gericht beleid rond voeren.
Maar daar zou gelukkig verandering in komen. Diependaele wijst erop dat VLAIO heeft beslist om het thema mee op te nemen in haar jaarlijkse ‘scale-upmonitor’. Daaraan wordt momenteel de laatste hand gelegd. In de aanloop naar het FTI-festival – dat plaatsvindt van 16 oktober tot 15 november – zal VLAIO de monitor publiceren.
Europese kopgroep
De vraag van Slagmulder kwam er naar aanleiding van de publicatie van het ‘European Start-up and Scale-up Scoreboard’ van de Europese Commissie. Dat scorebord monitort de ontwikkeling, sterkte en concurrentiekracht van start-up- en scale-upecosystemen in de Europese lidstaten.
Uit de resultaten blijkt dat België niet tot de Europese kopgroep behoort. De sterkst presterende landen zijn onder meer Estland, Zweden, Finland, Nederland en Denemarken.
Diependaele lijkt zich minder zorgen te maken dan de vraagsteller. Hij stipt aan dat België met een negende plaats onder de EU-lidstaten “relatief goed scoort” en tot de categorie van sterk presterende landen behoort. De Belgische indexscore ligt ook aanzienlijk boven het EU-gemiddelde. De belangrijkste troeven zijn het aanwezige talent, het sterke innovatie-ecosysteem en het relatief hoge aantal start-ups per hoofd van de bevolking.
Toch zijn er ook een aantal aandachtspunten, zoals de lage beschikbaarheid van groeikapitaal en de sterk gefragmenteerde ondersteuning van start-ups en scale-ups. “Daarbij moet wel worden vermeld dat België en dus ook Vlaanderen internationaal erkend worden voor zijn sterke positie in onder meer farma, biotech en andere hoogtechnologische industrieën”, nuanceert Diependaele.
Aantrekkelijk ecosysteem
Hoewel de nodige cijfers ontbreken, zet de Vlaamse overheid wel degelijk in op de verankering van bedrijven en het vermijden van relocatie, zo verzekert Diependaele. “We zorgen voornamelijk voor een aantrekkelijk ecosysteem zodat bedrijven in Vlaanderen blijven of buitenlandse bedrijven in Vlaanderen investeren”, benadrukt hij.
Meer over de Vlaamse Regering






