De Nederlandsche Bank (DNB) maakte woensdag bekend dat ze een groot deel van haar goud uit de Verenigde Staten en Canada heeft weggehaald. Tussen maart en augustus van dit jaar verhuisde zo’n 86 ton naar Londen. De NOS bracht het nieuws onder de titel: “Nederland haalt groot deel van de goudvoorraad weg uit de VS en Canada”.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
De gerenommeerde econoom Ivan Van de Cloot van denktank Merito reageerde meteen. “Dat is ruim een kwart van de 313 ton goud die De Nederlandsche Bank in de VS en Canada had opgeslagen. De Nederlandsche Bank zegt dat het goud is verplaatst om ‘beter te zijn voorbereid op ernstige crises’.” Het klonk zelfs een tikje cynisch, alsof die crises al begonnen zijn.
Volgens DNB is Londen een belangrijk handelscentrum voor fysiek goud. “Het als financiële reserve bewaarde edelmetaal zou daar sneller kunnen worden verkocht in een crisissituatie. In New York en Ottawa is het goud op zo’n moment volgens DNB ‘minder direct inzetbaar’”, meldde de NOS.
Maar niet alles ging naar Londen. Ruim 27 ton goud is uit de VS en Canada fysiek verplaatst naar Zeist. En daar begint het te wringen. Waarom ligt er plots Nederlands goud in een kluis in Zeist, als het hele argument voor deze operatie de snelle verhandelbaarheid in Londen is?
Hoe het goud in New York belandde
Om die vraag te kunnen plaatsen is een korte historische schets nodig. DNB houdt sinds de jaren vijftig en zestig goud aan in de Verenigde Staten en sinds de jaren zeventig en tachtig ook in Canada. Dat gebeurde als onderdeel van de internationale spreiding van de Nederlandse goudreserve na de Tweede Wereldoorlog en onder het Bretton Woods-systeem.
Vanaf 1944 waren alle munten van de 44 geallieerden inwisselbaar in dollars in plaats van in goud. De dollar zelf bleef wel inwisselbaar voor goud, aan 35 dollar per ounce. Daarmee was de goudstandaard eigenlijk al afgeschaft.

Goudstandaard
Een groot deel van het Nederlandse goud belandde in New York in de jaren zestig, toen DNB dollars inwisselde voor goud bij de Federal Reserve Bank of New York. Dat goud kwam dus niet uit Nederland. Het waren eigenlijk dollars die DNB ontving van Nederlandse banken. Die banken kregen ze op hun beurt van klanten die internationale handel dreven en in dollars betaald werden.
Toen de Amerikaanse president Richard Nixon in 1971 het inwisselen van de dollar in goud stopzette, uit angst voor een goudrun, kwam er een definitief einde aan de goudstandaard. Vanaf toen was er enkel nog fiatgeld: geld gebaseerd op de reputatie van en het vertrouwen in het land van de munteenheid.
Het goud dat de Europese centrale banken aanhielden, bleef intussen gewoon in de VS liggen. Daar zou het zogezegd gemakkelijker verhandelbaar zijn. Dat zou nog altijd zo moeten zijn, maar DNB zegt nu dus dat het goud is verplaatst om beter voorbereid te zijn op ernstige crises.
Het verhaal klopt niet
Twee zaken rijmen niet met die uitleg.
Ten eerste is Zeist geen handelscentrum. Goud dat in een Nederlandse kluis ligt, is in een crisis niet sneller te verkopen dan goud in New York. Eerder omgekeerd. Wie liquiditeit wil, brengt zijn baren naar Londen, niet naar Zeist. De 27 ton in Zeist spreekt het officiële motief dus rechtstreeks tegen.
Ten tweede is bijna de helft van het goud verkocht in New York en opnieuw aangekocht in Londen. Dat goud verliet de kluis allicht nooit. Het is een boekhoudkundige operatie. Maar als dat ook voor de rest had gekund, waarom is er dan 27 ton fysiek de oceaan overgevaren?
Dat laatste is bizar en hoogst ongebruikelijk. Het zou kunnen duiden op te weinig beschikbaar goud om een verkoop aan de ene kant van de oceaan en een aankoop aan de andere kant tegen dezelfde prijs op elkaar af te stemmen. De enige uitleg is dat het goud in Londen niet geleverd kon worden, of enkel tegen een exorbitant veel hogere prijs.
De journalisten van de NOS hielden het bij feitjes uit het persbericht. “In New York lag 31,3 procent van de Nederlandse goudvoorraad en dat is nu nog 18,5 procent. In Canada daalde de voorraad van 19,7 naar eveneens 18,5 procent.” Je zou verwachten dat een redactie dan doorvraagt bij de centrale bank, maar dat deed de omroep niet. PAL legde de vraag wél voor aan Ivan Van de Cloot.
Ieder voor zich in de eurozone
De econoom begint bij de werking van de Europese Centrale Bank. “Ongeveer 80 procent van de aankopen in de publieke sector gebeurt door de nationale centrale banken, elk van hun eigen overheid. Over die 80 procent is er geen risicodeling. De overige 20 procent, deels ECB-aankopen van alle landen en supranationale obligaties, kent wel risicodeling via de kapitaalsleutel.”
Dat wil dus zeggen dat het voor 80 procent ieder voor zich is binnen de eurozone, als het fout gaat met de euro of met staatsleningen in euro.
“Officieel is goud bij de ECB een reserveactief voor mogelijke wisselkoersoperaties en een onderdeel van de officiële externe reserves”, aldus Van de Cloot. “De reserves moeten ervoor zorgen dat de ECB voldoende liquiditeit heeft om zo nodig valutamarktoperaties te kunnen doen. De beheersdoelen zijn, in die volgorde: liquiditeit, veiligheid en rendement.”
“Cruciaal voor een centrale bank is geloofwaardigheid. Geld is een systeem van vertrouwen en daar speelt goud ook een rol”, vertelde Van de Cloot aan PAL.
Hoe ernstig is het?
Volgens de econoom blijft dat gissen: “Wat je nooit kan benoemen, maar waarvan elke goede econoom zich bewust is: als het geldsysteem ooit zo beschadigd raakt dat het weer van nul moet worden heropgestart, zal goud cruciaal blijken.”
Dat klinkt omineus. Maar speelt de politiek misschien mee? DNB uitte eerder al zorgen over de verharde relatie tussen Europa en de Verenigde Staten sinds de terugkeer van president Trump in het Witte Huis. Met de concrete maatregelen onder de huidige DNB-president Olaf Sleijpen suggereert de bank impliciet dat er een verband is met “de onzekerheid rond Trumps beleid”.
Sleijpen, sinds eind 2024 president van DNB, deed in deze context de meest prominente uitspraken. Hij benadrukte in interviews en verklaringen het belang van onafhankelijke centrale banken, van meer EU-eenheid en van een sterkere crisisparaatheid van Nederland.
Over zijn politieke achtergrond is weinig bekend. Hij begon als adviseur van centrale bankier Wim Duisenberg, een prominent PvdA-lid. Sleijpen is een technocratische carrière-econoom met een uitgesproken pro-EU- en pro-Oekraïnestandpunt.
Hoewel hij zich op politiek terrein begeeft, bleef dat tot dusver formeel binnen zijn mandaat van onafhankelijke centrale bank, vertellen Nederlandse journalisten. Niettemin waarschuwde DNB dat de VS het betalingsverkeer in Nederland eenvoudig zou kunnen stilleggen. De Amerikaanse ambassade in Nederland noemde die bewering absurd.
Een nakende schuldencrisis?
Als er dus geen politieke reden is, kijken we dan naar een economische of financiële oorzaak? Naar een nakende Europese staatsschuldencrisis, bijvoorbeeld.
Bij zo’n crisis blijft DNB primair optreden als nationale centrale bank binnen het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). Dat is wat Van de Cloot hierboven al uitlegde. Ieder voor 80 procent voor zich, en de ECB voor 20 procent voor iedereen in de eurozone.
Daarbij komt dat DNB geen mandaat heeft om rechtstreeks staatsobligaties van andere eurolanden op te kopen of soevereine reddingspakketten te financieren. Ieder voor zich dus. Dat valt immers onder het mandaat voor het monetaire beleid van de ECB en onder de steunmechanismen van de Europese Unie (EFSF/ESM).
Staatsschuldencrisis
Wel speelt DNB een sleutelrol in het beperken van de besmetting naar het Nederlandse financiële stelsel. De rol van goud is daarbij nihil. Al is het qua vertrouwen wel belangrijk, zoals Van de Cloot uitlegde.
Volgens de Brookings Institution speelt goud bij een staatsschuldencrisis vooral een rol als reserveactief zonder tegenpartijrisico en als vluchthaven. Goud stijgt in stressperioden vaak in waarde, maar het is geen automatische oplossing voor een solvabiliteitscrisis van een overheid.
Het is een buffer bij valutasteun. Tijdens crises kan een stijgende goudprijs waardedalingen in andere reserveactiva compenseren en zo de totale reservestabiliteit verhogen. Dat effect is sterker naarmate het goudaandeel groter is.
Brookings stelt dat goud bij een staatsschuldencrisis fungeert als vertrouwens- en stabiliteitsanker voor reserves en als crisishedge voor beleggers. Maar het vervangt geen beleidsoplossingen voor de onderliggende schuldhoudbaarheid.
Buitenlandse leveranciers
Dat betekent dat bij een crisis in de eurozone – een andere munt is onwaarschijnlijk – de centrale bank goud kan verkopen om haar eigen bedrijven en burgers een stabiel transactiemiddel te geven met leveranciers van buiten de eurozone.
En daar zit de kern. Wie zijn goud dichter bij huis haalt, bereidt zich voor op een scenario waarin de euro tijdelijk niet volstaat om buitenlandse leveranciers te betalen. Wat Nederland vandaag doet, zullen alle andere eurolanden dan ook moeten doen, met dezelfde beperkte voorraden en zonder onderlinge risicodeling. Als dat de echte reden is, dan hebben alle landen in de eurozone met andere woorden een enorm probleem.







