In een persconferentie heeft een woordvoerder van de taliban laten weten dat de rechten van Afghaanse vrouwen zullen worden gerespecteerd, zolang deze passen binnen de islamitische sharia.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
“De internationale gemeenschap moet de religieuze regels respecteren, omdat het emiraat (Islamitische Emiraat Afghanistan zoals het land nu heet) veel heeft opgeofferd voor hun religie. Het probleem van vrouwenrechten is een belangrijk probleem. Vrouwen genieten rechten onder de islam en al onze zusters, al onze vrouwen zijn veilig. Onze god, de Koran, vertellen ons dat vrouwen een belangrijk deel van onze maatschappij uitmaken; ze mogen werken, ze kunnen onderwijs volgen en ze zijn nodig in onze maatschappij en vrouwen zullen actief betrokken zijn. De internationale gemeenschap hoeft zich geen zorgen hierover te maken. Onze vrouwen zijn moslims, wanneer zij leven volgens de sharia is iedereen gelukkig“, zegt Taliban-woordvoerder Zabihullah Mujahid. De woorden roepen wel vragen op over het lot van niet-islamitische vrouwen in Afghanistan onder de Taliban, zoals christenen, sikh en hindoes.
Volgens Human Rights Watch (HRW) in een artikel uit april van dit jaar, hebben de taliban het in het bijzonder op vrouwelijke journalisten voorzien. De taliban, destijds nog vanuit hun politieke hoofdkwartier in Doha, Qatar, ontkennen dit. HRW zegt echter voldoende documentatie te hebben dat met name vrouwelijke reporters die op televisie of radio zijn, bedreigd werden. Ook zijn er diverse vrouwelijke journalisten vermoord, een aantal is reeds voor de overname van de Taliban het land ontvlucht. Er ging in mei een waarschuwing uit dat: “De media moeten hun objectiviteit bewaren en geen woordvoerder worden van de Afghaanse regering.” De media werden ervan beschuldigd propaganda van de overheid te verspreiden tegen de Taliban.
Eerder dit voorjaar werden diverse scholen, vaak gericht op meisjes of jonge vrouwen, opgeblazen waarbij tientallen doden vielen. Elke islamitische terreurgroep ontkende betrokkenheid, hoewel de Taliban zelf Islamitische Staat beschuldigden voor de aanslag op een school in Kabul begin mei. De regering van toenmalig president Ghani gaf de Taliban de schuld van de aanslag. Daarbij werden 50 meisjes gedood, meer dan honderd raakten gewond. Islamitische Staat is sinds 2015 ook actief in Afghanistan. De beschuldigingen dat de Taliban meisjes en jonge vrouwen zou ronselen om onder henzelf te verdelen noemt de groep ongegrond. Ook dit zou uit de koker van de voormalige Afghaanse regering komen en ‘giftige propaganda’ zijn volgens de Taliban.
De Iraanse journalist en vrouwenrechten activiste Masih Alinejad schreef vandaag in The Washington Post dat we de woorden van de Taliban niet moeten geloven: “Wij Iraniërs hebben deze film al eerder gezien”, schrijft zij, de lezer herinnerend aan de eerdere wreedheden die de Taliban begingen. “Laten wij onszelf niet voor de gek houden, dit is een ramp voor de vrouwen in de regio.”
Alinejad schrijft ook dat juist vrouwen islamistische groepen het beste begrijpen, omdat zij er het hardste onder lijden. “De islamistische oorlog is eerst en vooral tegen vrouwen gericht.” De geruststellende woorden van de Taliban doen volgens haar herinneren aan woorden die destijds door Khomeini werden geuit voor hij aan de macht kwam in Iran. Hij zei in december 1978: “Vrouwen kunnen elke kleding dragen die zij willen, zolang zij maar bedekt zijn en de hijab dragen.” Al snel nadat hij aan de macht kwam echter, werden strikte kledingvoorschriften voor vrouwen bij wet geïntroduceerd, meisjes die dit weigerden, mochten niet meer naar school, schrijft Alinejad.
Vrouwen die de hijab weigeren te dragen in Iran, kunnen 74 zweepslagen krijgen, vrouwenrechten activisten hebben gevangenisstraf opgelegd gekregen, onder wie Alinejad zelf. Zij leeft momenteel in de Verenigde Staten waar onlangs een poging tot ontvoering tegen haar was beraamd om haar onder valse voorwendselen naar Iran te lokken. Op haar Twitter-account deelt zij ondertussen video’s van Afghaanse vrouwen die zij zegt te hebben ontvangen de afgelopen dagen.
Diverse media in het Westen proberen inmiddels het gebeuren in Afghanistan te duiden. Zo zei Abied Alswlaiman bij de VRT dat de behandeling van vrouwen onder de Taliban niet met de islam te maken heeft, maar eerder cultureel te verklaren zou zijn. De sharia zou juist veel rechten toekennen aan vrouwen, volgens hem. Ook de Raad van Amerikaans-Islamitische Relaties (CAIR) onderschrijft het culturele aspect. De media zouden geen islamitische termen zoals sharia of jihad ‘verkeerd’ mogen gebruiken wanneer zij berichten over Afghanistan en de Taliban. De sharia zou vergelijkbaar zijn met de Joodse halacha en de rooms-katholieke canonieke wet. In het enige Joodse land ter wereld, Israël, bestaat de doodstraf niet. Lijfstraffen worden in het canonieke recht niet meer toegepast, de doodstraf ook niet. Er zijn in het verleden verdenkingen geweest van betrokkenheid van CAIR bij de Moslimbroederschap. De organisatie ontkent dit.






