De nieuwe president van Colombia, Gustavo Petro, riep op zondag 7 augustus in zijn inauguratietoespraak op om de mislukte “oorlog tegen drugs” te beëindigen en over te gaan tot een “sterk beleid van preventie van consumptie” in ontwikkelde landen.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Gustavo Petro is de eerste linkse president ooit in Colombia. Hij is zelfs een ex-guerrillastrijder bij de M-19 groep en heeft een beladen verleden. Nadat zijn beweging de gewapende strijd opgaf, koos hij zelf ook voor een meer conventionele politieke carrière. Met succes, want hoewel hij in 2018 nog de presidentsverkiezingen verloor, won hij dit jaar van zijn rechtse tegenstander.
Petro lijkt te surfen op een bredere golf in Latijns-Amerika waar links de macht grijpt, en beloofde een nieuwe wind te laten waaien. Hij kiest daarbij voor de klassieke recepten. Volgens de nieuwe Colombiaanse president krijgt zijn land een tweede kans om armoede en geweld te bestrijden. Men zal er nieuwe economische beleidsregels opleggen die “de ongelijkheid zullen tegengaan” en “solidariteit” met de meest kwetsbaren verzekeren. Hij wil ook vredesgesprekken met de gewapende fracties.
Drugs
Opvallender is echter zijn standpunt over drugs. De nieuwe president wil dat er een nieuwe internationale conventie komt “die toegeeft dat de oorlog tegen drugs heeft gefaald”. Hij wil dat de VS en andere ontwikkelde landen hun drugsbeleid aanpassen. Hij wil vooral dat die landen de consumptie verhinderen. Terwijl hij het door de VS geleide drugsbestrijdingsbeleid als een mislukking bestempelt, zei hij ook dat hij “als gelijken” met Washington zou willen samenwerken, om programma’s op te zetten ter bestrijding van de klimaatverandering of om infrastructuur aan te leggen in plattelandsgebieden waar veel boeren zeggen dat cocabladeren de enige levensvatbare oogst zijn.
De veranderingen van het beleid in Colombia kunnen een zeer grote weerslag hebben in ons land, meer bepaald in Antwerpen. De cocaïne uit Colombia komt voornamelijk aan in Antwerpen. Iets waar burgemeester De Wever al lang over aan de alarmbel trekt. En ook hij wijst met een beschuldigende vinger naar de gebruikers van de drugs, die een grote morele verantwoordelijkheid dragen voor alle ellende die ermee gepaard gaat.
Goede bedoelingen
Hetzelfde valt te horen bij Teun Voeten, expert in de drugsproblematiek van Latijns-Amerika tot Antwerpen. “De Colombiaanse president die zegt dat de ‘war on drugs’ is gefaald is niets nieuws. Eerder klonk al eenzelfde geluid bij de president van Mexico. Die zei ‘geen kogels, maar knuffels’. Ook die wilde repressie vermijden en de consumptie aanpakken, het witwassen aanpakken. Maar die goede bedoelingen botsen snel op een moeilijke realiteit.”
Voeten klopt op de nagel van de consumptiekant, een probleem die volgens hem bijna niemand in de media aankaart. Hij meent dat dit deels komt omdat erg veel politici, journalisten en advocaten zelf het witte poeder snuiven. Dit toont alleen maar aan hoe groot het probleem is. Daarom verzet Voeten zich tegen termen zoals ‘oorlog tegen drugs’. “Het is te symplistisch, je voert geen oorlog tegen een substantie, maar tegen producenten, consumenten, traficanten. Bovendien is er geen sprake van een goede kant en een slechte kant, want er is een legale bovenbouw in West-Europa die profiteert van de drugshandel. Denk aan advocaten, notarissen, verkopers van vastgoed, enzovoort.” Voeten noemt het daarom liever “een langdurig hybride conflict tegen een multidimensioneel narco-terroristisch complex.” Een conflict die we niet kunnen winnen, enkel maar beperken.
Pessimistisch
De expert is daarom pessimistisch over de zaak. Hij wijst er op dat repressie bovendien altijd deel van het antwoord zal moeten zijn. “Criminelen met bloed aan de handen moet je keihard aanpakken. En legalisering helpt niet. Mensen raken helemaal opgefokt door coke. Ze doen aan enorme zelfoverschatting. Dat is erg gevaarlijk. En als de criminele netwerken geen winst kunnen maken op de ene drug, dan gaan ze zoeken naar een andere, dat probleem zal blijven doorgaan.”
Volgens Voeten ligt het probleem veel dieper. Hij ziet een “narcotisering van de maatschappij”, waarbij niet enkel cocaïne een rol speelt, maar ook legale drugs. “Onze samenleving gebruikt op een enorm grote schaal allerlei soorten drugs. Van antidepressiva en kalmeermiddelen tot crystal meth. Het druggebruik is enorm, in alle lagen van onze maatschappij. Ook hier hoor je weinig over. Er klinkt bijna nooit kritiek op het systeem van het narcokapitalisme. De zogenaamd progressieve mensen die erg tolerant beweren te zijn spelen op hun manier het narcokapitalisme in de kaart.”
Dopaminezucht
In de keiharde repressie die we in Oost-Azië zien, zoals meest recent in de Filipijnen, gelooft Voeten niet. “Je kan moeilijk 10 procent van de bevolking uitroeien, hier bestaat zoiets als mensenrechten. Maar we hebben wel nood aan een maatschappelijk debat. Is het normaal dat iedereen zoveel drugs gebruikt en nood heeft aan kunstmatige dopamines? Er heerst een echte dopaminezucht onder onze bevolking. Een mild gebruik van roesmiddelen bestaat al altijd en is normaal, mensen drinken een pintje, een wijntje of gebruiken soms een jointje, maar nu is het helemaal doorgeslagen. Mensen kunnen niet meer zonder.” Voeten volgt naar eigen zeggen de conclusies van psychiaters zoals Paul Verhaege en Dirk Dewachter die vaststellen dat mensen niet meer ongelukkig kunnen en willen zijn. “Door dat onvermogen van de mens om ongelukkig te zijn zit er iets grondig fout in onze maatschappij. Volgens mij maakt het deel uit van de periode die we meemaken, we beleven het slotakkoord van de ondergang van de Westerse maatschappij.”








‘War on drugs’ opgeven is nooit het goede antwoord, want de criminaliteit is er te zeer bij gebaat. Bij ons zijn er de hypocriete politiekers die tabaksindustrie veroordelen maar al te graag accijnzen heffen op het gebruik van rookwaren – tot e-sigaretten toe – maar tegelijk drugsgebruik aanprijzen, zie de jointjesshow op de Gentse Vrijdagmarkt. Het zijn niet de linkse rakkers die het drugsprobleem zullen oplossen. In de VSA zien wij hoe de waanzinnigste ideologieën opgang maken, mede onder invloed van drugsgebruik. Wie de dag niet doorkomt zonder drugs bewijst alleen dat hij/zij van het leven niets kan of wil maken.