Kernfusie reactor

Kernfusie-reactor. Foto: Wikimedia Commons

Energie en transport

Duitsland wil tegen 2040 kernfusie commercialiseren

Dylan Wagemans

Duitsland streeft ernaar om tegen de jaren 2040 de eerste commerciële kernfusiereactor in gebruik te nemen. Het Bondsministerie van Onderzoek heeft daarvoor een strategisch plan onthuld. Als onderdeel van deze gefaseerde aanpak is de regering van plan om tegen het einde van de jaren 2030 een demonstratie-installatie op te zetten om de weg vrij te maken voor volledige commercialisering.

Geen advertenties meer?

Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!

Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:

Doorlopend abonnement

Maandelijks opzegbaar

€ 9,00

per maand

Eenmalig betalen

3 maanden PAL-abonnement

€ 27,00

per kwartaal

Geen gedoe

12 maanden PAL-abonnement

€ 108,00

per jaar

Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!

Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.

Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!

Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.

Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!

Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.

Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.

Duitsland wil opnieuw een grote rol spelen in kernenergie, maar niet via klassieke kerncentrales. Nadat het land zijn laatste kernsplijtingsreactoren in april 2023 sloot, zet Berlijn nu zwaar in op kernfusie: de technologie die dezelfde natuurkundige basis gebruikt als de zon. De Duitse regering wil tegen 2029 meer dan 2 miljard euro investeren in onderzoek, infrastructuur en een industriële fusieketen.

Kernfusie

Kernfusie werkt anders dan de kernsplijting in bestaande kerncentrales. Bij kernsplijting worden zware atoomkernen, zoals uranium, gesplitst. Bij kernfusie worden lichte atoomkernen, meestal waterstofisotopen zoals deuterium en tritium, onder extreem hoge temperatuur en druk samengesmolten tot helium. Daarbij komt veel energie vrij. In theorie levert dat CO2-arme stroom op, met veel minder langlevend radioactief afval dan klassieke kernenergie.

Maar de technologie is bijlange nog niet klaar voor de markt. In de VS bereikte de National Ignition Facility in 2022 voor het eerst “ignition”: er kwam meer fusie-energie vrij dan er laserenergie op de brandstofcapsule werd gericht. Intussen werden die experimenten herhaald met hogere opbrengsten. Toch is dat nog geen elektriciteitscentrale: het volledige systeem verbruikt nog altijd veel meer energie dan er bruikbaar uitkomt.

Deuterium-tritium

Ook het grote internationale ITER-project in Zuid-Frankrijk toont hoe moeilijk fusie is. De wetenschappelijke werking is uitgesteld tot 2034, deuterium-tritiumexperimenten (een mondvol) worden pas rond 2039 verwacht. ITER moet cruciale vragen beantwoorden over plasma, materialen, tritiumproductie en energieverhoudingen.

Duitsland wil daarom niet alleen wachten op ITER, maar ook een eigen industrieel ecosysteem bouwen. Het actieplan voorziet onder meer in fusie-hubs, opleiding van specialisten, steun voor laserfusie en magnetische opsluiting, en aangepaste regelgeving.

PAL Nieuwsbrief

schrijf je gratis in

Blijf op de hoogte met onze dagelijkse nieuwsbrief

Dylan Wagemans heeft een bachelordiploma International Journalism en schrijft over Energie en Transport.

Plaats een reactie

Delen