In de zaterdageditie van De Standaard staat een leuk stuk van Tom Heremans. Hij beschrijft zijn ergernis wanneer hij op een terrasje in Amsterdam door een kelner in het Engels wordt aangesproken. Erger nog: zelfs wanneer hij in zijn thuisstad Gent een jasje gaat kopen, blijkt de verkoopster alleen nog Engels te spreken.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
In het verhaal van Heremans kent de Amsterdamse kelner gewoon geen Nederlands. Ik had een gelijkaardige belevenis, eveneens op een terras in de Nederlandse hoofdstad. Die was eigenlijk nog ergerlijker. Ik hoorde de dienster, die erop aandrong mijn bestelling in het Engels op te nemen, enkele minuten later gewoon Nederlands praten met een collega. In een Nederlandse stad werd een Nederlandstalige klant er dus toe aangezet om met een Nederlandstalige dienster in het Engels te praten.
Wie af en toe in Brussel, hoofdstad van een land waar de meerderheid nog steeds Nederlands spreekt, iets gaat drinken, heeft ongetwijfeld al gelijkaardige ervaringen gehad. De obers zullen niet langer Frans spreken wanneer ze horen dat je een andere taal spreekt, maar ze zullen je nog steeds niet in het Nederlands bedienen. Er wordt gewoon snel geschakeld naar het Engels, waardoor je wordt gedegradeerd tot toerist in eigen land.
Breaking news!
Na het lezen van het stuk van Heremans sloeg ik DS weer dicht. Mijn oog viel op de titel op de voorpagina: ‘Trump blokkeert AI-modellen Anthropic, wake-upcall voor Europa.’ Wake-upcall? Waarom niet gewoon waarschuwing of alarmsignaal?
Ik bladerde verder in de krant en vond onmiddellijk na het stuk van Heremans de titel: ‘Toetreding Oekraïne zal een gamechanger zijn voor de EU.’
En het bleef maar komen. Ik heb het dan nog maar alleen over de titels: ‘Congolese bevolking noemt ebola een hoax’, ‘Tussen pruilen en pleasen’, ‘Waarom zit reclame vol seventies-liedjes?’, ‘De duckface is out’, ‘Singer-songwriter sterft bij botsing’, ‘Natali Brood breekt wereldrecord break-up’.
Er was evenwel een uitzondering. Een sportjournalist titelde: ‘Egypte kan de Rode Duivels een realiteitstest geven’. Wat een dommerik. Weet hij dan niet dat ‘reality check’ veel gewichtiger klinkt?
Het nieuwe analfabetisme
Ik weet het. Het gebruik van het Engels als volledige vervanger van het Nederlands – in de zakenwereld, het hoger onderwijs en zelfs op terrasjes – is iets anders dan het binnendringen van Engelse woorden in het Nederlands. De aanval van het Engels op het Nederlands wordt dan ook op vele fronten uitgevochten.
Er is domeinverlies: vakgebieden die volledig Engelstalig worden. Er is ook de bewuste voorkeur voor het Engels omdat het moderner, gezaghebbender of modieuzer klinkt. De derde categorie is het gebruik van het Engels als betekenisniche, bijvoorbeeld wanneer jongeren het hebben over cringe, awkward of random.
Het vierde mechanisme is wellicht het meest onderschatte. Lexicale beschikbaarheid heet dat. Het doet zich voor wanneer het Nederlandse woord nog wel ergens in het achterhoofd is opgeslagen, maar te ver weg zit om het tijdig boven te halen in een gesprek. Het Engels neemt dan spontaan over.
Wie bijvoorbeeld het recente debat tussen Aimen Horch en Frédéric De Gucht heeft beluisterd, hoorde een mengeling van het tweede en het vierde mechanisme: prestige-Engels en analfabeten-Engels.








Dat wordt dan een probleem met mij want ik vertik het in het Engels te antwoorden.
De oorzaken van dit symptoom zijn legio. Immigratie, globalisatie, verlies van nationale identiteit, invloed door internet, muziek en entertainment enzovoort.
Vlamingen moeten op hun strepen staan en eisen dat het Nederlands gerespecteerd wordt (men mag dromen…).
Het poetsbedrijf bij ons had een Turkse dame gestuurd. Zij vertelden mij doodleuk dat communicatie met haar enkel in het Turks of Engels kon. Mevrouw woonde al drie jaar in België…
Ik heb hen op diezelfde dag laten weten dat ze iemand anders moesten sturen. Iemand die enigzins Nederlands kan (niet perfect omwille van de functie van haar werk, maar wel enigzins). Ik heb mevrouw daar ook (in het Engels) op aangesproken.
Als je hier komt, dan adopteer je de gebruiken, de waarden en de taal van het land dat je heeft toegelaten om hier te komen wonen en te leven…
“Domeinverlies” ? Vakgebieden ? Ga ‘s kijken in het “ingenieursbureau” Worley (België) (Noorderlaan, Antwerpen). Toen ik afstudeerde moest je solliciteren in de 3 landstalen en het Engels en als het effe kon nog eentje, zoniet geen werk. ‘t Was wettelijk verplicht om personeelskwesties en veiligheidsopleidingen in de moedertaal (Nederlands) te krijgen, maar daar veegt Worley al meer dan 20 jaar zijn kont aan. Buitenlandse “ingenieurs” die officieel enkel Engels dienen te kunnen worden al zolang massaal geïmporteerd (Indisch, Arabisch, Roemeens, etc vliegen rond uw oren), maar in de praktijk zijn die onverstaanbaar en kunnen die probleemloos de concurrentie aan met Manuel uit Fawlty Towers.
Ik vond het vooral erg, dat de auteur zich schaamde omdat hij gedurfd had in zijn geboortestand te eisen in zijn eigen taal geholpen te worden. “De gerante gaf mij een uitbrander vanjewelste, in perfect Nederlands. Ik herinner me er alleen flarden van. “We zijn 2026”, zei ze onder meer. En ook: “Iedereen spreekt toch Engels, u niet misschien?” Ik voelde me zo klein worden dat ik vast in een jeans maatje 28 had gekund.”
Ook meegemaakt in Maastricht.
We zijn het opgestapt.
Mocht elke Vlaming dat doen het zou effect hebben.
Ook op onze luchthaven in Zaventem, wordt men door het veiligheidspersoneel bij de controle van de handbagage al te vaak aangesproken met “français ?” “English ?”
Mijn antwoord is steeds “Nederlands”.