Op 17 maart 2026 verwees de raadkamer van Brussel Étienne Davignon (93) naar de correctionele rechtbank wegens deelname aan oorlogsmisdaden in verband met de moord op Patrice Lumumba in 1961. 65 jaar geleden zou hij indirect, op een of andere manier, iets te maken hebben gehad met de moord.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Lumumba was geen onschuldige nationalist, hij was een communist. Als bewonderaar van Fidel Castro en overtuigd Marxist was hij vastbesloten om van Congo het Afrikaanse Cuba te maken.
Na zijn ontslag door president Kasa-Vubu weigerde hij af te treden en riep hij op tot een gewapende opstand. Wat links een ‘constitutionele crisis’ noemt, was in strikte zin een staatsgreep. Tegelijk is het historisch gedocumenteerd dat de CIA zijn uitschakeling als “een dringende en prioritaire doelstelling” beschouwde, en dat zijn executie op 17 januari 1961 plaatsvond onder toezicht van Belgische officieren.
De man achter het dossier
In dat verhaal speelde Davignon een bijrol van de tweede rang. Hij was in 1960-1961 jonge stagiair-diplomaat bij Buitenlandse Zaken, zonder beslissingsbevoegdheid. Hij werd gestuurd als waarnemer, schreef rapporten en voerde incidentele opdrachten uit. Zijn meest concrete betrokkenheid: hij verschafte president Kasa-Vubu juridische argumenten om Lumumba wettelijk te ontslaan.
Hij is vermoedelijk de inspirator, maar niet de ondertekenaar, van een telex die stelde dat het “van cruciaal belang is om Lumumba uit de weg te ruimen”. Dat document beveelt nergens een fysieke arrestatie of moord. Of hij wist van de overbrenging naar het vijandige Katanga? Misschien, luidt de aanklacht. Dubbele voorwaardelijke wijs als juridische grondslag.
Deze verwijzing van een negentigjarige stagiair naar de rechtbank is een morele, historische en beschavingsmatige gruwel, vindt auteur Drieu Godefridi. “Davignon had geen wezenlijke beslissingsbevoegdheid, betwistte zijn betrokkenheid altijd, en staat nu terecht voor feiten waarvan het causale verband met de moord op zijn zachtst gezegd twijfelachtig is.” Niemand heeft iets te winnen bij de ondermijning van de rechtsstaat ook niet wie zich stiekem verheugt omdat dit het Belgische establishment raakt.
Het volledige artikel over het proces-Davignon leest u hier:








