Onderzoekers gingen de langdurige effecten van het communisme op de houding van burgers ten opzichte van de aandelenmarkt na. Ze laten zien dat blootstelling aan antikapitalistische ideologie een blijvende invloed kan uitoefenen op de houding ten opzichte van kapitaalmarkten en deelname aan de aandelenmarkt.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Ze documenteren dat Oost-Duitsers decennia na de Duitse hereniging aanzienlijk minder investeren in aandelen en een negatiever beeld hebben van kapitaalmarkten. De effecten variëren wel per persoonlijke ervaring onder het communisme. De resultaten zijn het sterkst voor mensen die het leven in de Duitse Democratische Republiek positief herinneren, bijvoorbeeld degenen die in een “showcase-stad” wonen. De resultaten draaien om voor mensen met negatieve ervaringen zoals milieuvervuiling of gebrek aan westerse tv-entertainment.
Lagere rendementen
De analyse toont aan dat Oost-Duitsers die onder communisme hebben geleefd, een aanhoudend lagere bereidheid hebben om risico’s te nemen op de aandelenmarkt, zelfs bijna 30 jaar na de hereniging. Een uitzondering hierop vormen aandelen van bedrijven uit communistische landen en van andere staatsbedrijven.
De resultaten zijn met name sterk voor Oost-Duitsers wier ervaringen met het communistische systeem van de DDR geassocieerd worden met positieve emoties, en zijn aanzienlijk zwakker, zo niet omgekeerd, voor degenen met negatieve ervaringen onder het communistische systeem.
Ervaringen met een communistisch systeem zijn duur: Oost-Duitse beleggers behalen lagere rendementen, hebben minder gediversifieerde portefeuilles, duurdere aandelenfondsen en minder passief beheerde activa. Deze resultaten bieden een micro-economische basis voor de macro-economische groeiverschillen tussen Oost- en West-Duitsland.
China
Een interessante vraag die uit deze bevindingen voortkomt, is hoe individuen in andere transitie-economieën reageerden op de introductie van een aandelenmarkt. Heeft ervaring met een communistisch systeem altijd een negatieve invloed op de bereidheid van mensen om deel te nemen aan de aandelenmarkt? Wat gebeurt er als de communistische partij haar eigen koers wijzigt en (hun versie van) de aandelenmarkt promoot, zoals in China het geval was?
In de DDR veranderde de communistische doctrine van de partij nooit fundamenteel. Na de hereniging werd het kapitalistische systeem van de Bondsrepubliek Duitsland, inclusief de aandelenmarkt, wetgeving en het bestuursstelsel, onmiddellijk ingevoerd en het communisme afgevoerd. Voor de empirische analyse is dit essentieel, omdat het uitsluit dat zwakkere beleggersbescherming of bestuursnormen leiden tot een lagere aandelenmarktparticipatie in Oost-Duitsland.
In andere communistische landen vond verandering geleidelijker en binnen het systeem plaats. In China bijvoorbeeld bleef het communistische regime aan de macht en transformeerde de economie stapsgewijs naar staatskapitalisme. De doctrine van de Partij veranderde dus in de loop der tijd. De Partij zelf richtte in 1990 een aandelenmarkt op. Ongeveer 60% van de aandelen van een gemiddeld Chinees bedrijf zijn niet-verhandelbare aandelen die in handen zijn van de overheid.
Daarnaast creëerde de Chinese overheid stimulansen voor bedrijven om aandelenkapitaal aan te trekken via beursintroducties (IPO’s), waarmee ze aangaf dat ze aandelenmarkten of beleggen in aandelen niet afkeurt. Hierdoor ervaren Chinezen geen conflict tussen politieke ideologie en beleggen in aandelen. Sterker nog, ze staan positiever tegenover de aandelenmarkt, hoewel de participatie nog steeds erg laag is en slechts 8-9% bedraagt. Dit kan te wijten zijn aan een zwakke bescherming van de rechten van aandeelhouders en een gebrekkige corporate governance.
Rusland
De transitie in Rusland leek daarentegen meer op die in de DDR. Na de val van het IJzeren Gordijn schafte Rusland snel de prijscontrole en de rentecontrole af. Veel bedrijven werden in de jaren negentig geprivatiseerd en de opbrengst kwam terecht bij een klein aantal oligarchen. Als gevolg hiervan zagen de Russen het kapitalisme precies zoals de Sovjets hadden gewaarschuwd: een paar mensen die alle ladders in beslag namen en de overgrote meerderheid die door slangen werd verslonden. De Russische aandelenmarkt werd in 1992 opgericht, maar zelfs in 2015 bedroeg de aandelenparticipatie van de algemene bevolking slechts 0,8 procent.
Bij een vergelijking van deze transitie-economieën blijkt dat snelle veranderingen van een planeconomie naar een markteconomie leiden tot grote aanpassingsproblemen. Omdat het nieuwe systeem in tegenspraak is met de waarden en ervaringen die mensen hebben opgedaan, lijken ze terughoudend om het nieuwe systeem en de bijbehorende regels te accepteren, wat decennialang kan aanhouden en nadelige gevolgen kan hebben voor het financiële welzijn van mensen. Het systematisch vaststellen van deze verschillen is een veelbelovend onderzoeksgebied voor de toekomst.
Meer over Financiën







