De gevreesde olieprijsexplosie na de blokkering van de Straat van Hormuz is voorlopig uitgebleven. Ondanks zware spanningen in het Midden-Oosten en een forse daling van de beschikbare olievoorraden bleef de wereldwijde olieprijs onder de symbolische grens van 100 dollar per vat. Opvallend genoeg is dat in grote mate te danken aan China.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Peking heeft de invoer van ruwe olie de voorbije maanden drastisch teruggeschroefd. Waar China in februari nog ongeveer 11,7 miljoen vaten per dag invoerde, zakte dat tegen eind mei tot minder dan 9 miljoen vaten. Daardoor werd een groot deel van de schok op de wereldmarkt opgevangen. Minder Chinese vraag betekent simpelweg meer ademruimte voor de rest van de wereld, en dat is een goede zaak.
Het is wel zo dat de prijzen voor benzine en diesel aan de pomp momenteel hoog zijn, maar ze zouden nog veel hoger kunnen zijn als landen zoals China nu massaal olie zouden inslagen. De brandstofprijzen zijn al licht gedaald ten opzichte van een maand geleden. Toch komen ze nog niet in de buurt van wat ze waren voor het conflict in het Midden-Oosten.
Dank aan Peking
China wordt in Europa vaak gezien als economische concurrent en geopolitieke uitdager. Het land speelt steeds een belangrijkere rol op industrieel en technologisch gebied, en is het de laatste jaren een gevaar geworden voor de Europese industrie. Maar in dit geval speelt het land ongewild de rol van stabilisator. Door minder olie te kopen en meer op voorraden te teren, verhindert Peking voorlopig dat benzine- en dieselprijzen ontsporen.
Ook de moderne energievoorziening blijkt veerkrachtiger dan tijdens de oliecrisis van 1973. Toen leidde een kleiner aanbodverlies tot een veel zwaardere prijsexplosie. Vandaag zorgen strategische reserves, extra productie uit andere landen en efficiëntere markten ervoor dat de klap voorlopig wordt gedempt.
Olievoorraad
Maar dat comfort kan alleen maar tijdelijk zijn. Strategische olievoorraden zijn geen bodemloze put. Als de crisis blijft aanslepen, moeten die voorraden later opnieuw worden aangevuld. Dat kan net voor nieuwe prijsdruk zorgen als de productiecapaciteit opnieuw verhoogd moet worden. Ook producenten zullen hogere prijzen vragen als nieuwe investeringen noodzakelijk worden.
Het laat zien dat brandstofprijzen niet alleen afhangen van globale spanningen, maar ook van Chinese importbeslissingen, Amerikaanse diplomatie, Golfstaten en strategische reserves. Eén geblokkeerde zeestraat volstaat om onze pompprijs, transportkosten en energiefactuur opnieuw onder druk te zetten.
Meer over Energie en Transport








