Op 4 maart pakte de Europese Commissie uit met een wetsvoorstel om de industrie van de Europese Unie te ‘boosten’ en ‘Made in EU’ terug belangrijk te maken. Wie het voorstel voor die verordening bestudeert, kan enkel vaststellen dat het utopische waanzin blijkt om miljarden euro belastinggeld te verspillen. De verordening is een gedrocht dat meer weg heeft van een stalinistisch vijfjarenplan uit de Sovjet-Unie dan van een wet die de industrie moet helpen.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Op papier wil de Europese Commissie sectoren zoals staal, cement, aluminium, autofabrieken en de zogenaamde ‘clean tech’ van de ondergang redden. Het doel is om het aandeel van de industriële productie in het bruto binnenlands product van de EU op te krikken van 14,3 tot 20 procent tegen 2035. Tegelijk willen ze extra banen in de industrie scheppen. In de huidige economische toestand lijken dat twee fata morgana’s, maar de Commissie beweert dit nochtans zonder blozen.
Strategische sector
Iets anders bijzonder geks wat de Commissie beweerde, is dat ze buitenlandse investeringen in de EU willen gaan beperken of verbieden in bepaalde ‘strategische’ sectoren. Er komt een maximum van 100 miljard euro op investeringen uit niet EU-landen om te voorkomen dat bepaalde landen hele sectoren zouden domineren. Andere quota die ze willen opleggen zijn dat niet-EU bedrijven niet meer dan 40 procent van de wereldmarkt mogen in handen hebben om toegang tot investeringen in de EU te krijgen en dat minimaal 50 procent (de helft dus) van het personeel in de EU moet werken.
De aankondiging van het wetsvoorstel kreeg meteen applaus van lobbygroepen zoals Hydrogen Europe. Dat zijn de bedrijven en instellingen die miljarden euro’s subsidies ontvangen om onrealistische plannen rond groene waterstof uit te werken en waar de Europese industrie zal moeten aankloppen om in aanmerking te komen voor steun van de Europese Commissie.
Een verordening met directe werking als wet in alle EU-landen
De Europese Commissie presenteerde op 4 maart de Industrial Accelerator Act (IAA). Dat is een wet die in de hele EU van toepassing is. Zoiets noemen ze ‘directe werking’. Er komt dus geen nationaal of regionaal parlement aan te pas. In België is economisch beleid nochtans een gewestmaterie; dus de zaak van de Vlaamse Regering en het Vlaams parlement.
Deze IAA-verordening lijkt op een uitvoeringsbesluit of koninklijk besluit in de Belgische politiek. De IAA is een uitvoeringsmechanisme van de Clean Industrial Deal. Dat is dan weer het oplapwerk om de schade te herstellen aan de Europese industrie door de Green Deal van de Commissie.
Ondanks interne tegenstand binnen de Europese Commissie kwam de IAA er uiteindelijk toch. De oorsprong moet gezocht worden in het rapport-Draghi. De voormalige voorzitter van de Europese centrale bank kwam in dat rapport met een plan om de Europese industrie weer concurrentieel te krijgen. Een ijdele hoop en natuurlijk een enorme zelfoverschatting, zo bleek het. Beleid zoals de Green Deal kan de industrie kapot maken, maar industriebeleid kan nooit een industrie duurzaam sterk maken. Industriebeleid is altijd marktverstorend.
Marktverstorend en centralistisch
Industriebeleid wordt vaak als marktverstorend gezien omdat de overheid keuzes maakt die de natuurlijke marktmechanismen verstoren. Economen wijzen erop dat dit leidt tot inefficiëntie en verkeerde prikkels.
De overheid (in dit geval de Europese Commissie) mist de gedecentraliseerde kennis van miljoenen marktspelers, die constant met hun keuzes ‘stemmen’. Beleidsmakers in de EU gaan op de stoel van ondernemers zitten en kiezen verkeerd, vaak door lobbywerk van gevestigde belangen (de insiders) die nieuwkomers (de outsiders) buitenspel zetten.
Bestaande grote bedrijven lobbyen succesvol voor subsidies of bescherming, wat middelen (lees: belastinggeld) verspilt. Het remt de innovatie via ‘creatieve destructie’.
Subsidies en steun verhogen prijzen, verspillen publieke middelen en lokken vergeldingsmaatregelen uit van handelspartners zoals de Verenigde Staten, wat de markt verder vervormt. Vaak gaat het om consumptie vermomd als investering, zonder echte productiviteitswinst.
Bevoordelen van bepaalde sectoren en belangengroepen
De IAA is dan ook een miskleun. Een misbaksel dat bepaalde sectoren bevoordeelt en andere verwaarloost. De Commissie wil ‘Europese kampioenen’ maken, maar wat ze eigenlijk maken, zijn monopolisten. Het beleid beantwoordt aan wensen van gevestigde belangen en machtige lobbygroepen zoals Hydrogen Europe. Bovendien kost het miljarden euro belastinggeld en op de wereldmarkt is zo’n zwaar financieel gedopeerde ‘reus’ nog altijd geen partij voor bedrijven die door innovatie en schranderheid groot werden omdat ze de vraag van de klant beter beantwoordden.
Het is geen toeval dat een acoliet van de Franse president Emmanuel Macron de Industrial Accelerator Act (IAA) presenteerde. Stéphane Séjourné is de Franse Eurocommissaris voor Industrie. In wezen beweerde hij niks anders dan wat de Amerikaanse president Donald Trump met zijn ‘Make America Great Again’ of MAGA beweert. Séjourné wil dat iedereen Europese producten begint te kopen. Made in Europe. Alleen de meeste producten worden nog nauwelijks in de Europese Unie geproduceerd. Ze komen voornamelijk uit China.
De heilige koeien van de Commissie
De IAA is eigenlijk een dopingkuur bestaande uit subsidies. De steunmaatregelen voor Europese bedrijven gaan bovendien niet naar wat de klanten en de markt vragen, maar naar prestigeprojecten en heilige koeien van de Commissie. Industrie die op duurzame energie wil overstappen, kan geld krijgen. Waarmee ze eigenlijk aangeven dat die duurzame energie vooral duurdere energie is waar de belastingbetaler het verschil in productiekosten mag betalen opdat politici zouden kunnen uitpakken met ‘duurzaamheid’.
Alles draait trouwens rond het drastisch verminderen van de CO2-uitstoot of het ‘decarboniseren’. De Commissie wil dit doen met compleet onrealistische plannen, zoals aardgas vervangen door waterstof. Andere voorbeelden zijn de productie van batterijen, zonnepanelen, windmolens,… Het gaat weer over het klassieke groene sprookje dat in plaats van economische groei op te leveren, geld in bodemloze putten laat verdwijnen, terwijl rendabele sectoren de dieperik in geduwd worden.
Protectionisme en vriendjespolitiek
Een ander aspect van IAA bestaat uit protectionisme: het uitsluiten van bedrijven van buiten de EU bij openbare aanbestedingen. Opnieuw een vorm van vriendjespolitiek en het bedienen van gevestigde belangen en lobbygroepen die afkomen met de utopische energietransitie om het belastinggeld te laten rollen. Iedereen met een greintje verstand beseft ondertussen dat olie en gas onmisbaar zijn als energie en grondstoffen. Dit zal nog decennia zo blijven. Onhaalbare doelen zoals Net-zero in 2050 – die de Commissie zich stelt en de Europese industrie oplegt – leiden nergens toe. Het enige waar dit toe leidt is de verspilling van miljarden euro’s belastinggeld.
Eigenlijk is de IAA of het voorstel van verordening absurd. Als de Green Deal en de malaise in de Europese industrie ons iets leerde, dan is het dat klimaatbeleid en concurrentievermogen niet samengaan. De remedie tegen de Green Deal, namelijk de Clean Industrial Deal, is zo nodig een nog groter vergif dan het oorspronkelijk beleid waar de Commissie overigens nog altijd geen afstand van deed.
De vraag is natuurlijk wat de lidstaten gaan doen met dit voorstel van verordening. Gaan ze instemmen met de IAA in de Raad van de EU? Op de Europese Raad van 18 maart kunnen de lidstaten een eerste keer met Commissievoorzitster Ursula von der Leyen het onderwerp aansnijden. Als de Raad en het Europees Parlement instemmen met IAA, dan treedt die wet in voege vanaf 1 januari 2029.







