De partijvoorzitter van Vooruit, Conner Rousseau, pakte zopas uit met een bericht dat hij was gaan kickboksen in Molenbeek. Dit was een op zijn minst merkwaardig bericht bestemd voor twee doelgroepen: enerzijds de allochtone achterban en anderzijds de linkse deugmensen die denken dat zeer gewelddadige vechtsport van straatboefjes modelburgers kan maken.
Geen advertenties meer?
Ingelogde abonnees steunen niet alleen een van de enige kritische en onafhankelijke media, maar zien ook geen vervelende advertenties. Abonneer je snel en eenvoudig en krijg meteen toegang tot vele duizenden exclusieve artikelen!
Maak hieronder je keuze voor het gewenste abonnement:
Liever ook op papier? Bekijk alle abonnementen!
Het doorlopend abonnement wordt automatisch verlengd voor steeds één maand.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een online abonnement van 3 maanden via een eenmalige betaling.
Liever ook op papier? Bekijk al onze abonnementen!
Steun het vrije woord met een eenmalige betaling en je zit een jaar goed.
Log hieronder in om dit bericht volledig te lezen. Ben je al ingelogd, kijk dan op je account of je nog een actief abonnement hebt.
Het is niet enkel naïef, maar ik zie geen enkele Vlaamse partijvoorzitter een Vlaamse vechtschool bezoeken met enkel Vlamingen. Neen, als een Vlaamse jongere een gewelddadige vechtsport zoals kickboxen, mixed martials arts of krav mage doet, dan is hij per definitie een marginaal of een extreemrechts gevaar. Een vechtschool in Molenbeek met enkel islamitische leden daarentegen, dat zijn helden.
Achterstandswijken
Nochtans zijn er tig onderzoeken die aantonen hoe problematisch die kickboksscholen zijn. Niet enkel in Molenbeek, maar in heel België en Nederland.
De sport trekt vaak jonge mannen uit achterstandswijken aan. De machocultuur overlapt er met de straatcultuur. Dat verhoogt de kans op contact met criminele netwerken. Academische analyses plaatsen bijvoorbeeld de Nederlandse kickbokswereld historisch in verband met criminele netwerken en noemen dit een structureel fenomeen in bepaalde periodes.
Aan Vlaamse universiteiten durft niemand zulk onderzoek te doen. Nochtans gaat het over geweld en intimidatie. Criminelen en drugsbaronnen in Brussel maken gebruik van de vechtvaardigheden en fysieke intimidatie van ronselaars en handlangers uit het kickboks- en boksmilieu. Dat staat letterlijk in verslagen van de federale politie.
Zware misdaadnetwerken, zoals drugsbendes, rekruteren soms jonge criminelen uit het milieu vanwege hun fysieke paraatheid.
Al zijn er natuurlijk altijd die terecht zeggen dat je niet mag veralgemenen. Het Vlaams Vredesinstituut stelde: “Brussel kampt al jaren met drugsgeweld en een sterkere aanwezigheid van georganiseerde misdaad, volgens Brusselse berichtgeving en rapporten over drugscriminaliteit in België. In die context worden sportclubs, ook vechtsportscholen, soms genoemd als sociale omgeving waar kwetsbare jongeren zich kunnen bevinden.” Wat er niet staat is even veelzeggend als wat er wel staat.
Criminele netwerken
Er zijn sporadische meldingen van overlap tussen onderwereldfiguren en bepaalde sportscholen. De uitleg is dan dat het meestal gaat om specifieke clubs of netwerken. In de Brusselse criminaliteit wordt nochtans geregeld een link gelegd met kickboksen en andere vechtsporten. Enerzijds rekruteren zware misdaadnetwerken, zoals drugsbendes, soms jonge criminelen uit het milieu vanwege hun fysieke paraatheid. Anderzijds zetten lokale overheden en sociale werkers de sport juist in als middel om criminaliteit en radicalisering bij risicojongeren tegen te gaan. Over de resultaten van dit laatste valt te redetwisten, maar ze krijgen subsidies.
Wie de krantenarchieven raadpleegt kan niet anders dan vaststellen dat (voormalige) kickboksers betrokken waren bij criminele activiteiten. En dat is niks nieuws. In de jaren 1980 kregen Nederlandse kickboksers een slecht imago door directe banden tussen enkele topvechters en de georganiseerde misdaad. Het ging niet noodzakelijk om allochtonen. Die waren er toen ook minder. Kickbokser André Brilleman werd lijfwacht van drugsbaron Klaas Bruinsma en werd later vermoord.
Recente berichtgeving en analyses benadrukken dat sommige bekende vechters (zoals Badr Hari en anderen) herhaaldelijk in incidenten of rechtszaken voorkomen, wat het stereotype versterkt. Maar kan je nog spreken van een stereotype of is het eerder een patroon?
In Brussel was er een politie-inval bij de Brussels Boxing Academy. De uitleg achteraf was dat het ging om een sociale inspectie tijdens een kinderles. Kwestie van geen geschreeuw over racisme los te maken.
Criminologische analyses wijzen uit dat de specifieke ‘cultuur’ in sommige harde vechtsportclubs gevoelig is voor criminaliteit wanneer jongeren met een lagere sociale status of kwetsbare achtergrond hierin ontsporen.
Neem even de krant Het Laatste Nieuws erbij.
Op 20 mei stond volgende in HLN: “De rechter was streng voor de beklaagde. “U hebt zich gemoeid met een discussie waar u zich helemaal niet mee moest moeien. U had daar niets te zoeken”, klonk het. “En zeker als kickbokser moet u weten dat uw lichaam een wapen is. De eerste regel van kickboksen is respect voor de ander. Wat u daar leert, mag u nooit in de praktijk toepassen.”
Op 15 april stond in dezelfde krant: “Drugscrimineel Abdenor R. (27) uit Deurne zat in 2024 in de gevangenis van Hasselt een straf uit voor het plegen van aanslagen in het drugsmilieu, in Deurne bij Antwerpen. Die waren gericht tegen drugsbaron Mounir El Bartali en tegen het ouderlijk huis van kickbokser Jamal Ben Saddik.”
En op 9 maart: “Toen ik claxonneerde omdat mijn voorligger bruusk remde, kwamen er plots allemaal mannen rond mijn auto staan.” Brahem El Kaddouri (36) was donderdagavond rond 17 uur onderweg met zijn busje in Gent toen hij slachtoffer werd van verkeersagressie. Onder anderen een professionele kickbokser deelde stevige klappen uit, terwijl Brahem de politie verwittigde. Die kon via de telefoon alles meevolgen.” Brahem had een gebroken neus.
Dat Conner Rousseau koketteert met een Molenbeekse kickboksclub is dus problematischer qua communicatie dan op het eerste zicht lijkt.







